Spanje komt met nieuwe opvallende regels om de veiligheid van fietsers te verbeteren. Kunnen wij in Nederland daar wat van leren? Nou, strengere regels maken het verkeer niet per se veiliger, legt hoogleraar Marco te Brömmelstroet uit. Wat wel werkt, is de openbare weg inrichten als een skipiste. Een wat?
Op dat skiën komen we zo terug. Eerst de Spaanse regels. Te Brömmelstroet, hoogleraar urban mobility futures aan de Universiteit van Amsterdam, noemt een aantal daarvan ‘charmant maar mogelijk naïef’. Beter pak je de auto aan, vindt hij: ‘Als koffiezetapparaten even gevaarlijk zouden zijn als auto's, waren ze al lang verboden.’
Welke nieuwe regels heeft Spanje nu ingevoerd, en waarom lossen die het probleem van de verkeersveiligheid niet op volgens Te Brömmelstroet? Sommige reglas de tráfico zijn uniek, maar de eerste komt je vast bekend voor:
Nieuwe regel (1): fiets met een helm op
Blootshoofds fietsen in Spanje is er niet meer bij, in ieder geval niet meer buiten de bebouwde kom. ‘Natuurlijk, een helm is nuttig als je op je hoofd valt, daar is weinig discussie over’, zegt Te Brömmelstroet. ‘Maar een helmplicht heeft als bijeffect dat het de indruk geeft dat fietsen gevaarlijk is.’
Daardoor heeft het dragen ervan een negatief effect op hoe mensen zich gedragen in het verkeer. ‘In het Verenigd Koninkrijk is een studie gedaan waarin ze zagen dat automobilisten gevaarlijker omgingen met fietsers die een helm droegen. Ze hielden bijvoorbeeld minder afstand bij het inhalen.’
Fietsers zelf gingen ook gevaarlijker rijden, omdat ze zich beter beschermd voelden, aldus de verkeerskundige. ‘De veiligheidshomeostase heet dat. Net als met autogordels, die hebben mensen ook niet veiliger laten rijden.’
Te Brömmelstroet vindt het wel goed dat de Spaanse helmplicht niet binnen de bebouwde kom geldt. ‘Dat is belangrijk voor het stedelijke, dagelijkse fietsen.’ Een helmplicht heeft namelijk ook als bijeffect dat mensen minder zin krijgen om de tweewieler te pakken.
Nieuwe regel (2): midden op de weg fietsen
Vergeet rechts houden als je in Spanje fietst: binnen de bebouwde kom moet je vanaf nu midden op de rijbaan peddelen, zodat auto’s je helemaal niet meer kunnen inhalen. Een interessante maatregel, vindt Te Brömmelstroet, maar ook eentje die extra gevaar met zich kan meebrengen:
‘Je gebruikt menselijk vlees als een soort verkeersbarrière. Maar wat gebeurt er als die automobilist niet oplet, of boos is? Want je hebt nog steeds een scheve machtsverhouding tussen de automobilist en de fietser. Ik vraag me af of dit werkt.’
Te Brömmelstroet hoort van wielrenners die fietsen in Spanje dat automobilisten daar nu al best goed rekening houden met fietsers. Maar ja, 100 procent zekerheid heb je natuurlijk nooit: ‘Ik zou mijn zoontje van acht nooit adviseren om midden op straat te gaan fietsen.’
Nieuwe regel (3): auto’s blijven 20 km/u onder de maximumsnelheid
Als ze buiten de bebouwde kom een fietser willen inhalen, tenminste. Dus: als je met de auto normaal gesproken 60 kilometer per uur mag, dan moet je terug naar 40 per uur. Rij je op een weg waar de maximumsnelheid 80 is, dan mag je als je langs een fietser gaat nog maar 60.
‘Een nobel idee, maar moeilijk te handhaven’, vreest Te Brömmelstroet. ‘Wel legt deze regel in ieder geval de focus op de bron van het probleem, en dat is goed.’ Die bron is de auto, aldus de hoogleraar. De heilige koe blijkt in de praktijk maar al te vaak een duiveltje.
Of beter gezegd, de bestuurder ervan. Want automobilisten zien een maximumsnelheid vaak als een soort opdracht: ze denken dat ze binnen bebouwde kom bijvoorbeeld 50 moeten rijden. ‘Maar dat is niet zo. De regel is dat de máximumsnelheid 50 is, en dat je je dient aan te passen aan de situatie.’
Als je als automobilist ervoor zorgt dat jouw snelheid lager is, zullen er vanzelf minder zware verkeersongelukken gebeuren. Te Brömmelstroet zegt het wetenschappelijk: ‘De kans op een aanrijding maar ook de consequenties van een aanrijding groeit exponentieel met de snelheid van een voertuig.’
Wat beter zou zijn (1): maak van de weg een skipiste
In plaats van heel specifieke regels te maken zoals Spanje nu heeft gedaan, ziet Te Brömmelstroet er meer in om ons hele verkeerssysteem eindelijk eens op de schop te nemen. ‘We zitten nog steeds met regels die in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw bedacht zijn.’
De kernregel zou moeten worden dat je verantwoordelijkheid moet nemen voor je verkeersgedrag, stelt hij. Eigenlijk zouden we met elkaar om moeten gaan zoals we dat op de wintersport in de sneeuw doen: ‘De piste-regel is dat degene die het gevaar inbrengt, eindverantwoordelijk is.’
Daarom moet je in de remmen als er een klasje beginners opduikt, terwijl jij je met een noodvaart op de lange latten het dal in stort. Zo zou het ook op weg moeten zijn, vindt hij: dat de langzamere verkeersdeelnemer bepaalt wat er gebeurt.
Wat beter zou zijn (2): auto’s technisch beperken
‘En sta geen technologie toe als die supermenselijke krachten vereist’, stelt Te Brömmelstroet. Een ongeluk is zo gebeurd. En als dat ongeluk gebeurt, zijn de gevolgen vaak groot. ‘De auto zoals die ontworpen is, blijkt in de praktijk niet veilig bestuurd te kunnen worden. Want er is geen rekening gehouden met voorspelbaar menselijk falen.’
Best gek dat we een apparaat toleren dat zó gevaarlijk is, betoogt de verkeerskundige: ‘Als er ook maar één apparaat zou zijn dat net als de auto iedere dag twee mensen doodt, dan zou de wetgeving zich absoluut daarop richten.’
Auto’s zouden bijvoorbeeld een snelheidsbegrenzer moeten krijgen die voorkomt dat je te hard rijdt. Technisch is dat helemaal niet ingewikkeld. Sterker nog: ‘Het gebeurt al, maar dan met elektrische stepjes en fietsen. Alleen met auto’s nog niet.’
Vooralsnog liggen er geen plannen om zulke systemen groot uit te rollen. Voor fietsers, of ze nu in Spanje of in Nederland rijden, zit er voorlopig nog steeds maar één ding op: gewoon altijd heel erg ontzettend supergoed blijven uitkijken.
Tuur kun je vleien door hem een wandelende encyclopedie te noemen. Je krijgt hem het gelukkigst door hem iets te vertellen wat hij nog niet weet. Daarom schrijft hij bij Quest over álles, ook al is hij eigenlijk opgeleid als historicus. Maar geschiedenis is eigenlijk een soort weetveelkunde, vindt hij
