Misdaad
27 september, 06:03 • Aangepast 28 september, 11:29 • 3 minuten leestijd

Als agent, aanklager en rechter kreeg Ben Hendriks (69) de meest verschrikkelijk dingen voor de kiezen. Toch verloor de Almeloër het onderscheid tussen daad en mens nimmer uit het oog, zegt hij in een interview naar aanleiding van zijn pensioen.
Wat hij het liefst deed? De 69-jarige Hendriks kan niet kiezen tussen zijn werk bij politie, justitie en de rechtbank. "Dat liep synchroon aan mijn leeftijd. Ze passen allemaal bij een levensfase, ik groeide erin, heb nooit hoeven solliciteren", vertelt hij in de rechtbank van Almelo, waar afgelopen vrijdag een afscheidsfeestje plaats heeft.
De actie zat vooral in het begin van zijn carrière, bij de gemeentepolitie van Rotterdam. Hij was onder meer pelotonscommandant bij de Mobiele Eenheid en projectleider overlastbestrijding prostitutie- en drugsproblematiek aan bijvoorbeeld de beruchte Keileweg (bekende prostitutieplek van weleer, red.). "Dat was in de tijd dat Yvonne Keuls verschillende boeken over verslaving schreef, zoals De moeder van David S. en Het verrotte leven van Floortje Bloem."
Want vroeger was echt niet alles beter. Misdaad tierde in de jaren tachtig welig in de havenstad, waar moord aan de orde van de dag was. "Zeker 42 doden per jaar door geweld. Veel meer dan nu. Nu wordt misdaad veel meer uitvergroot, omdat er veel media zijn. Ik had overigens geen ervaring toen ik bij de politie begon, ik was jurist en kwam van Defensie."
Met zijn geheugen is niks mis. Hendriks beschrijft gebeurtenissen uit een ver verleden alsof ze gisteren zijn gebeurd. Ze staan op zijn netvlies gebrand, tot in de kleinste details. Sommige dagen springen eruit. Zoals 30 mei 1986, toen hij ontsnapte aan de dood tijdens de achtervolging van een Italiaanse misdaadbende.
Mensen willen toch gehoord worden. Ook wanneer ze forse straffen krijgen
"De zaak Osterman, een bankdirecteur wiens vrouw was ontvoerd voor losgeld. Een boek van Ludlum is daar losjes op gebaseerd. Ik heb tijdens de achtervolging een paar keer oog in oog met de daders gestaan, ze hadden mitrailleurs. Die mannen keken niet naar een mens meer of minder. Ik heb toen echt geluk gehad, anders had ik hier niet gezeten.
Toen ik terug kwam vroegen ze me direct een compositietekening te maken met een tekenaar, nazorg bestond nog niet. Later heeft een verdachte gezegd dat ie het een fantastische dag vond. Elk jaar denk ik die dag aan wat er veertig jaar geleden is gebeurd."
Zijn start als aanklager lag eveneens in Rotterdam. In die functie kwam hij in Twente terecht, waar hij ook genoeg meemaakte, zoals de nasleep van de vuurwerkramp. Een zaak eruit lichten is onbegonnen werk. Te veel om op te noemen, al schudt Hendriks ze makkelijk uit de mouw.
Van spijt of afstomping is na al die jaren geen sprake, zegt Hendriks. Bang voor wraak van veroordeelde mensen is hij naar eigen zeggen nooit geweest. "Ze weten dondersgoed dat ze het risico lopen om gepakt worden. Soms zit er iets van respect voor de rechter. Mensen willen toch gehoord worden. Ook wanneer ze forse straffen krijgen. Ja, ik blijf verdachten als mens zien. Ik hoef niet over de persoon te oordelen, alleen over de daad."
Vrijdag werd bekend dat dat Hendriks is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.