“Ik geloof oprecht dat mensen een stuk gelukkiger zouden zijn als ze, op een gezonde manier, honderdvijftig of tweehonderd jaar kunnen worden,” zegt Roel*. “Mensen hebben nu vaak zo’n gevoel van haast in hun leven. En waarom daar stoppen? We hoeven ons niet te houden aan de limieten van ons biologische lichaam. We hoeven niet hetzelfde te leven als de generaties voor ons.”
Roel is een transhumanist, een aanhanger van een filosofische beweging die technologie wil omarmen om het menselijk lichaam en brein te ‘verbeteren’. Wat ‘verbetering’ precies inhoudt, daar bestaan duizenden verschillende meningen over. Maar een aantal thema’s komen vaak terug: grotere cognitieve vermogens, ziektes uitbannen, en zelfs de dood overwinnen. Sommige transhumanisten zetten in op protheses, implantaten en versmelting met AI. Anderen laten na hun dood hun lichaam invriezen in de hoop later weer tot leven te worden gewekt. Een van de methodes om dit te bereiken is biotechnologie. Transhumanisten zijn bijvoorbeeld geïnteresseerd in vrijwillige genetische modificatie of het tegengaan van veroudering in je cellen.
Zo extreem is Roel niet. “Ik leef nu,” zegt hij. “Ik doe wat ik kan om langer en gezonder te leven door op mijn voeding en beweging te letten. Maar ik wil niet heel veel geld sparen voor technologieën die me misschien vijf jaar ouder laten worden, en dan heel veel mooie dingen nu aan me voorbij laten gaan.” Is dat niet in tegenspraak met het transhumanisme? Juist niet, aldus Roel. “Transhumanisme is een humanisme. Het doel is niet per se om langer te leven, maar om meer wijsheid, rust en ruimte in het leven te hebben. Ik wil van alles meemaken, mensen ontmoeten, genieten. Langer leven kan daar natuurlijk wel bij helpen. Het transhumanisme trekt me aan omdat ik het leven akelig kort en beperkt vind. Het is gewoon zonde.”
Veel mensen vinden het transhumanisme maar een eng idee, ziet ook Roel, die om die reden liever anoniem blijft. “Er zijn een paar transhumanisten die zo snel mogelijk een soort supermens willen worden. Die kijken weinig naar de samenleving om. Dat zijn ook degenen die je het meeste hoort.” Maar, zo benadrukt hij: de beweging als geheel denkt juist uitgebreid na over de risico’s. “De meeste transhumanisten hameren erop dat we hier serieuze gesprekken over moeten voeren. Met z’n allen, als samenleving. Wat voor technologie willen we wel, en wat willen we niet?”
Selectie van eigenschappen
Sommige critici vergelijken transhumanisme met eugenetica, het streven naar ‘verbetering’ van de genetische samenstelling van een bevolking. In nazi-Duitsland werd dit gezien als een moderne en noodzakelijke wetenschap. Maar ook elders in Europa en de VS werden bijvoorbeeld niet-witte mensen, armen en mensen met een handicap gedwongen gesteriliseerd. Zo zouden hun ‘inferieure’ genen zich niet verspreiden. Eugenetica ging dus uit van één enkel ideaalbeeld van de mens.
Volgens Chris Wareham, die aan de Universiteit Utrecht de ethiek van veroudering en onsterfelijkheid bestudeert, loopt deze vergelijking spaak. “Aanhangers van het transhumanisme zijn voor positieve selectie van gunstige eigenschappen, maar niet voor het verwijderen van mensen met ‘ongewenste’ kenmerken of het voorkomen van voortplanting tussen mensen. Over het algemeen zijn ze heel liberaal ingesteld, dus wars van sterk overheidsingrijpen. Daar zit een groot verschil met de eugenetica van het nazisme.”
Tegelijk ziet hij ook dat het een dunne scheidslijn is. “Met pre-implantatie technieken kun je embryo’s selecteren op de aan- of afwezigheid van genen die bepaalde aandoeningen veroorzaken, zoals taaislijmziekte”, vertelt hij. “Je voorkomt zo een leven vol lijden, maar sommigen zien het ook als een vorm van eugenetica.”

Transhumanisten willen voortplanting tussen mensen niet voorkomen, aldus filosoof Chris Wareham.
iStock/Vladimir ZotovBij het transhumanisme staat zelfbeschikking centraal. Iemand moet zelf, uit vrije wil en op basis van goede informatie, kunnen kiezen voor lichamelijke aanpassingen. Toch is die individuele vrijheid beperkt: technologische verbeteringen zijn immers duur. De transhumanistische beweging zou dus kunnen leiden tot een nog grotere kloof tussen arm en rijk, waarbij de rijken zoveel sterker, slimmer en gezonder worden dat ze nauwelijks nog met de rest van de mensheid te vergelijken zijn.
Een belangrijk punt, vindt Wareham, dat breder is dan het transhumanisme, maar gaat over techniek in het algemeen. “Elke nuttige techniek zal altijd eerst bij de rijken terechtkomen en de kloof laten groeien. Aan de andere kant: brengt het een oplossing als we geen technologie gebruiken? Het lijkt erop dat ook dan het gat tussen arm en rijk blijft groeien. Het lijkt niet een probleem van de techniek zelf, maar van onze maatschappij, dus moeten we het op dat niveau oplossen.”
