Omroep West
Vandaag, 11:00 • Aangepast Vandaag, 13:29 • 4 minuten leestijd

LEIDEN - Hoeveel dagen duurde het Beleg van Leiden? Hoe laat werd de stad bevrijd van de Spanjaarden? En, iets eenvoudiger: op welke dag, in welke maand en in welk jaar? De antwoorden op die vijf vragen liggen verscholen in een gedicht op de Sint Jeroensbrug. Volgens de overlevering kwamen hier 452 jaar geleden de watergeuzen de stad binnen, met haring en wittebrood voor de hongerige Leidenaren.
De gedenksteen in de brug even ontcijferen omdat je toevallig een omweg hebt gemaakt op weg naar de weekmarkt, sociëteit of plaatselijke grootgrutter is een nodeloze queeste.
Vanaf het idyllische Rapenburg laten de dichtregels zich het best bekijken, al houdt het langzaam voorbijstromende water de nieuwsgierige voorbijganger op afstand. Zo kunnen dagjesmensen, flanerende studenten en academici op hun lunchwandeling alleen een oneffenheid in de brug zien.
Wie het water op gaat, heeft meer geluk. Vanuit een sloep of rondvaartboot laten de dichtregels uit 1577 zich goed lezen. In dat jaar maakte de houten Sint Jeroensbrug plaats voor een stenen exemplaar. In de brugmuur werd een gedicht gemetseld dat herinnerde aan het Ontzet, drie jaar eerder.
Wie de vader van het dichtwerk is, staat niet vast. Bij kenners van de Leidse geschiedenis valt geregeld de naam van Jan van Hout. De stadssecretaris speelde een belangrijke rol tijdens het beleg en drukte ook in de jaren daarna zijn stempel op de stad. Bovendien was hij bij leven al bekend als een man die gedichten uitbracht.
Vast staat wel dat de huidige plaquette niet dezelfde is als de steen die in 1577 in de kademuur werd geplaatst. De restanten van het origineel liggen in Museum De Lakenhal. Erosie en ander natuurlijk ongemak, geholpen door mensenhanden, hadden in een paar eeuwen van een mooie herinnering een gebarsten en onleesbaar geheel gemaakt.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog nam een kopie zijn plaats in het metselwerk over. Dat exemplaar heeft inmiddels ook de nodige weerelementen doorstaan en is in een staat waar een restaurateur een mooie rekening voor kan presenteren.
Wel is er een klein verschil tussen beide stenen. Er stond nog een regel boven die ernstig verweerd was. Zuuct en vint hier... en ... van tijt dagh... was er te lezen. Waarschijnlijk was de volledige zin: Zuuct en vint hier tuer daer van tijt dagh maent en jaer, oftewel: Zoek en vind hier het uur daarvan, evenals de duur, de dag, de maand en het jaar. En daarbij komt men bij het raadsel van de Sint Jeroensbrug.
Men.VVas.in.groot.verdriet.
Men had groot verdriet,
VVant.eten.VVasser.niet.
want eten was er niet.
En.t'Volc.Van.hunger.schreiden.
En het volk huilde van de honger.
Ten.laetst.God.Neder.siet.
Ten slotte keek God neer
En.zunt.devr.deze.Vliet.
en stuurde door deze Vliet
Broot.spiz.en.dranc.in.Leiden.
brood, voedsel en drank naar Leiden.
Men stond in 1577 op het keerpunt tussen het gebruik van Romeinse en Arabische cijfers. Voor een tekst zijn Romeinse cijfers makkelijker als je ze wilt verbergen.
In zo'n chronogram schuilt het jaartal dat wordt herdacht tussen de letters. Dit gedicht bevat dertig Romeinse cijfertekens, waarbij de W als een dubbele V telt en de D buiten beschouwing blijft.
Van groot naar klein levert dat deze optelsom op:
- 1 x M: 1000
- 3 x C: 300
- 4 x L: 200
- 13 x V/U: 65
- 9 x I: 9
Samen: 1574, het jaar dat Leiden werd bevrijd.

Van 26 mei 1574 tot de ochtend van 3 oktober hield het beleg Leiden in zijn greep. Een zomer lang zat men achter de stadsmuren verscholen en verschanste men zich tegen de Spanjolen. Tot op de 131ste dag geuzenlieden Louis de Boisot met zijn troepen Leiden binnenkwam.
Het gedicht telt dan ook uit 131 tekens, voor elke dag dat het beleg duurde een letter. Wel wordt ook hier het spel met de W en VV gespeeld. Als je de W als twee V’s leest, kom je op 131. Anders houdt het bij 128 op.
De dag en de maand waarop Leiden werd bevrijd zijn via de onderstreepte letters te achterhalen. De letters 'drie' in het woord 'ver
driet' zijn namelijk onderstreept in het kunstwerkje.
Ook onder de letters die samen 'october' vormen is een lijntje aangebracht. Zodoende kom je op de dag dat Leidenaren massaal de straat opgaan om het huzarenstukje uit de zestiende eeuw nogmaals te herdenken.

De maker van het gedicht heeft er bewust voor gekozen om onder de letters die 'drie' vormen een volledige streep te gebruiken. Ook onder elke letter van 'october' is een lijntje aangebracht. Samen vormen ze er acht: een stille verwijzing naar het uur waarop de opstandelingen Leiden bereikten.
Om acht uur ’s ochtends voeren zij in de ochtendschemer de Vliet op, onder de houten Sint Jeroensbrug door, de hongerige stad tegemoet.