RTV Noord
30 september, 18:30 • Aangepast Gisteren, 14:48 • 5 minuten leestijd

In zittingszaal 16 van de rechtbank in Groningen zit deze middag een hele rustige, welbespraakte jongeman. De politierechter kan dan ook maar niet begrijpen hoe een ogenschijnlijk onschuldige verkeerscontrole in de zomer van vorig jaar zó enorm uit de hand kon lopen. R. (23) weet het eigenlijk ook niet.
Bij de politierechter
In deze serie schrijven verslaggevers wekelijks over een opvallende zaak bij de politierechter. Mishandelingen, diefstallen, bedreigingen en stalking: het komt allemaal voorbij.
De politierechter doet altijd meteen uitspraak en mag maximaal een jaar celstraf opleggen en de maximale taakstraf van 240 uur. Zaken waar hogere straffen op staan, behandelt de politierechter niet.
R. wordt vier dingen ten laste gelegd: het niet opvolgen van een bevel, verzet bij zijn aanhouding, het uitschelden van een agent én het (hard) inrijden op een politieauto. De politierechter vraagt zich bij het lezen van het dossier hardop af: 'Hoe heeft een eenvoudige verkeerscontrole toch zó gruwelijk uit de hand kunnen lopen?'
R. vertelt daarop op bedeesde toon zijn kant van het verhaal. Hoe zijn vader in R.'s auto op 4 juni 2025 door Groningen reed en hij er achteraan ging in zijn bedrijfsbusje. Dat de politie de auto aan een geluidstest wilde onderwerpen, omdat die wel erg veel lawaai maakte. Dat R. wilde dat dat op een andere plek zou gebeuren, omdat er op de plek waar zijn vader staande was gehouden te veel galm zou zijn. 'Dan zou die test sowieso negatief zijn uitgevallen', zegt hij.
'Met de eerste agent verliep het gesprek nog heel normaal', zegt R.. 'Toen de tweede agent erbij kwam escaleerde het.'
Nadat koers werd gezet naar de parkeerplaats van de Makro, waar de controle zou plaatsvinden, escaleerde de boel alleen maar meer. Daar reed R. volgens het dossier met zijn busje hard in op een politiewagen, om pas op het laatste moment hard te remmen. 'Ben je helemaal gek geworden!?', kreeg hij van een geschrokken agent naar z'n hoofd geslingerd.
Volgens R. zat het allemaal een tikje anders. 'Er zat nog wel een paar meter tussen. Ik moest alleen een noodstop maken omdat iemand plotseling achteruit reed. Daardoor leek het erger dan het was.'
Ik kreeg een knie in m'n nek en ik kreeg geen lucht. Daarom lag ik ook zo te spartelen
Politiemannen laten hem vervolgens meermaals weten dat hij moet 'wegwezen' en zich 'niet met de controle moet bemoeien'. Die aanwijzingen negeert hij. Er wordt geschreeuwd en gescholden. R. voegt de agenten 'kankerlijer' en 'hou je kankerbek' toe.
Dan vinden de agenten het welletjes. R. wordt hard tegen de grond gewerkt, krijgt een knie in z'n nek en wordt in de boeien geslagen. Daarbij verzet hij zich hevig. Zo zet hij zijn nagels in de hand van een van de agenten. Die houdt daar een wondje aan over.
Wat hem toch bezielde, wil de politierechter weten. 'Ik had een knie in m'n nek en ik kreeg geen lucht, dat heb ik ook meerdere keren aangegeven', zegt R.. 'Daarom lag ik ook zo te spartelen. Bovendien kreeg ik, terwijl ik al in de boeien zat, nog een klap op m'n rug. Volgens mij heb ik ook toen pas gescholden.'
Nou, zegt de rechter: 'Volgens de agenten en ook enkele getuigen die toevallig in de buurt waren klopt dat niet helemaal. Volgens hen was u daarvoor al aan het schreeuwen en schelden. Niet pas toen u op de grond lag.'
De politierechter probeert dan nogmaals tot de kern te komen. Want waar kwam zijn boosheid toch vandaan? En waardoor escaleerde het nou zo? 'Iedereen zegt: met de vader viel heel goed te praten. Maar u was buiten zinnen en bleef zich er maar mee bemoeien. Waarom ging u niet gewoon weg? Was er geen moment dat u dacht: misschien moet ik dit even laten gaan...?'
R.: 'Tja, het was mijn auto. En op een gegeven moment kom je dan tegenover elkaar te staan.'
Rechter: 'Dat klinkt als een caféruzie. Maar dat was dit niet. Dit waren politieagenten, die een onschuldige verkeerscontrole wilden uitvoeren.'
R.: 'Dat was achteraf ook niet nodig geweest. Maar toen die tweede agent erbij kwam escaleerde het.'
De politierechter schudt nog eens met zijn hoofd. 'Dat terwijl hier zo'n rustige jongeman tegenover mij zit, met wie een heel redelijk gesprek is te voeren. Ik snap het gewoon niet.'
Ja, het liep uit de hand, maar dat lag niet aan de politie. De aanleiding lag bij meneer zelf
R.'s advocaat Peter Koops valt de rechter bij. 'R. is echt de rust zelve, al vanaf de eerste keer dat ik hem aan de telefoon had. 'Ben jij dit?!', vroeg ik 'm nadat ik de beelden van zijn arrestatie had gezien.'
Koops grijpt dan even terug op z'n eigen verleden. 'Ik was vroeger op het voetbalveld ook een heethoofd die veel rode kaarten pakte. Maar op een gegeven moment groei je daar toch overheen. R. heeft hier ook van geleerd, toch?'
'Dit zal me op deze manier niet nog een keer gebeuren', beaamt hij.
De Officier van Justitie vindt R. niettemin een strafbare dader. 'Het begon allemaal met het hard inrijden op een politieauto. Dat is gevaarlijk, voor hetzelfde geld gaat dat mis. Daarnaast wilde hij niet luisteren: hij weigerde weg te gaan toen hem dat werd gevraagd. Hij heeft agenten uitgescholden voor kankerlijer. Dat getuigt van minachting en gebrek aan respect voor ambtenaren in functie. Waarna hij zich ook nog verzette én een agent heeft verwond.'
Wat de officier daarnaast een beetje stoort: 'Ja, het werd je zwart voor ogen en het liep allemaal uit de hand, maar als ik je zo beluister, dan lag dat allemaal aan de politie. Maar de aanleiding lag toch echt bij meneer zelf.' Hij eist een taakstraf van tachtig uur (waarvan veertig uur voorwaardelijk) en een geldboete van 500 euro.
De politierechter meent dat een taakstraf van dertig uur op zijn plaats is, plus een boete van 500 euro. Hij legt R., die momenteel druk bezig is om zijn eigen bedrijfje uit te breiden, bovendien een rijontzegging op van 42 dagen. 'Maar die is al volbracht, dus uw blik kan volledig op de toekomst worden gericht.'
R. knikt. Hij gaat niet in beroep.