‘Wanneer moet je dit doorgeven?’ vraag ik. ‘Morgen.’ Er valt een korte stilte. Dochter zegt het alsof het over drie weken is.
Ik vraag niet waarom ze hier nu pas mee komt. Ik ken dit soort ‘morgen.’ Dat je denkt: kan later ook. Tot later ineens vandaag is.
'Zelfmedelijden dreigde me op te slurpen. Dit was het moment waarop ik me moest herpakken'Lees ook
Ze moet een hoofdvak voor haar tweede studiejaar kiezen. Mijn hoofd maakt er meteen ‘voor de rest van haar leven’ van. Dochter heeft al een online les gehad, zegt ze. Ruim een uur. Mooi. Ze is ermee bezig. Omdat de deadline morgen is, en we zo naar opa en oma gaan, kijken we samen een stukje van de les terug. Mijn vrouw schudt haar hoofd, regelt belangrijke dingen eerder.
Educatie komt als eerste voorbij. Terwijl we proberen te focussen, vraag ik of we straks nog even langs IKEA gaan. Dat wil ze. We strepen Educatie door. Dat is meer iets voor haar moeder. Branding & advertising valt ook al snel af. Ze voelt het niet. Ik voel het zelf ook niet. Maar goed. Ik hoef ook niet te kiezen.
Een uur later struinen we door IKEA, op zoek naar een petit bureau voor haar studentenkamer. Die kamer heeft ongeveer drie vierkante centimeter meer ruimte dan haar bed. Klein dus. Er moet een spiegel op passen. En haar laptop. Zodat ze vanuit bed televisie kan kijken. Studeren doet ze niet aan een bureau. Dat snap ik. Deed ik zelf ook niet.
Na een uur hebben we geen bureau. Wel handdoeken. Een hele stapel. We belanden bij het beddengoed. Dekbedovertrekken: zachtroze of strepen. Mijn vrouw en dochter gaan er eens goed voor staan. Ik loop door. Bij de uitgang kijk ik op mijn horloge, zie dat ze me niet gevolgd zijn en draai om.
'Nee zeggen lukt mij niet. Ik zeg ja. Ook tegen een onbekende op het strand'Lees ook
“Waar twijfelen jullie over?” vraag ik. “Welke zou jij doen?” Ik gok. “De roze.” “Dat zeg je alleen maar om ervan af te zijn.” Mijn vrouw koos ook roze. De gestreepte, die dochter wil, blijkt uitverkocht. Toch duurt het nog een kwartier voor ze met roze instemt. “Die hoes bepaalt wel de hele uitstraling van het interieur.”
Bij de volgende ruimte blijven we weer hangen. “Niet te lang op één plek staan, hè,” zeg ik. “Dat zei je net ook al.” Even later sta ik zelf naar een kunstwerk te kijken. “Niet te lang op één plek toch?” klinkt het achter me. Op weg naar mijn ouders gaat de laptop weer open. Dochter vervolgt de les en wij luisteren mee. Audiovisueel. Filmpjes maken. Monteren. Presenteren. Podcasts. Ik word enthousiast. Sterker nog: ik bén enthousiast. Ik doe dit soort dingen zelf ook. Dit past bij mij, ik bedoel, bij haar.
Voor ik het weet, ben ik niet meer aan het luisteren, maar alvast aan het invullen. Ik kijk naar mijn vrouw. Aan haar gezicht zie ik, dat ik mijn mond moet houden. Ik klem mijn kaken op elkaar. Op het terras bij mijn ouders vertelt dochter over haar keuzes. Ik vul aan dat de deadline morgen is. Dan vraagt ze mijn moeder: “Hoe deed papa dat vroeger eigenlijk, toen hij op de School voor Journalistiek zat?”
Ma denkt even na. “Overleggen met ons deed hij niet.” Pa knikt. “We kochten een elektrische typemachine met ingebouwde typex voor hem. Een heel duur ding. Volgens mij heeft hij die nooit aangeraakt.” Nu knik ik. “En toen hij zijn studierichting moest kiezen?” “Dat deed hij zelf.” “Op tijd?” Mijn moeder kijkt haar aan. “Nou …”
Ik voel hem aankomen.
“Hij moest zijn keuze voor een hoofdvak op papier zetten. En koos pas toen hij in de rij stond om het formulier in te leveren.” Dochter kijkt me onderzoekend aan. Het klopt. Ik kruiste zelf, op het aller-allerlaatste moment TV aan. Ik beslis gewoon graag onder druk. “Dus jij gaat tegen míj zeggen dat ik laat ben?” Touche.
Na het eten zetten we dochter, met handdoeken en al, af bij het station. Mijn vrouw en ik rijden naar huis. “Goed dat we onze voorkeur voor ons hebben gehouden”, zeg ik tevreden. Mijn vrouw kijkt op van haar telefoon. “Ze appt.” “Wat heeft ze?” “Ze kiest Audiovisueel.”
Ik glimlach. Mooi. Ze heeft zelf gekozen. Mijn vrouw leest verder. “Ze heeft de les in de trein nog uitgekeken. De deadline blijkt pas 11 oktober.” Ik kijk uit het raam. Ruim op tijd. Mijn vrouw kijkt nog eens naar haar telefoon en lacht: “Ze lijkt meer op mij dan jij denkt.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik ben geen geluksgoeroe (gelukkig niet), maar het ontroert me dat mijn woorden haar raken'Lees ook