Omroep Gelderland
30 september, 06:15 • Aangepast 30 september, 13:03 • 4 minuten leestijd

ARNHEM - Wie permanent op een vakantiepark woont, weet voorlopig nog altijd niet waar hij aan toe is. Ondanks een oproep van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan blijven de meeste Gelderse gemeenten handhaven tegen permanente bewoning. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS en de regionale omroepen. Tussen gemeenten bestaan wel grote verschillen in de manier waarop zij optreden.
Permanent wonen op een vakantiepark is in Nederland niet automatisch toegestaan. Of iemand er mag wonen, hangt onder meer af van het omgevingsplan van de gemeente en de bestemming van de woning.
Veel gemeenten zijn tegen permanente bewoning van vakantiehuizen. De gemeente Brummen noemt het zelfs 'volstrekt onwenselijk'. Ook Winterswijk is tegen de oproep van de minister. "Recreatiewoningen moeten gebruikt worden voor recreatief verblijf."
Minister O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) kwam voor de zomer met een brief waarin ze meer zekerheid wil bieden aan mensen die permanent op een vakantiepark wonen. Eind dit jaar moet er een kader met afspraken liggen. Tot die tijd roept ze gemeenten op terughoudend te zijn met handhaving.
Het is niet de eerste keer dat het ministerie permanente bewoning van vakantieparken wil toestaan. Ook haar voorganger, Mona Keijzer, wilde dat tijdelijk mogelijk maken. Vrijwel alle Gelderse gemeenten waren daar destijds tegen.
Verschillende gemeenten zijn daarom niet van plan hun beleid aan te passen. "Nee, de wettelijke kaders blijven gelden: illegale bewoning is en blijft verboden", reageert de gemeente Zevenaar.
Ook Overbetuwe vindt dat niet alle recreatiewoningen geschikt zijn voor permanente bewoning. Als er wordt gehandhaafd, houdt de gemeente naar eigen zeggen rekening met de menselijke maat en de situatie van kwetsbare bewoners. "We zetten mensen die al permanent op een park wonen, niet zomaar op straat."
Ook andere gemeenten zeggen oog te hebben voor de gevolgen van handhaving. "De basislijn is dat het niet mag, maar achter iedere situatie gaan wel mensen schuil", reageert de gemeente Barneveld.
De gemeente benadrukt dat vakantieparken belangrijk zijn voor recreatie, toerisme en de lokale economie. Het uitgangspunt blijft daarom dat de parken bedoeld zijn voor recreatief verblijf. Tegelijkertijd wil Barneveld zorgvuldig omgaan met mensen die er permanent wonen. "In schrijnende situaties moet worden gezocht naar legalisatie of een passend alternatief, in lijn met de landelijke afspraken."
De minister heeft gemeenten gevraagd om in schrijnende gevallen te bekijken of bestaande woonsituaties gelegaliseerd kunnen worden. Als dat niet mogelijk is, moet worden gezocht naar een passende oplossing, bijvoorbeeld ondersteuning bij het vinden van andere huisvesting.
Van de Gelderse gemeenten die aan het onderzoek meededen, zegt alleen Berg en Dal de handhaving sinds de brief van de minister te hebben stilgelegd. Dat gebeurt 'in afwachting van de afspraken met het ministerie'.
Harderwijk is niet enthousiast over het handelingskader dat de minister wil invoeren. Hoewel nog niet duidelijk is hoe de afspraken er precies uit gaan zien, vreest de gemeente dat de aankondiging juist voor meer onzekerheid zorgt.
"De minister creëert naar onze mening door het aankondigen van een landelijk handelingskader opnieuw onzekerheid en mogelijk valse verwachtingen bij permanente bewoners", reageert Harderwijk.
Volgens de gemeente is het handelingskader geen wetgeving waaraan gemeenten juridisch gebonden zijn. Harderwijk zegt dan ook niet van plan te zijn het kader over te nemen.
Dat standpunt is opvallend, omdat Harderwijk zelf al zo'n vier vakantieparken heeft omgevormd tot woonwijken. Volgens de gemeente was dat nodig omdat sommige parken hun recreatieve functie hadden verloren.
Toch bleek het effect op de woningmarkt beperkt. "Veel bewoners hadden al een eigen huis of een ander adres, waardoor de druk op de woningmarkt nauwelijks afneemt", reageerde Harderwijk eerder.
De minister benadrukt in een schriftelijke reactie dat gemeenten zelf verantwoordelijk blijven voor de afweging om te handhaven. Een lokale situatie kan daar aanleiding toe geven. Wel verwacht ze dat gemeenten die afweging zorgvuldig maken.
Uit het onderzoek van de NOS en de regionale omroepen blijkt dat het voor bewoners veel uitmaakt in welke gemeente hun vakantiepark staat.
Zo zegt Oude IJsselstreek alleen te handhaven als daar een verzoek toe komt. Andere gemeenten controleren structureel op permanente bewoning en treden op tegen bewoners die de regels overtreden.
Er zijn ook gemeenten die wel willen handhaven, maar daarvoor onvoldoende capaciteit hebben. Brummen noemt permanente bewoning 'volstrekt onwenselijk', maar treedt er momenteel niet tegen op vanwege een gebrek aan capaciteit.
Hoewel de meeste gemeenten blijven handhaven, benadrukken zij dat bewoners niet zomaar op straat mogen belanden en dat elke situatie afzonderlijk moet worden beoordeeld. Ook voor de minister is dat een belangrijk uitgangspunt bij het handelingskader dat eind dit jaar wordt verwacht.
'Het is aan gemeenten om binnen de landelijke afspraken de balans te vinden tussen het behoud van recreatiemogelijkheden en het bieden van een oplossing voor bewoners in schrijnende situaties', reageert de minister in een schriftelijke reactie.
Verantwoording
De regionale omroepen vroegen alle 342 gemeenten in Nederland naar hun beleid met betrekking tot permanent wonen op vakantieparken. Van 241 gemeenten kregen we een reactie. Daarvan zijn 170 gemeenten meegenomen in dit onderzoek omdat zij 1 of meer vakantieparken in hun gemeenten hadden en/of inhoudelijk reageerden. De conclusies in dit verhaal zijn daarop gebaseerd. Van de Gelderse gemeenten reageerden iets meer dan 30 gemeenten met vakantieparken op vragen.