Opslaan
Zorginstellingen zijn in 2025 minder afhankelijk geworden van personeel niet in loondienst (PNIL). Tegelijkertijd daalde ook de vacaturegraad in de vvt, gehandicaptenzorg, ggz en ziekenhuiszorg. Ondertussen loopt het ziekteverzuim in drie van de vier sectoren wel verder op.
In de jaarlijkse ZorgRating-benchmark van Finance Ideas en Platform DAAN zijn de cijfers van bijna achthonderd zorginstellingen onderzocht. Hieruit blijkt dat het aandeel ‘personeelsleden niet in loondienst’ in 2025 in alle vier de onderzochte sectoren afnam net zoals de vacaturegraad.
Daling grootst in ghz
De grootste daling van externe inhuur vindt plaats in de gehandicaptenzorg. Het aandeel PNIL daalt daar van 9,3 naar 6,9 procent van de personeelskosten. In de ggz en de vvt zijn de percentages van zowel 2024 als 2025 ongeveer gelijk. De ziekenhuiszorg heeft nog steeds het laagste percentage externe inhuur.
De onderzoekers leggen een mogelijk verband tussen de daling van PNIL en de ontwikkelingen rond de Wet DBA. Verschillende instellingen hebben de inzet van zzp’ers stopgezet of teruggebracht. De benchmark stelt niet vast in hoeverre de Wet DBA daadwerkelijk de oorzaak is van de daling.
Aantal vacatures
Ook het aantal vacatures ten opzichte van de personeelskosten neemt af. In zowel de ggz als de gehandicaptenzorg en de ziekenhuiszorg daalt de vacaturegraad met 0,5 procent.
De dalende inzet van extern personeel betekent volgens de onderzoekers niet dat de personele druk verdwenen is. Het ziekteverzuim stijgt in de vvt, ggz en ziekenhuizen licht. Alleen in de gehandicaptenzorg daalt het verzuim licht, met 0,1 procent.
Minder investeringen
De financiële ruimte van zorginstellingen neemt licht toe, maar investeren blijft een belangrijk aandachtspunt. Vooral bij ziekenhuizen ziet ZorgRating signalen dat er te weinig wordt geïnvesteerd. De verhouding tussen de boekwaarde en aanschafwaarde van het vastgoed daalde van 46 naar 45 procent. Volgens de onderzoekers wijst dat op beperkte investeringen. Ook in de ggz daalt deze verhouding, van 44 naar 43 procent, wat volgens de onderzoekers wijst op een verder toenemende investeringsbehoefte.