Essentie van de mens
Een ander punt van zorgen dat bij het transhumanisme opspeelt, is de vraag wanneer je eigenlijk nog mens bent. De Japanse filosoof Francis Fukuyama stelt bijvoorbeeld dat het transhumanisme ingrijpt in de unieke essentie de mens, die volgens hem wordt gevormd door de genen. Dat is gevaarlijk, want alleen vanwege die essentie hebben alle mensen gelijke waarde.
“Dat draait eigenlijk om de definitie van wat een soort is”, stelt Wareham, “en die is duidelijk: een groep vormt een nieuwe soort als deze zich niet meer kan voortplanten met andere individuen van het menselijke ras. Dat verandert niet als mensen radicaal ouder worden of zelfs onsterfelijk, lijkt mij.”
Daarnaast zet Wareham vraagtekens bij het punt dat onze waarde afhangt van onze biologische categorie. “Als bijvoorbeeld aliens of zelfs AI vergelijkbare capaciteiten hebben als mensen en goed met ons kunnen samenleven, zouden we ze misschien van gelijke waarde beschouwen. Datzelfde geldt voor transhumanen. Waarom zou het speciale van mensen gekoppeld zijn aan soortverwantschap?”
Bovendien veranderen genen van nature ook, stelt Roel. “De evolutie van de menselijke soort heeft nooit stilgestaan. Nu kunnen we tenminste die evolutie bewust gaan sturen. De mens heeft van nature niet alleen maar goede, maar ook veel slechte kanten. Met technologie zouden we die slechte kanten kunnen verminderen en het mooie in de mens naar boven halen. Een stukje meer intelligentie en een stukje minder agressie, bijvoorbeeld.”
Andere filosofen zeggen dat zelfs het uitbannen van lijden of de dood een slecht idee is. Die zouden het menselijk leven betekenis geven. Dit is een gedachte uit het bioconservatisme, aldus Wareham. “Deze stroming vindt dat de dood en onze biologische beperkingen juist waarde geven en richting geven aan wat we belangrijk vinden.”
Maar transhumanisten horen hierin alleen maar een poging om lijden en de dood goed te praten. We zaten immers altijd met ze opgescheept, en konden niet anders dan te proberen een reden te bedenken hun bestaan. Tot nu. Roel: “Als we zinloos lijden kunnen oplossen, waarom zouden we dat niet doen?”
Wareham heeft zich verdiept in de vraag of je productiever bent als je langer leeft. Doe je dan meer tijdens je leven of doe je dan gewoon langer over wat we als ons levenswerk opvatten? “Dat laatste is een argument tegen het verlengen van mensenlevens, maar ik vind het geen sterk argument”, aldus Wareham. “Ik denk niet dat veel mensen zich primair laten motiveren door de dood als deadline. Ik denk dat een langere levensduur ons mooie kansen zou geven om grotere en betere projecten te verwezenlijken.”
Vermogen om te dromen
Liefst ziet Roel dat er beleid wordt ontwikkeld voor technologieën zoals de genetische modificatie van mensen. “Het zal nog wel een paar jaar duren voordat het gesprek over wat we wel en niet willen echt op gang komt”, zegt hij, “maar we kunnen het ons niet veroorloven om géén keuzes te maken.”
Dat kan namelijk angstaanjagende gevolgen hebben. Zonder regelgeving kunnen machthebbers of bedrijven de technologie misbruiken. Een compleet verbod kan juist averechts werken, vreest Roel: als iemand het verbod negeert, heeft de rest van de samenleving niet de technologie om zich te beschermen. “Maar je kunt de kans op misbruik verkleinen door technologische ontwikkeling langzaam en gecontroleerd te laten gebeuren.”
Wareham ziet hier een parallel in de huidige razendsnelle opkomst van AI. “Ook daar heerst de vrees dat de ontwikkelingen zo snel gaan dat niemand het meer begrijpt. Regelgeving om dat in goede banen te leiden komt moeilijk tot stand, zeker in afstemming met andere partijen in de wereld. Dat zal hierbij ook zo gaan.” Naast regelgeving speelt ook de handhaafbaarheid: hoe zorg je ervoor dat de regels nageleefd worden? Wareham: “Dat zie je bijvoorbeeld met ritalin, een medicijn tegen ADHD dat ook wordt gebruikt als een cognitieverbeteraar voor mensen zonder ADHD. Het is niet de bedoeling, maar het gebeurt wel. Regels helpen zo niet.”
De toekomst is niet tegen te houden, aldus Roel, maar we kunnen wel kiezen wat voor toekomst dat wordt. “We moeten natuurlijk onthouden dat we biologische wezens zijn. En veel dingen die daarbij horen wil ik niet verliezen. Zoals het vermogen om te dromen of te genieten van de lente. Maar het doel van transhumanisme is juist om meer ruimte te scheppen voor die dingen. Voor alles wat het leven de moeite waard maakt.”
Daar lijkt Wareham zich in de kunnen vinden: “Er is een vrij grote consensus onder mensen dat we betere, betekenisvollere, langer gezonde levens willen hebben en dat techniek daarbij kan helpen. Wat exact een goed en gezond leven is en hoe we dat moeten bereiken, daar verschillen mensen in, maar minder dan we vaak denken.”
* De naam Roel is om privacyredenen gefingeerd. Zijn echt naam is bij de redactie bekend.