Quest

Wanneer mag je gillen, kreunen of zuchten in het openbaar?

Vincent van Haaster 4 min lezen

Lachen kan bijna altijd, maar op een begrafenis val je er toch mee uit de toon. Een kreun ligt nog complexer: oké in de slaapkamer, op kantoor krijg je scheve blikken. En grommen? Dat is bijna altijd vreemd.

Zonder dat we erbij stilstaan, hanteren mensen allerlei gedragsregels rondom de geluiden die we produceren. Sociaal psycholoog Roza Kamiloğlu van de Vrije Universiteit Amsterdam bracht deze ongeschreven regels in kaart. Wat vinden we oké, en wat niet?

Allerlei geluiden, van kreunen tot kokhalzen

Voor de studie volgde Kamiloğlu 142 mensen over een periode van zeven dagen. De testpersonen kregen drie keer per dag een vragenlijst toegestuurd waarin ze onder meer moesten beantwoorden waar en met wie ze waren. En in wat voor soort situatie dat was (positief of negatief, formeel of informeel, nieuw of bekend, et cetera). Daarnaast gaven ze aan welke geluiden ze hadden gehoord of gemaakt, en hoe gepast die geluiden waren.

dutch text asking if you want to see quest magazine in google with a click here button and google logo.

Zo verzamelde Kamiloğlu in totaal 2670 vragenlijsten en bijna 4000 gerapporteerde geluiden, uiteenlopend van lachen en zuchten tot kreunen en kokhalsklanken. Vervolgens analyseerde ze hoe de geluiden op zichzelf beoordeeld werden, en wat voor effect de context daarop had.

Gillen is gek, lachen mag

Lachen en zuchten zijn over het algemeen het meest sociaal geaccepteerd. Ook een verbaasde hap naar adem (gasp) was vaak nog geoorloofd. Schreeuwen en kokhalsgeluiden waren (niet geheel onverwachts) het minst gepast.

Dat niet elk geluid even gepast is, is volgens de onderzoeker te verklaren doordat elk geluid een andere functie heeft. Lachen is een sociaal smeermiddel. Dat is al snel wenselijk. Een zucht kan een iets kritischere lading hebben, maar is ook een manier om stress of vermoeidheid te uiten. Dat kan meestal ook nog net. Een schreeuw daarentegen scheurt dwars door de ruimte heen. Dat verstoort de sociale orde en is daardoor niet wenselijk.

Lach niet te hard om de grappen van je baas

Uit de resultaten kwam wel naar voren dat het per situatie sterk kan verschillen of geluiden (in zijn algemeenheid) wel of niet geaccepteerd zijn. Thuis of in een sociale setting was meer geoorloofd dan op school, werk of in een winkel.

Ook maakte het uit met wie de testpersonen waren. Bij vrienden of familie beoordeelden zij geluiden minder snel als ongepast dan bij hun baas of bij vreemden. Testpersonen die alleen waren, beoordeelden hun geluiden ook iets eerder als ongepast.

Als je toch moet gillen, doe het dan op een feestje

Ook per geluid waren er verschillen te zien. Lachen werd in de meeste sociale situaties als gepast gezien. Vooral als je met gelijkgestemden bent. Alleen als er een duidelijk hiërarchisch verschil is binnen het gezelschap, bijvoorbeeld als je met je baas bent, kan gelach als niet-gepast overkomen. Ook zuchten vonden de deelnemers niet op elke plek even gepast. Vooral niet op het werk.

De gil werd, net als de lach, als het meest gepast ervaren in een energieke, positieve omgeving. Zoals een feestje. Al is ‘minst ongepast’ hier misschien een betere kwalificatie. Op een feestje is nu eenmaal iets meer enthousiasme geoorloofd en hoeft een gil niet altijd opgevat te worden als een noodsignaal.

Sfeer is belangrijk

Sociale factoren, zoals machtsverhoudingen, formaliteit en de ernst van een situatie, hebben dus veel invloed op wat gepast is. Een algemene stelregel voor welke geluiden je wel en niet kunt maken, is er daarom niet. Je zult het simpelweg moeten aanvoelen.

Eén ding scheelt: dat kunnen wij mensen meestal uitstekend. Al vliegen we, kuch, allemaal weleens uit de bocht.

Headshot of Vincent van Haaster

Vincent studeerde Nederlands, filosofie en Journalistiek en probeerde ook nog een jaartje economie. Omdat hij het zo moeilijk vindt om keuzes te maken, werkte hij daarna als redacteur voor zowel tv, radio, als geschreven media. Lukt het hem wel om een knoop door te hakken, dan reist hij graag, zit hij in de zon op een terras, of leest hij Wikipediapagina’s.