RTV Noord
1 oktober, 11:55 • Aangepast Gisteren, 15:29 • 6 minuten leestijd

Ongeveer 1,6 miljoen Nederlandse vrouwen zijn in de overgang. Acht op de tien ervaren klachten en bij een derde zijn die ernstig. Toch is er opvallend weinig bekend over wat er precies in het lichaam gebeurt. 'De overgang is een van de laatste gebieden in de wetenschap waar nog zó veel te ontdekken valt', zegt Iris Sommer, hoogleraar psychiatrie en neurowetenschappen bij het UMCG.
'Het is toch bijzonder dat we van een fase die elke vrouw doormaakt, zo weinig weten', vervolgt Sommer. Dat dit thema zo lang onderbelicht is gebleven, ligt volgens haar aan een diep ingesleten gewoonte in het medisch onderzoek. 'Wetenschappers richten zich van oudsher op mannen. Bij hen zijn de hormoonspiegels stabieler, wat onderzoek makkelijker en goedkoper maakt. Daardoor is er verbazingwekkend weinig onderzoek gedaan naar de overgang, terwijl het geen rocket science is.'
De termen 'overgang' en 'menopauze' worden vaak op één hoop gegooid, maar ze betekenen niet hetzelfde. 'De menopauze is één enkel moment: de allerlaatste menstruatie. Pas als een vrouw twaalf opeenvolgende maanden niet meer heeft gebloed, staat vast dat die laatste menstruatie de menopauze was', legt gynaecoloog Marije Geukes uit. Zij is werkzaam binnen het UMCG en het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG).
De overgang is het gehele proces eromheen waarin de vruchtbaarheid afneemt. 'Die fase begint al jaren vóór de menopauze en kan daarna nog jaren voortduren.' Gemiddeld duurt deze hele periode zo'n zeven jaar.

Volgens Geukes draait in deze fase alles om hormonen: de chemische boodschappers die cruciale processen in het lichaam aansturen. 'Vrouwen worden geboren met hun totale voorraad eicellen. Rond de overgang raakt die voorraad op, waarna de hersenen de eierstokken extra hard proberen aan te sturen.'
Hierdoor schommelen de hormoonspiegels heftiger dan ooit. 'In een reguliere cyclus wisselen de spiegels al, maar tijdens de overgang worden die pieken en dalen veel extremer', zegt Geukes. 'Daardoor ontstaan klachten.'
Je concentratie neemt met 6 tot 10 procent af
Die klachten gaan veel verder dan alleen de bekende opvliegers en het nachtelijk zweten. 'Denk ook aan hevig bloedverlies, slaapproblemen, gewrichtspijn, hoofdpijn, stemmingswisselingen en concentratieverlies.'
Slechts één op de vijf vrouwen komt klachtenvrij door deze periode. Waarom zij gespaard blijven, is onbekend, al speelt erfelijkheid een duidelijke rol. Geukes: 'Had een moeder een zware overgang, dan is de kans groot dat haar dochter die ook krijgt.'
Ook op de mentale gezondheid heeft de overgang een grote impact. Depressieve gevoelens komen voor bij 40 tot 60 procent van de vrouwen, naast angstklachten, paniekaanvallen en een verhoogde stressgevoeligheid.
De oorzaak ligt in een veranderende hersenstofwisseling. 'Onder invloed van oestrogeen verbranden hersencellen sneller; het motortje draait harder', legt Sommer uit. 'Die overgangsfase merk je direct aan je concentratie: de capaciteit neemt tijdelijk met 6 tot 10 procent af.'

