VRT NWS

Lokaal parket weigerde bijkomend bewijsmateriaal van universiteitspolitie te onderzoeken in Cornell-verkrachtingszaak

Jani Lambrechts 2 min lezen

Artikel luisteren

3min

Meer info

In het onderzoek naar de mogelijke groepsverkrachting aan de Amerikaanse universiteit Cornell hebben medewerkers van het lokale parket 2 jaar geleden geweigerd om bijkomend bewijsmateriaal te onderzoeken dat hen werd aangeleverd door de politiedienst van de universiteit. Dat schrijft de Amerikaanse krant The New York Times. 

Uit documenten van de universiteitspolitie die The New York Times kon inkijken, blijkt dat de campusagenten nog veel meer bewijsmateriaal hadden verzameld nadat een studente in 2024 melding maakte van een groepsverkrachting. Ze namen onder meer bijkomende verhoren af en konden chatberichten inkijken. Ze zouden ook contact gelegd hebben met verschillende advocaten van de verdachten. 

Toch besliste openbaar aanklager Matthew Van Houten om dat bijkomend onderzoek niet te bekijken, omdat op basis van de verklaringen van het slachtoffer al was beslist dat er geen strafbare feiten waren gepleegd.

De zaak draait rond een groepsverkrachting die in 2024 plaatsvond aan Cornell University, een van de meest prestigieuze 'Ivy League'-universiteiten van het land. Daar zou een studente door 7 mannen van de Chi Pi-studentenvereniging urenlang zijn misbruikt en verkracht. 

De vrouw - die de anonieme naam 'Jane Doe' kreeg - diende een klacht in bij de universiteitspolitie. Uiteindelijk zijn 2 mannen weggestuurd van de universiteit, terwijl de andere daders schorsingen kregen of workshops moesten volgen. De lokale procureur die de zaak had onderzocht, weigerde echter een strafzaak in gang te zetten.

De zaak werd , omdat er geen bewijs voorhanden was dat het slachtoffer tegen haar wil gedrogeerd was, niet meer in staat was om toestemming te geven of gedwongen werd om seks te hebben.

Die beslissing nam de openbaar aanklager op basis van een verklaring van het slachtoffer zelf aan de campuspolitie van de universiteit. Daaruit zou zijn gebleken dat haar druggebruik en seksuele betrekkingen vrijwillig waren. 

Het onderzoek is nu opnieuw geopend, omdat de voormalige studente een klacht heeft ingediend tegen de universiteit en de 7 mannen die haar 2 jaar geleden zouden hebben gedrogeerd en verkracht. De zaak wordt nu geleid door een speciale aanklager, Letitia James, omdat de gouverneur van de staat New York geen vertrouwen meer heeft in de lokale diensten. 

Ze beloofde ook dat er een aanpassing van een wet zou komen. Die wet maakt het momenteel voor slachtoffers moeilijk om als slachtoffer van verkrachting erkend te worden, als ze vooraf vrijwillig alcohol of drugs hebben gebruikt.