We schenken er eigenlijk maar weinig aandacht aan, maar nachtmerries komen relatief vaak voor. In sommige periodes - zoals in de kindertijd of in tijden van stress - kunnen ze ineens vaker voorkomen. En ongeveer één tot twee procent van de mensen heeft er dusdanig last van dat het hun dagelijks leven beïnvloedt. Annette van Schagen, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij ARQ Centrum’45, doet er onderzoek naar. Daarnaast helpt ze mensen die last hebben van heftige of terugkerende nachtmerries vanwege psychiatrische aandoeningen of door trauma.
— Annette van Schagen, klinisch psycholoogAls je vaker dezelfde nachtmerrie hebt, is dat verhaal makkelijk toegankelijk geworden
“Af en toe een nachtmerrie hebben is op zichzelf niet erg”, legt Van Schagen uit. “Maar, als je er zoveel last van hebt dat je niet meer durft te slapen of er de hele dag van slag door bent, dan is het natuurlijk goed om er iets mee te doen.” Wáár die grens precies ligt is niet zo zwart-wit, maar volgens de klinisch psycholoog kunnen de meeste mensen dat zelf redelijk goed inschatten. “Als jij net iets zwaars hebt meegemaakt, of een stressvolle periode beleeft, is het echt niet gek als je daar ‘s nachts nog mee bezig bent. Houdt dit voor langere tijd aan, dan is het misschien slim om aan de bel trekken.”
Droom of nachtmerrie?
Eerst even de definitie: want wanneer is iets een nare droom, en wanneer classificeer je iets als nachtmerrie? “Dat verschilt per persoon”, geeft Van Schagen toe. “De één vindt bijvoorbeeld een presentatie geven doodeng, terwijl dat voor de ander totaal geen eng thema is.” Bovendien kan het zijn dat het onderwerp van je nachtmerrie - als je eraan terugdenkt – eigenlijk helemaal niet zo spannend lijkt.
Wie heeft last van angstige dromen?
Mensen met psychische problemen hebben bovengemiddeld veel last van nachtmerries, vertelt Van Schagen, wat volgens haar niet heel gek is. “Er bestaat een grote wisselwerking tussen slecht slapen en mentale problemen. Bovendien is het leven voor deze mensen vaak wat moeilijker. Dan kan dat zich ook uiten in dromen.” Wat vervolgens niet helpt is dat er ook sprake is van een zichzelf versterkend effect. Ze wijst erop dat iemand die volledig gezond is, na slecht slapen al sneller geprikkeld is, zich minder goed kan concentreren en minder goed functioneert. “Als je mentale problemen hebt, dan kunnen die klachten door het slechte slapen in stand blijven of verergeren.”
“Daarnaast zien we dat mensen die over het algemeen fantasierijker of creatiever zijn vaker last hebben van nachtmerries”, vertelt Van Schagen. “Waarschijnlijk omdat ze niet alleen mooie dingen kunnen bedenken, maar ook sneller op nare of extreme scenario’s uitkomen.” In je droom ben je namelijk niet goed in staat om daar kritisch te evalueren dat wat je meemaakt misschien helemaal niet kan.
Misschien dat daarom met name kinderen tussen ongeveer vier en twaalf jaar een periode hebben waarin ze vaak last hebben van nachtmerries of nare dromen. “We denken dat dat te maken heeft met de ontwikkeling van het brein van een kind”, legt Annette van Schagen uit. “Je wordt als kind met een nog niet volledig ontwikkeld brein geconfronteerd met een ingewikkelde wereld, dit geeft spanning, die tot uiting kan komen in nachtmerries. Daarnaast is het idee dat kinderen door nachtmerries leren om met angst om te gaan.”
Ook mensen met mentale stoornissen hebben meer last van nachtmerries. Daar is de schatting dat minstens 30 procent er veel last van heeft. Bij PTSS ligt het ongeveer tussen de 50 en 70 procent. “De cijfers zijn niet overal heel eenduidig, en niet iedereen met PTSS heeft last van nachtmerries. Maar vergeleken met de algemene bevolking is het wel een heel groot aandeel” Daarnaast hebben mensen die ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt ook vaker nachtmerries, legt Van Schagen uit. “Die overigens niet altijd gaan over de nare gebeurtenissen zelf.”
Op basis van de inhoud kan je dus niet zeggen of iets een nachtmerrie is of niet. Om toch een scheidslijn te maken, is het daarom beter om te kijken naar de betekenis die je tíjdens het dromen aan je droom geeft - en hoe je daarop reageert. Dan kan je een nachtmerrie definiëren als een droom die heel heftige emoties oproept waardoor je angstig of overstuur wakker wordt, en waar je vaak diezelfde dag nog last van hebt.
Het script herschrijven
Op het moment dat het nare gevoel van zo’n duistere droom de hele dag blijft hangen, ontstaat een probleem. “In mijn onderzoek trof ik mensen die drie of vier keer per week heel heftige nachtmerries hadden”, vertelt Van Schagen. “Dat put je uit.” Ook zijn er mensen die niet meer in slaap durven te vallen omdat ze bang zijn om weer nare dromen te krijgen. In zulke gevallen is het goed om hier vanaf proberen te komen.
Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het script van de nachtmerrie te herschrijven. Dat werkt vooral bij herhalende nachtmerries. “Als je vaker dezelfde nachtmerrie hebt, is het idee dat dat verhaal op de een of andere manier makkelijk toegankelijk is geworden. Je hebt hem als het ware aangeleerd. Dus moet je dat patroon doorbreken.” Dat kun je doen door overdag een ander – en beter – einde voor de nachtmerrie te bedenken en de nachtmerrie met dit nieuwe einde vervolgens in te beelden.
“In een droom kan alles”, vertelt Van Schagen, “dus je mag ook alles bedenken. Zelfs als je iemand op een agressieve manier wil laten zien wat je ergens van vindt.” Het gaat erom dat je voelt dat jíj bepaalt, en dat het jóuw droom is, benadrukt de psychologe. “Oefen je het inbeelden vaak genoeg, dan zou in je droom dit alternatieve einde ook makkelijker toegankelijk moeten worden.” Van Schagen kan zich een van haar eerste patiënten uit haar onderzoek die dit probeerde nog goed herinneren, vertelt ze.

In haar onderzoek trof Van Schagen mensen die wel drie of vier keer per week heftige nachtmerries hadden, en daardoor niet meer goed in slaap durfden te vallen.
user8531954, via magnific.com“Zij droomde regelmatig dat ze op een familieverjaardag kwam waar ze door iedereen werd genegeerd. Dat voelde afgrijselijk. Ze voelde zich in haar wakkere leven zich weleens buiten de groep, maar in de droom was het alsof ze niet bestond.” Samen maakten ze een nieuw einde aan de droom: in plaats van vertwijfeld in haar eentje in de ruimte staan, sprak ze haar familieleden aan op hun gedrag en ging ze met hen in gesprek. Dat hielp haar verrassend genoeg niet alleen om van die nachtmerrie af te komen, maar ook om in haar wakkere leven vaker voor zichzelf op te durven komen.
Lucide dromen
Een andere - wat meer experimentele techniek - is door lucide dromen in te zetten. Het slaaplab aan het Donders Instituut in Nijmegen doet daaruitgebreid onderzoek naar. Er zijn mensen die zich voor enkele minuten tijdens een droom bewust zijn van het feit dat ze dromen - ook wel ‘lucide zijn’. Het idee: als je dat kan trainen, kan je misschien niet alleen overdag proberen een nachtmerrie aan te passen, maar ook in het moment zelf.
Dat aanpassen is dan vaak niet eens meer nodig, vertelt hoofdonderzoeker Martin Dresler. “Beseffen dat je droomt kan al een groot deel van de angst wegnemen, doordat je bijvoorbeeld beseft dat een monster niet echt is.” Dat werkt helaas niet bij iedereen zo. “Bij sommige patiënten lijkt het controleaspect crucialer te zijn. Bewust zijn van het feit dat je droomt is dan één, maar daar ook zelf kunnen handelen in een tweede. Als deze mensen lucide zijn tijdens een nachtmerrie, maar er niets tegen kunnen doen, kan die ervaring extra traumatisch zijn.”
Volgens Van Schagen heeft deze techniek daarom vooral kans van slagen bij mensen die al spontaan lucide kunnen dromen, of die daar al ervaring mee hebben. “Als je veel last hebt van nachtmerries en je moet ook nog eerst leren om lucide te dromen, dan is dat een grote stap. Mensen die uit zichzelf al vaker lucide worden, kunnen dat vaak beter inzetten.” Dan helpt het nog steeds om van tevoren na te denken over strategieën, legt ze uit. “Beeld je bijvoorbeeld in dat je lucide wordt wanneer je wordt belaagd in je droom: wat ga je dan doen?”
Controle
Door hier in je wakkere leven vaak mee te oefenen, dromen veel mensen na de therapie hun nachtmerrie niet meer, vertelt Van Schagen. “Soms zijn ze gek genoeg teleurgesteld, omdat ze het nieuwe script daardoor nooit hebben kunnen ervaren in hun droom. Maar eigenlijk is dat dus een heel goed resultaat.” Soms komen de dromen wel onder bepaalde omstandigheden weer terug. In een periode van slecht slapen bijvoorbeeld, of van veel spanning overdag. “Het hoeft niet altijd direct met de oorspronkelijke gebeurtenis te maken te hebben. Soms is spanning op zichzelf al genoeg om een associatie op te roepen.”
— Annette van Schagen, klinisch psycholoogSoms zijn ze zelfs teleurgesteld, omdat ze het nieuwe script niet hebben kunnen ervaren in hun droom
Of je een nachtmerrie uiteindelijk niet meer droomt, niet meer herinnert of dat de emotionele lading eraf gaat, heeft dus waarschijnlijk te maken met een vorm van controle, legt Van Schagen uit. Hoe dat precies werkt, blijft lastig te zeggen. “Bewustzijn, geheugen en alles wat we overdag waarnemen en interpreteren, zijn namelijk maar moeilijk te vangen. Je kan kijken naar hersengolven, naar activiteit in het brein en naar welke regio’s actief zijn. Maar ik kan op een EEG niet zien wat voor nachtmerrie iemand heeft gehad.“
Daar laat Van Schagen zich overigens niet door tegenhouden. Integendeel zelfs. Ze pleit ervoor dat we veel meer aandacht zouden moeten besteden aan slaap en nachtmerries. “Dromen zijn namelijk oneindig interessante fenomenen. Misschien zelf juíst omdat ze zo lastig te onderzoeken zijn.”