Omroep Zeeland
29 september, 19:41 • 2 minuten leestijd
De kademuren van de Stadshaven in Goes worden de komende tijd opgeknapt. Maar voordat de werkzaamheden beginnen, moeten bijzondere planten die tussen de voegen groeien tijdelijk verhuizen. Ze worden bewaard om na afloop terug te keren in de muur. Dat gebeurde eerder al in Middelburg, waar stadsecoloog Bas Wattel tevreden terugkijkt op het resultaat.

Voordat de kademuur in Middelburg werd aangepakt, moest eerst in kaart gebracht worden welke planten er groeiden. Bijzondere soorten werden gemarkeerd en vervolgens voorzichtig uit de muur gehaald. "Denk hierbij aan eikvaren, tongvaren en muurvaren. Ook hebben we muurfijnstraal en klein vlaskruid weggehaald", vertelt stadsecoloog Bas Wattel.
Muurfijnstraal en klein vlaskruid zijn exoten die vooral in binnensteden voorkomen en zorgen voor begroeiing op de kademuur. "Voorheen hing die er vol mee, nu ziet het er een stuk kaler uit", vertelt Wattel. Dat komt omdat niet alle planten de verhuizing hebben gered. "Ik denk dat ongeveer 50 procent van wat is teruggeplaatst het goed heeft gedaan."

Toch noemt Wattel de aanpak op lange termijn geslaagd. Van de soorten die actief behouden moesten worden, hebben verschillende planten de werkzaamheden overleefd. "Daarmee kunnen ze zich blijven voortplanten en opnieuw gaan verspreiden."
Die ervaring in Middelburg is relevant voor Goes. Ook daar groeien op de kademuren bijzondere planten die afhankelijk zijn van vocht, schaduw en kalk. Sommige soorten staan zelfs op de rode lijst en zijn volgens Wattel onderdeel van het karakter van een oude binnenstad. "Zonder deze varens is het wel een gemis op de kademuur. Daarnaast hebben we een zorgplicht om zoveel mogelijk in stand te houden", aldus Wattel.