Bovendien ondersteunt oestrogeen belangrijke stoffen zoals dopamine, serotonine en glutamaat. Raken die uit balans, dan ontstaan gevoelens van spanning of somberheid. Sommer: 'Ik hoor dan van veel vrouwen dat ze voortdurend gespannen zijn of zichzelf niet meer herkennen.'
Gelukkig richt dit geen blijvende schade aan. 'Uit hersenscans blijkt dat er geen weefsel afneemt. De hersenen reorganiseren zich vooral.'
De overgang valt vaak midden in de meest actieve fase van het werkzame leven. Geukes zag tijdens haar coschappen regelmatig vrouwen met zware klachten uitvallen. Uit haar onderzoek bleek dat niet opvliegers, maar concentratie- en geheugenproblemen de grootste boosdoener op de werkvloer zijn, vaak veroorzaakt door chronisch slaapgebrek.
Dit leidt tot grijs verzuim (verminderd functioneren) of langdurige uitval. Veel vrouwen proberen dit stilletjes op te lossen door later te beginnen, over te werken of te solliciteren op een minder veeleisende functie. 'Maar daarmee verliezen we enorm veel ervaren krachten op de arbeidsmarkt', zegt Geukes. 'Dat is ontzettend zonde.'
Veel vrouwen durven het onderwerp niet aan te snijden uit angst voor hun carrière of flauwe opmerkingen
De oplossing ligt volgens Geukes niet alleen bij het individu. 'Aanpassingen op de werkvloer en in de sociale omgeving zijn hard nodig. Dat begint bij het doorbreken van het taboe. Veel vrouwen durven nu het onderwerp niet aan te snijden uit angst voor hun carrière of flauwe opmerkingen.'
Wanneer klachten het dagelijks leven belemmeren, is hulp zoeken bij de huisarts een belangrijke eerste stap. Die kan adviseren, doorverwijzen naar de gynaecoloog in een algemeen ziekenhuis zoals het OZG of een verpleegkundig overgangsconsulent inschakelen voor voorlichting en leefstijladvies.
Als leefstijlaanpassingen niet volstaan, biedt hormoontherapie met lichaamsidentieke middelen een effectieve behandeling tegen opvliegers en stemmingsschommelingen.
Opvallend genoeg gebruikt slechts 5 tot 10 procent van de Nederlandse vrouwen deze therapie, tegenover 25 tot 30 procent elders in Europa. Dit komt volgens Sommer door hardnekkige misinformatie en het feit dat het gesprek aangaan nog steeds een te hoge drempel is.
Dat open gespreksklimaat ontbreekt vaak nog, waardoor veel vrouwen opzien tegen deze levensfase. Wetenschapshistoricus Rina Knoeff aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht tweeduizend jaar aan opvattingen over de overgang en zag hoe elke tijdsgeest er een eigen stempel op drukte.
In de klassieke oudheid dacht men dat de baarmoeder los door het lichaam kon zweven en ademnood veroorzaakte. In de zestiende en zeventiende eeuw veronderstelde men dat 'rottend' menstruatiebloed dampen veroorzaakte die omhoogstegen, de verklaring voor opvliegers. En in de achttiende eeuw werd de opvlieger afgedaan als een aanstellerig fenomeen bij nuffige dames uit de hogere kringen.
'De opvlieger werd door de eeuwen heen steeds minder serieus genomen', zegt Knoeff. 'Tegenwoordig verandert het al snel in een flauwe grap.'

Ook medici droegen niet altijd positief bij. Vóór de negentiende eeuw leidde het uitblijven van de menstruatie tot schadelijke aderlatingen om 'afvalstoffen' kwijt te raken. In de negentiende eeuw gingen gynaecologen nog verder: eierstokken werden regelmatig zonder noodzaak operatief verwijderd, wat velen niet overleefden.
In het Westen staat de overgang daardoor vooral in het teken van verlies. 'Het idee heerst dat je je vrouwelijkheid en schoonheid verliest en nooit meer de oude wordt.' Een beklemmend doembeeld dat ontstaat doordat de westerse cultuur de jonge, vruchtbare vrouw als ideaal ziet. De overgang geldt al snel als een stap richting nutteloosheid. Een vreemde gedachte, aangezien een vrouw gedurende haar totale leven gemiddeld langer niet vruchtbaar is dan wel.
Is er ook een positieve kant aan de overgang? Sommer ziet in haar spreekkamer geregeld een waardevol moment van bezinning ontstaan. 'Het brengt soms bevrijding en nieuwe inzichten. Vrouwen vragen zich af: hoe wil ik de tweede helft van mijn leven vormgeven?'
Knoeff besluit: 'In Mexico wordt de rijpere vrouw juist gezien als wijs en gevierd. Vijftig was vroeger de markering van een nieuw begin in plaats van een definitief verlies. Die waardevolle insteek zijn we soms vergeten. Misschien moeten we die weer meer omarmen.'
De bespreking van dit onderwerp maakte deel uit van de bijeenkomst 'De overgang is meer dan vervelend' van UMCG in Forum.