Artikel luisteren
5min
Meer info
Wie in België paardenvlees eet, krijgt dat meestal niet van een Belgisch paard op zijn bord. Ons land blijkt vooral een draaischijf te zijn voor ingevoerd paardenvlees, voornamelijk uit Zuid-Amerika. Tegelijk lopen onderzoeken naar fraude met slachtpaarden en waarschuwen dierenrechtenorganisaties voor problemen met de traceerbaarheid van het vlees.
Uit recent onderzoek van Gaia blijkt dat bijna één op de drie onderzochte frituursnacks paardenvlees bevat. In sommige gevallen gaat het om aanzienlijke hoeveelheden, terwijl consumenten zich daar niet altijd bewust van zijn.
Belgen eten gemiddeld ongeveer 700 gram paardenvlees per persoon per jaar. Dat blijkt uit cijfers van Gaia. Toch zijn er in België vrijwel geen paardenkwekerijen die dieren specifiek voor de vleesproductie houden.
Wel worden paarden en andere paardachtigen geslacht. Volgens cijfers die in het onderzoek worden aangehaald, werden vorig jaar 1.662 paardachtigen verwerkt in Belgische slachthuizen. Het gaat daarbij voornamelijk om paarden, maar ook pony's, ezels en zelfs kruisingen tussen zebra's en ezels kunnen in de voedselketen terechtkomen.
Die aantallen volstaan niet om aan de Belgische consumptie te voldoen.
Daarom importeert België grote hoeveelheden paardenvlees uit het buitenland. Vorig jaar werd er 12.268 ton paardenvlees ingevoerd, terwijl 8.560 ton opnieuw werd uitgevoerd. Daarmee fungeert België als een belangrijke draaischijf in de internationale handel van paardenvlees.
Een groot deel van het ingevoerde vlees komt uit Argentinië. Daar worden paarden volgens leveranciers vaak gehouden op grote boerderijen en ingezet als werkdieren. Wanneer ze ouder worden, kunnen ze naar het slachthuis worden gebracht, waarna het vlees naar Europa wordt geëxporteerd.
De herkomst van paardenvlees ligt extra gevoelig door recente fraudeonderzoeken. Vorige maand werden 3 verdachten opgepakt in een internationaal onderzoek naar gesjoemel met paardenpaspoorten. Volgens de onderzoekers zouden sport- en rijpaarden ten onrechte als slachtpaarden zijn geregistreerd.
Dat is problematisch, omdat paarden een uniek dubbel statuut hebben. Een eigenaar moet bij de identificatie van het dier aangeven of het ooit voor menselijke consumptie mag worden gebruikt. Krijgt een paard bepaalde geneesmiddelen toegediend, dan wordt het automatisch uitgesloten van de voedselketen.
Het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) waarschuwt dat manipulatie van paardenpaspoorten de traceerbaarheid ondermijnt. Daardoor is niet meer met zekerheid vast te stellen welke medicatie een dier heeft gekregen. Vooral bij voormalige sportpaarden kan dat risico's opleveren voor de voedselveiligheid.
Volgens dierenrechtenorganisatie Gaia zijn er ook vragen over de controle op paarden die in Zuid-Amerika voor de Europese markt worden geslacht. De organisatie wijst erop dat dieren vaak over grote afstanden naar verzamelcentra worden vervoerd, waar ze pas later worden geregistreerd en gechipt. Daardoor zou het moeilijk zijn om hun volledige voorgeschiedenis te achterhalen.
De Argentijnse controle-instantie SENASA moet erop toezien dat Europese regels worden nageleefd. Leveranciers benadrukken dat de slachthuizen waarmee zij samenwerken officieel erkend zijn en onder toezicht staan van die autoriteiten.
Naast de discussie over de traceerbaarheid loopt ook een debat over dierenwelzijn. Gaia en andere dierenrechtenorganisaties publiceerden beelden van paarden die volgens hen onder moeilijke omstandigheden worden vervoerd. Zij spreken onder meer over lange transporten, blootstelling aan extreme weersomstandigheden en gebrekkige opvang in verzamelcentra.
Tegenover die kritiek staan rapporten van het programma Respectful Life , een initiatief van FEBEV (Federatie van het Belgische vlees). Daarin wordt gewezen op verbeteringen aan infrastructuur, beschutting en monitoring van slachthuizen in onder andere Argentinië en Uruguay. Europese inspecteurs voerden bovendien audits uit waarbij de onderzochte slachthuizen aan de voorschriften voldeden.
Toch blijft de discussie voortduren. Dierenrechtenorganisaties stellen dat aangekondigde inspecties een te rooskleurig beeld kunnen geven, terwijl verborgen camera's volgens hen andere situaties tonen. FEBEV werd door Radio 1 gecontacteerd met vragen over de fraude en hun initiatief, maar wenste niet te reageren.
De bevoegde controle-instanties in Europa en Zuid-Amerika proberen de herkomst van paardenvlees te bewaken, maar de combinatie van internationale handel, het bijzondere statuut van paarden en eerdere fraudegevallen maakt volledige traceerbaarheid moeilijk. Daardoor blijft de vraag waar het paardenvlees op het bord vandaan komt, niet altijd eenvoudig te beantwoorden.