RTV Noord
Gisteren, 06:00 • Aangepast Gisteren, 08:21 • 3 minuten leestijd

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) maakt zich opnieuw zorgen over het tempo van de versterkingsoperatie. In een brief aan minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken zegt de toezichthouder twijfels te hebben bij de ambities van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), eindverantwoordelijke voor de versterking.
Het SodM trekt deze conclusies naar aanleiding van een rapportage van de NCG over het verloop van de versterking. Waar de NCG stelt dat de opgave in 2032 zal zijn afgerond, plaatst de toezichthouder nadrukkelijk vraagtekens bij de verwachte snelheid van de versterking.
We proberen een zo realistisch mogelijk beeld te schetsen
Volgens het SodM moet de doelstelling voor het aantal te versterken woningen de komende jaren veel ambitieuzer zijn dan geschetst wordt door de NCG. ‘Voorkomen moet worden dat de conservatieve aannames en keuzes leiden tot minder ambitieuze doelstellingen met een lager tempo en daarmee verdere vertraging in de versterkingsopgave’, aldus de toezichthouder.
Een andere reden tot zorg is de verwachting dat dit jaar minder huizen worden versterkt dan vorig jaar. Het SodM adviseert de NCG om snel met betrokken partijen in gesprek te gaan over welke maatregelen genomen moeten worden om vertraging te voorkomen.
De NCG kijkt anders naar de situatie. 'We proberen een zo realistisch mogelijk beeld te schetsen', zegt een woordvoerder van de NCG. 'Het rapport is gebaseerd op inzichten en onzekerheden die op dit moment bekend zijn. We delen de ambitie van SodM om de versterking voortvarend uit te voeren. Onze inzet blijft daarom om tempo te maken, met de veiligheid en duidelijkheid voor bewoners als uitgangspunt.'
Niet alleen kritiek
Er is niet alleen kritiek op de NCG. Het SodM zegt dat de werkwijze van de organisatie is verbeterd. Doordat er meer vanuit één werkwijze wordt gewerkt, is duidelijker wat de planning van de versterkingsoperatie is en welke risico’s er zijn voor vertraging.
Het SodM richt de blik niet alleen op de NCG, maar ook op minister Heerma. Heerma sprak recent zijn zorgen uit over zzp’ers bij de NCG. Bij ruim tweehonderd zelfstandigen zijn risico’s ontdekt op schijnzelfstandigheid. Sinds dit jaar controleert de overheid scherper of ingehuurde krachten wel écht als zelfstandige werken of dat zij eigenlijk het werk van een ‘normale’ medewerker in loondienst uitvoeren voor een zzp-tarief.
Daarin zit een dilemma voor de minister: de NCG moet zich aan de zogeheten wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) houden, maar dat kan gevolgen hebben voor de versterking. Als veel interne kennis en kunde verloren gaat, doordat zelfstandigen niet in dienst willen gaan bij de NCG, is er een kans dat de versterkingsoperatie vertraging oploopt.
Het SodM begrijpt het dilemma van minister Heerma, maar ziet mogelijk grote gevolgen voor de veiligheid en belangen van Groningen. Voorkomen moet worden dat professionals binnen de NCG wegvallen: 'De NCG had wellicht veel eerder actie en maatregelen moeten nemen, maar nog meer vertraging in de versterkingsoperatie moet zoveel mogelijk worden voorkomen', aldus de toezichthouder.
Om te voorkomen dat deze professionals noodgedwongen moeten vertrekken, wijst het SodM de minister op zijn wettelijke zorgplicht. Deze plicht, die is verankerd in de Groningenwet, kan Heerma inzetten tegen de wet tegen schijnzelfstandigheid. De toezichthouder noemt deze juridische uitweg dan ook 'een duwtje in de rug' voor de minister.
Hoe de minister dit dilemma definitief gaat oplossen, moet nog blijken. Heerma houdt de Tweede Kamer de komende periode op de hoogte van het vervolg van de schijnzelfstandigheid.