Omroep Zeeland
30 september, 08:59 • 3 minuten leestijd
Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting heeft aangekondigd dat ze voor het einde van het jaar met nieuwe regels komt voor permanent wonen op vakantieparken. Ze wil het - onder voorwaarden - mogelijk maken voor langere tijd op een vakantiepark te wonen, al blijven de gemeenten het laatste woord houden.

De minister wil de touwtjes toch weer iets aanhalen, schreef ze nadat haar voorganger minister Mona Keijzer van het kabinet Schoof vaste bewoning van vakantieparken op grote schaal wilde toestaan. Volgens Keijzer was dit één van de oplossingen tegen de woningnood. Mensen zouden dan legaal tien jaar aaneengesloten in een vakantiehuis mogen zitten. Zo ver wil de nieuwe minister niet gaan, al is onduidelijk in hoeverre de regels strenger worden.
'Toen kwamen BOA's controleren'
De plannen die minister Boekholt-O'Sullivan nu maakt, ontzien de mensen die al permanent in een vakantiewoning zitten. Die mogen blijven, maar het is nog niet bekend voor hoelang. Net als Mona Keijzer noemt de huidige minister woningnood één van de belangrijkste argumenten om vaste bewoning op vakantieparken toe te staan. In afwachting van de nieuwe regels vraagt Boekholt-O'Sullivan gemeenten nu niet al te streng te handhaven.

Volgens onderzoek van de NOS samen met de regionale omroepen in ons land verschilt de aanpak van permanente bewoning op vakantieparken per gemeente. Dat geldt ook voor Zeeland. De gemeente Schouwen-Duiveland bijvoorbeeld stond van oudsher bekend om de soepele benadering van vaste bewoners op vakantieparken. Dat beleid is een aantal jaren geleden bijgesteld, waarbij de gemeente een zogenoemd 'uitsterfbeleid' hanteert: bewoners die al jaren op een vakantiepark wonen, worden met rust gelaten. Er is een strengere beoordeling voor nieuwe aanvragen.
Daarnaast telt Zeeland ook een aantal gemeenten die zeggen pas in actie te komen als ze meldingen krijgen van derden over ongewenste vaste bewoning. Voorbeelden zijn Hulst en Vlissingen.
Dat de ene gemeente soepeler met vaste bewoning van vakantiewoningen omgaat dan de ander, ondervond de 46-jarige Danny van der Does uit Hoedekenskerke. Nu heeft hij een vaste woning in zijn dorp, maar na zijn scheiding zat hij eerst anderhalf jaar op een vakantiepark in Heinkenszand. Hij had een gedoogvergunning van een half jaar, maar zijn verhuurder hoorde van een ambtenaar dat Danny er nog wel een half jaar aan vast mocht plakken.
Uiteindelijk greep de gemeente na anderhalf jaar in. "Dan krijg je BOA's aan de deur die controleren. Daar hoorden dwangsommen van 25- tot 30.000 euro bij als ik niet zou vertrekken, zowel voor mij als mijn verhuurder", vertelt hij. "Om mijn verhuurder niet in de problemen te brengen, ben ik binnen een week vertrokken." Danny trok tijdelijk in bij zijn moeder en kreeg uiteindelijk een kleine huurwoning in Hoedekenskerke.
'Vakantiegangers en bewoners gaan niet samen'
De gemeente Borsele blijkt inderdaad één van de gemeenten in Zeeland te zijn die wel actief controleren dat mensen van een chalet geen permanente woning maken. Want vaste bewoners en vakantievierders gaan niet goed samen, stelt wethouder Niels Kampstra (CDA). "Ritmes van vakantiegangers zijn toch anders dan dat je de volgende dag naar je werk moet."
Kampstra gaat er vanuit dat gemeenten inderdaad het laatste woord houden en zelf mogen bepalen hoe ze omgaan met permanente bewoning op vakantieparken. "Maar eerst maar eens zien waar het kabinet eind dit jaar meekomt."
