VRT NWS

Trump vergelijkt olieprijzen met die van zijn voorgangers, maar vergeet eigen rol in de prijsstijging

Bram Vandendriessche 5 min lezen

Artikel luisteren

6min

Meer info

De olieprijzen mogen dan wel door het dak gaan, toch beweert de Amerikaanse president Donald Trump dat de situatie onder zijn voorgangers nog veel slechter was. Dat illustreert hij met een foto die hij op zijn socialemediakanaal Truth Social plaatste. De cijfers die hij deelt, blijken grosso modo overeen te komen met officiële data, maar de olieprijs wordt door veel meer factoren bepaald dan alleen het beleid van de president. 

In het kort:

  • Amerikaans president Donald Trump beweert dat de hoge olieprijzen nog meevallen in vergelijking met zijn voorgangers.

  • Maar de prijs van olie wordt door veel meer factoren beïnvloed dan door de acties van de Amerikaans president.

  • Vaak liggen externe factoren zoals globale conflicten aan de basis van prijspieken, maar het huidige conflict dat hoge olieprijzen veroorzaakt, heeft Trump zelf gestart.

308 dagen van piekende olieprijzen onder president Barack Obama en nog maar 24 onder Trump. Zo wil president Trump aantonen dat het best wel meevalt met de hoge olieprijzen van de laatste maanden. Via zijn eigen socialemediakanaal Truth Social deelde hij een opmerkelijke foto  die de olieprijzen vergelijkt met zijn 2 voorgangers.

De foto die Trump deelt op Truth Social waarin hij per president het aantal dagen toont waarop de olieprijs boven de 100 dollar uitsteeg

Tijdens de 2 ambtstermijnen van president Obama (van 2009 tot 2017) zou een vat ruwe olie maar liefst 308 dagen meer dan 100 dollar gekost hebben. En ook tijdens de termijn van Joe Biden (van 2021 tot 2025) zou de olie 83 dagen de kaap van 100 dollar hebben gerond. Dat terwijl tijdens de eerste termijn van Trump van 2017 tot 2021 die grens geen enkele keer zou zijn overschreden, en tijdens zijn huidige ambtstermijn, voorlopig maar 24 dagen.

Het verschil tussen president Trump en zijn voorgangers lijkt dus groot. Maar kloppen de cijfers ook?

Hoe de berekening is gemaakt en op basis van welke cijfers, daar hebben we het raden naar. Welke maatstaf werd gebruikt voor de prijs van ruwe olie? En wordt een dag met slechts een paar minuten boven 100 dollar ook meegeteld of niet?

Een mailtje met die vragen naar de Trump-administratie leverde alleen een automatisch antwoord op met onderwerp "Welcome to the Golden Age". Zelf aan de slag dan maar.

Op basis van de prijs van WTI-olie (West Texas Intermediate, de belangrijkste maatstaf voor verhandelde olie in de VS) blijkt dat er tijdens de ambtstermijnen van Trump 31 dagen waren waarop de olie meer dan 100 dollar per vat kostte, bij Obama en Biden waren dat respectievelijk 297 en 87 dagen. Niet exact dezelfde cijfers dus, maar grosso modo liggen ze wel in lijn met wat Trump deelt.  Als we het berekenen op de prijs van een vat Brentolie (een andere internationale maatstaf), blijken de cijfers per president zelfs nog veel hoger te liggen: 66 dagen bij Trump, 859 bij Obama en 115 dagen bij Biden. 

Belangrijke kanttekening: de ambtstermijn van Trump loopt nog bijna 2,5 jaar, waardoor zijn cijfer uiteraard nog kan oplopen. 

"Dat is te kort door de bocht", zegt Sjorre Couvreur, postdoctoraal onderzoeker aan de Koninklijke Militaire School en de UGent . "De olieprijs wordt namelijk beïnvloed door allerlei factoren en wordt niet zozeer bepaald door het presidentsbeleid in de VS."

Zo stond onder Obama de olieprijs volgens hem lang erg hoog, "door aanhoudende globale schokken waar Obama zelf weinig vat op had". Hij verwijst onder meer naar de onrust in het Midden-Oosten.

"Tijdens de Arabische Lente in 2011 viel de Libische olieproductie tijdelijk bijna volledig weg, en in 2014 dreigde de opmars van IS de Iraakse productie te raken", legt hij uit. Veel vraag, maar minder aanbod: dat jaagt de prijs de hoogte in.  

Ook tijdens de ambtstermijn van Biden ging de olieprijs de hoogte in door een geopolitieke schok, waar Biden zelf weinig grip op had. "De inval van Rusland in Oekraïne in 2022 veroorzaakte een wereldwijde energiecrisis", zegt Jan Van Hove, professor internationale economie aan de KU Leuven. "Terwijl op dat moment de vraag naar olie heel groot was, dankzij een sterke globale economie."

Obama en Biden konden zelf weinig doen aan de geopolitieke gebeurtenissen die de olieprijs deden stijgen. En daar ligt het grote verschil met Trump, volgens Couvreur: "Het huidige conflict tussen de VS en Iran heeft Trump zelf gestart", zegt Couvreur.

"Door dat conflict is de aanvoer van olie uit het Midden-Oosten veel minder betrouwbaar, en dat heeft prijsstijgingen tot gevolg." Met andere woorden: bij Trump wordt de hoge olieprijs niet bepaald door externe factoren, maar door een conflict dat hij zelf heeft gelanceerd. 

Vaak liggen externe factoren aan de basis, maar het huidige conflict tussen de VS en Iran, dat heeft Trump zelf gestart

Sjorre Couvreur, postdoctoraal onderzoeker aan de Koninklijke Militaire School en UGent

"Trumps vergelijking met Obama en Biden is daarom 'appelen met peren vergelijken'", aldus nog Couvreur. "Want Trumps voorgangers hebben niet zelf op de prijsschok aangestuurd."

Trump ging er wellicht vanuit dat het conflict snel opgelost zou zijn, waardoor de impact op de olieprijzen klein zou zijn, maar volgens Van Hove was dat een "fundamenteel verkeerde inschatting". 

Volgens Couvreur moet de vergelijking die Trump deelde dan ook gezien worden als politieke framing van de Republikeinse partij. De Amerikaanse bevolking wordt duidelijk ongerust over de aanhoudende prijsstijgingen, en met de vergelijking wil Trump bewijzen "dat het best wel meevalt".

Maar Trump wil vooral de bevolking aan zijn kant krijgen, en zeker met de Midterms in aantocht, wil hij zichzelf eens te meer op de borst kloppen. Want Amerikanen die tevreden zijn over zijn beleid, dat zou wel eens het verschil kunnen maken in het stemhokje.