Scientias

Deze drijvende vogelverschrikker houdt zeevogels uit de buurt van visnetten

Daniel van Veelen 4 min lezen

Een bijzondere boei met bewegende ogen kan de bijvangst van zeevogels in kieuwnetten flink verminderen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Voor zeekoeten en alken kan een visnet onder water dodelijk zijn: ze raken er soms in verstrikt waardoor ze vervolgens verdrinken. Britse onderzoekers hebben nu laten zien dat twee opvallend eenvoudige hulpmiddelen dat risico sterk kunnen verkleinen: een enigszins hilarische vogelverschrikker met grote bewegende ogen en een vlieger in de vorm van een roofvogel. Het onderzoek is te vinden in Conservation Letters.

Een boei met ogen

De onderzoekers testten beide middelen voor de kust van Cornwall, in het zuidwesten van Engeland. Daar werken vissers onder meer met kieuwnetten. Dat zijn verticale netten waarin vissen met hun kieuwen blijven steken. Voor duikende zeevogels vormen zulke netten soms ook een probleem omdat ze onder water moeilijk te zien zijn.

De vogelverschrikker kreeg de naam ‘Looming-Eyes Buoy’, kortweg LEB. Het is in feite een boei met grote ogen die continu ronddraaien, en daarmee een bewegend effect geven. Het idee is simpel: vogels zien de boei naar hen kijken en blijven daarom uit de buurt. Daarnaast testten de onderzoekers een nog een andere oplossing: een vlieger in de vorm van een roofvogel. Deze vlieger heeft de passende naam ‘scarybird’ gekregen.

Leestip: Kustvissers komen met een ingenieus idee dat de zeeschildpad uit hun netten houdt

De aanwezigheid van de LEB-boeien zorgde ervoor dat uiteindelijk 59 procent minder vogels in de netten belanden. Bij de vlieger lag dat percentage rond de 70 procent. “Dit onderzoek levert sterk bewijs dat eenvoudige afschrikmiddelen de bijvangst van zeevogels flink kunnen verminderen,” zegt hoofdonderzoeker Tom Horton van de University of Exeter. Volgens hem is vooral belangrijk dat nu beter bekend is wanneer en waar het risico op bijvangst het grootst is.

Verdronken vogels

Het onderzoek duurde bijna anderhalf jaar en in totaal deden tien vissers mee aan het onderzoek. Samen haalden zij 1057 netten binnen: 353 gewone controle-netten, 352 netten met een vlieger en 352 netten met LEB-boeien. Op hun vissersboten waren camera’s, gps-systemen en andere sensoren geplaatst. Zo konden onderzoekers precies volgen waar de netten lagen en hoeveel vogels toch in de netten terechtkwamen.

In totaal werden 191 dieren als bijvangst geregistreerd, waarvan 153 vogels. Daarbij ging het verreweg in de meeste gevallen om zeekoeten en alken. Bijna alle geregistreerde dieren waren al dood op het moment dat ze aan boord kwamen.

Leestip: Zeldzaam fenomeen: als deze vissers en dolfijnen samenwerken vangen ze allebei meer vis

Ook de afstand tot het afschrikmiddel bleek belangrijk. De vliegers werkten vooral goed als ze dicht in de buurt van de netten stonden. De LEB-boeien hadden een minder sterk, maar meer verspreid effect. Dat betekent dat vissers niet alleen het juiste hulpmiddel moeten kiezen, maar het ook op de juiste afstand langs hun netten moeten plaatsen: te grote afstanden zorgen ervoor dat vogels alsnog relatief gemakkelijk bij het net komen.

Alleen in de winter

Het onderzoek laat ook zien dat de bijvangst van vogels niet het hele jaar door even groot is. De meeste zeekoeten en alken kwamen in de winter in de netten terecht, vooral in januari en februari. Het risico was ook groter op basis van locatie en bij netten met een specifieke maaswijdte. Volgens het team betekent dat dat de nieuwe afschrikmiddelen niet het hele jaar door gebruikt hoeven te worden. In plaats daarvan zou het ook mogelijk zijn om deze bijvoorbeeld alleen in de winter of in bepaalde gebieden in te zetten.

Onderzoeker Tom Hooper van Fishtek Marine zegt: “Door veel met vissers samen te werken hebben we geleerd dat nieuwe apparaten vooral praktisch moeten zijn. Dat betekent dat ze eenvoudig en stevig moeten zijn en het werk niet onnodig moeilijk mogen maken. Dankzij de bijzondere samenwerkingen konden we de nieuwe middelen verder verbeteren en beter laten aansluiten op hun manier van werken.”

De onderzoekers waarschuwen wel dat de nieuwe middelen nog niet overal zomaar toegepast kunnen worden: de werking kan verschillen per vogelsoort en ook op basis van het weer. Ook is nog niet bekend of vogels kunnen wennen aan de aanwezigheid van de LEB-boei en de ‘scarybird’. Andere oplossingen, zoals zogenoemde ‘tori lines’ hebben zich echter al wel eerder op de lange termijn weten te bewijzen. Zo heeft het gebruik hiervan door Namibische vissersboten tot een bijvangstdaling van 98% geleidt.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom dolfijnen in de Adriatische Zee steeds vaker vissersboten volgen en Archeologen vinden de resten van een 900 jaar oude visserij aan kust van Gran Canaria . Of lees dit artikel: Niet alleen visserij, ook toerisme beïnvloedt waar rifhaaien voorkomen .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast: