
30 sep 2026 om 13:15
Update: 3 dagen geleden
Wie een politieagent, ambulancemedewerker of iemand anders met een publieke taak mishandelt, kan rekenen op een fors hogere strafeis. Het kabinet heeft daarover nieuwe afspraken gemaakt met de politie en het OM.
In de politiek leeft al langer de wens om geweld tegen hulpverleners en andere mensen met een publieke taak zwaarder te bestraffen. Het uitgangspunt was al dat dit soort geweldsdelicten iemand een 200 procent hogere straf zouden opleveren dan wanneer het slachtoffer géén hulpverlener is. Maar dat bleek in de praktijk amper te worden toegepast.
Justitieminister David van Weel heeft daarom nieuwe afspraken gemaakt met de politie en het Openbaar Ministerie (OM). In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister dat nu concreet is uitgewerkt hoe die zwaardere straffen eruit moeten zien. De officier van justitie hoeft daardoor niet langer zelf te berekenen hoeveel hoger de straf moet uitvallen. De nieuwe richtlijn moet vanaf donderdag gelden.
In die richtlijn staat ook dat een geldboete of taakstraf "geen passende sanctie" is bij geweldsdelicten tegen hulpverleners. Een celstraf is beter, vinden de bij de afspraak betrokken partijen.
Van Weel noemt als voorbeeld dat voor een poging tot zware mishandeling, waarbij geen wapen is gebruikt en niemand gewond is geraakt, een taakstraf van tachtig uur kan worden geëist. Is het slachtoffer een agent, ambulancemedewerker of docent, dan is het uitgangspunt drie maanden celstraf.
VVD en JA21 willen zo'n taakstrafverbod wettelijk vastleggen en dienden daarom eerder dit jaar een wetsvoorstel in. Daar gaat de Kamer zich later nog over buigen, en Van Weel zegt dat af te willen wachten. Eerdere pogingen tot zo'n taakstrafverbod konden nog op flinke kritiek rekenen, onder meer van de Raad van State.
Van Weel hoopt op zwaardere straffen
De woensdag naar buiten gebrachte richtlijn betekent overigens niet dat er altijd zwaardere straffen opgelegd gaan worden. Als de officier van justitie van deze richtlijn afwijkt, moet hij of zij wel beter onderbouwen waarom.
Van Weel hoopt dat de nieuwe richtlijn ervoor zorgt dat er zwaardere straffen opgelegd gaan worden. Over een jaar of drie wil hij de richtlijn evalueren om te kijken of dat echt het geval is. Zo niet, dan liggen minimumstraffen volgens de minister "nadrukkelijk op tafel".
De rechtspraak zelf heeft al meermaals aangegeven weinig heil te zien in minimumstraffen in dit soort situaties. Rechters zouden zo namelijk de ruimte missen om maatwerk toe te passen.