De Nederlandse koning Willem-Alexander.
Artikel luisteren
7min
Meer info
De koninklijke familie van Nederland heeft het kolonialisme eeuwenlang gesteund én daar veel geld mee verdiend. Tegelijk had het relatief weinig te zeggen over het koloniale beleid. Dat blijkt uit onderzoek over de rol van de Oranjes in dat koloniale beleid. Koning Willem-Alexander is naar eigen zeggen diep geraakt door het rapport: "Ik kan het verleden niet veranderen, maar wel mijn bijdrage leveren aan de toekomst".
Het onderzoek is gevoerd door een commissie die jaren geleden de opdracht kreeg om de band van de Oranjes met het kolonialisme en het Nederlandse koloniale beleid te doorgronden.
Dat gebeurde op vraag van Willem-Alexander zelf. Hij heeft het onderzoek betaald en de ruim 60 deskundigen toegang gegeven tot de koninklijke archieven. Het resultaat van het onderzoek is opgenomen in een reeks van 5 verschillende boeken, die in totaal 2.000 bladzijden beslaan.
De belangrijkste conclusie? "Het Huis Oranje-Nassau was met overtuiging en zonder wezenlijke bedenkingen betrokken bij het kolonialisme." De koloniale gebieden en macht hebben de allure van de Oranjes doorheen Europa ook vergroot.
"Alle stadhouders, koningen en koninginnen - althans tot en met Wilhelmina - waren overtuigd van de legitimiteit van het kolonialisme en het belang ervan voor Nederland", verklaart hoofdonderzoeker Gert Oostindie.
Met de Verenigde Oost-Indische Compagnie was Nederland een belangrijke koloniale speler in Azië.
Het Nederlandse koningshuis was echter niet de drijvende kracht achter het kolonialisme. Die macht lag bij de Staten-Generaal en de Verenigde Oost-Indische Compagnie, die de plak zwaaide in de Nederlandse gebieden in Azië. Alleen koning Willem I (die regeerde van 1813 tot 1840) bepaalde eigenhandig het koloniaal beleid, maar zijn opvolger moest die macht opnieuw uit handen geven.
"Het Nederlands kolonialisme was belangrijker voor de Oranjes dan andersom", klinkt het. "Zonder de Oranjes was Nederland ook wel een koloniale mogendheid geworden." De familie bracht vooral morele steun voor het kolonialisme: "een symbolische legitimering" van het beleid.
Daarnaast heeft het kolonialisme de Nederlandse koninklijke familie vooral veel welvaart gebracht: in de 19e eeuw hebben de Oranjes maar liefst 576 miljoen euro verdiend. Het overgrote deel daarvan kwam binnen via de VOC en de opbrengsten uit Nederlands-Indië.
Dat kwam echter niet van de slavenhandel. De West-Indische Compagnie heeft even geprobeerd om die handel winstgevend te maken, maar dat is nooit gelukt. "De stadshouders en koning Willem I hebben alleszins nooit blijk gegeven van bezwaar tegen handel in slaafgemaakten of slavernij."
Daarnaast is niet veel van dat geld vandaag nog in handen van de Oranjes. Dat zegt Idesbald Goddeeris, historicus aan de KU Leuven en mede-onderzoeker bij 'De wereld vandaag' op Radio 1. "Dat geld is nadien versnipperd geraakt. Dat komt onder meer door investeringen in het Tsarenrijk in Rusland, in het Habsburgse rijk, die dan allemaal verloren zijn gegaan."
Pas bij het aantreden van koningin Juliana kwam er verandering. Zij kwam in 1948 aan de macht, toen de onafhankelijkheidsoorlog van Nederlands-Indië nog bezig was.
Een handelaar van de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie, met zijn vrouw en slaaf.
Het onderzoek is tijdens een officieel moment overhandigd aan koning Willem-Alexander, in het Academiegebouw in Leiden. De koning was onder de indruk van de resultaten. "U heeft uw werk grondig, zeer grondig gedaan", zei hij.
Willem-Alexander noemt de resultaten "schrijnend en confronterend". "Het is een conclusie die mij raakt." Toch is hij blij dat er nu meer duidelijkheid is over de rol van de Oranjes binnen het Nederlandse kolonialisme. "Zonder erkenning van wat er is gebeurd, komen we niet verder."
Het is niet de eerste keer dat Willem-Alexander de rol van zijn land en familie onder ogen komt. In 2023 bood hij zijn excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. Hij noemde de slavernij waaraan Nederland actief meewerkte "een misdadig systeem dat onnoemelijk veel mensen onnoemelijk veel leed heeft bezorgd en doorwerkt tot in het heden."
Het nieuwe onderzoek kan de Nederlanders alleen maar verder op het juiste pad brengen, vindt de Nederlandse koning. En daar wil hij graag zelf mee aan helpen. "Ik kan het verleden niet veranderen, maar ik kan wel naar beste kunnen een positieve bijdrage leveren aan het heden en aan de toekomst."
Premier Rob Jetten heeft ondertussen laten weten dat er geen bijkomende herstelbetalingen zullen komen naar aanleiding van het nieuwe onderzoek. Er zou al een meerjarenplan lopen waar de staat volop mee bezig is, sinds de excuses van de Nederlandse koning in 2023. In totaal is een bedrag van 200 miljoen euro uitgetrokken.
Jetten liet nog weten dat hij "diep onder de indruk" was van het feit dat de koning zelf om het onderzoek had gevraagd. Jetten hoopt dat het onderzoek kan "bijdragen aan verzoening voor mensen die pijn hebben geleden onder het koloniale verleden". Hij zei ook dat er "meer bewustzijn van de doorwerking van het koloniale verleden" moet komen.
Historicus Goddeeris bevestigt dat het onderzoek naar de rol van de Belgische koninklijke familie binnen het kolonialisme minder uitgediept is. "We weten al veel over het koloniaal verleden en over de rol van koning Leopold II en Boudewijn in die geschiedenis. Misschien wisten we al meer dan de Nederlanders 5 jaar geleden wisten, omdat het huis Saksen-Coburg en Gotha veel nauwer betrokken was bij het Congoproject."
"Anderzijds zien we nu dat Nederland de archieven heeft opengesteld voor een hele commissie, terwijl dat dat recent beperkt is voor een biografie die door 1 onderzoeker wordt samengesteld." Een algemene opening van het Belgische archief moet dus nog komen.
"Verder is er ook nog een zekere tegenwind te voelen bij het Belgische Paleis, terwijl Willem-Alexander net excuses heeft aangeboden. Wij zijn nog bezig met spijtbetuigingen, terwijl Nederland daar al in de jaren 90 mee bezig was. Ze staan daar dus al een stuk verder dan hier", concludeert Goddeeris.
"Wij zijn nog bezig met spijtbetuigingen, terwijl Nederland daar al in de jaren 90 mee bezig was", stelt Goddeeris.