Omroep Gelderland

Waarom verlaagt Nederland de brandstofbelasting niet?

Erik van Dam 4 min lezen

Omroep Gelderland

Vandaag, 10:49 • Aangepast Vandaag, 16:23 • 4 minuten leestijd

Afbeelding ter illustratie.

© ANP

Nu Duitsland de belasting op benzine en diesel opnieuw heeft verlaagd, wordt het prijsverschil met Nederland groter. Omroep Gelderland sprak donderdag meerdere Nederlanders die tankten in Duitsland en zich hardop afvroegen waarom Nederland niet dezelfde maatregel neemt. Daarvoor zijn verschillende redenen.

Deze Nederlanders trokken donderdag naar Emmerich om te tanken:

Weer goedkoop tanken over de grens

De vraag waarom Nederland de energiebelastingen niet eveneens verlaagt, kwam dit voorjaar al uitgebreid aan de orde in de Tweede Kamer. Het kabinet ziet daar verschillende bezwaren tegen. De belangrijkste zijn de kosten voor de schatkist en de beperkte gerichtheid van een algemene korting.

Een verlaging van de accijns kost de overheid veel geld. In een Kamerbrief van 15 juni 2026 zet het kabinet verschillende mogelijkheden op een rij.

Als Nederland de accijnzen niet meer jaarlijks zou indexeren, zou dat op termijn ongeveer 800 miljoen euro per jaar kosten. De accijnstarieven op het huidige niveau houden kost structureel ongeveer 1,7 miljard euro per jaar. Als Nederland de accijns zou verlagen tot het niveau van België en Duitsland, zou dat volgens het kabinet ongeveer 2,9 miljard euro aan jaarlijkse inkomsten kosten.

Dat geld kan de overheid vervolgens niet meer aan andere zaken besteden. Het kabinet kiest daarom niet voor het structureel stoppen met de jaarlijkse indexatie. Daarvoor zou elders op de begroting geld moeten worden gevonden.

De accijns is een belangrijke verklaring voor het prijsverschil met Duitsland en België. Volgens de cijfers van het kabinet bedraagt de Nederlandse accijns in 2026 84,5 cent per liter benzine en 55,2 cent per liter diesel. In Duitsland is dat 65,45 cent voor benzine en 47 cent voor diesel en België zit op 60 cent voor zowel benzine als diesel.

Daar komt bij dat Nederland de accijns jaarlijks indexeert. Duitsland en België doen dat niet. Daardoor kan het verschil de komende jaren verder oplopen. De Tweede Kamer vroeg het kabinet in maart daarom te onderzoeken hoe voorkomen kan worden dat de kloof met de buurlanden steeds groter wordt.

Nederlanders in de rij bij een Duits tankstation.

© Omroep Gelderland

Het kabinet erkent in de Kamerbrief dat de accijnstarieven een belangrijke bijdrage leveren aan het prijsverschil. Maar ook de olieprijs, kosten en marges in de productieketen, distributiekosten en de bijmenging van biobrandstoffen spelen een rol.

Nederland verlaagde de brandstofaccijns tijdens de energiecrisis van 2022 en die korting geldt nog steeds. Zonder die bestaande korting zouden de prijzen aan de pomp volgens de NOS ongeveer 11 cent per liter hoger liggen.

Toen de brandstofprijzen dit voorjaar sterk opliepen, koos het kabinet opnieuw niet voor een grote accijnsverlaging. Staatssecretaris Eerenberg noemde zo'n maatregel in april tegenover RTL Nieuws "kostbaar en ongericht". Iedereen die brandstof koopt krijgt de korting immers, ongeacht inkomen of de mate waarin iemand afhankelijk is van de auto.

Het kabinet koos daarom voor andere maatregelen, waaronder een hogere onbelaste kilometervergoeding en tijdelijke aanpassingen voor bedrijfswagens. Het pakket kostte in totaal 967 miljoen euro.

Een klant gooit de tank vol.

© ANP

Een andere vraag is of de overheid bij hogere brandstofprijzen meer btw binnenkrijgt. Een deel van die extra inkomsten zou kunnen worden gebruikt om de accijns te verlagen.

Volgens het kabinet werkt dat niet zo eenvoudig. In de Kamerbrief van juni staat dat de hogere brandstofprijzen in maart naar schatting 18 miljoen euro extra btw-inkomsten opleverden. Daar stond 10 miljoen euro minder accijnsinkomsten tegenover. Per saldo bleef zo 8 miljoen euro over.

Bovendien kunnen mensen door hogere brandstofprijzen minder uitgeven aan andere producten waar ook btw over wordt geheven. Het uiteindelijke effect op de totale belastinginkomsten is daarom niet goed vast te stellen.

De brandstofprijs is niet alleen een financiële kwestie. Het kabinet noemt in de Kamerbrief ook de hoeveelheid biobrandstoffen die in benzine en diesel wordt bijgemengd. Die bijmenging maakt brandstof momenteel naar schatting ongeveer 6 cent per liter duurder, maar is volgens het kabinet ook onderdeel van het beleid om de klimaatdoelen te halen en Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen.

Een maximumprijs, zoals in België, ziet het kabinet niet zitten. Wel wordt onderzocht of meer prijstransparantie de prijzen kan verlagen.