NEMO Kennislink

Waarom mensen met ADHD sneller verslaafd raken

9 min lezen

‘Was ik nou eigenlijk al die tijd verslaafd, of tot verslaafde gemaakt?’ vraagt Jeroen Pen zich af in zijn boek ‘Speedpillen’ (mei 2026). In het boek, en in de talkshows en krantenartikelen die volgden, vertelt hij over zijn langdurige verslaving aan de ADHD-medicijnen Ritalin en dexamfetamine.

Pen wil waarschuwen voor de medicatie, maar met zijn vraag raakt hij aan een interessante kwestie. Mensen met een ADHD-diagnose zijn namelijk zeven keer zo gevoelig voor verslaving aan allerlei middelen – van alcohol, nicotine en cannabis, tot harddrugs als cocaïne en speed. ADHD-medicatie kan ook zo’n middel zijn, maar om naar de ‘speedpillen’ als verslavende boosdoener te wijzen, is wellicht onterecht. Sterker nog, er is groeiend bewijs dat behandeling met ADHD-medicatie een middelenverslaving juist kan voorkomen.

Ernstige verslaving

Loop een willekeurige verslavingskliniek binnen, en de kans is minstens één op vier dat je iemand tegenkomt met ADHD. Een Nederlandse meta-analyse uit 2012 vond dat 23 procent van mensen met een alcohol- of drugsverslaving een ADHD-diagnose had, terwijl dat aantal in de hele samenleving ‘slechts’ op 3,2 procent ligt, volgens het Trimbos-instituut.

Wie in de verslavingszorg werkt, ziet het patroon met eigen ogen, vertelt Arnt Schellekens, hoogleraar verslaving en psychiatrie, en werkzaam als psychiater in het Radboudumc. Het aantal ligt zelfs nog hoger, voegt hij toe, als je kijkt naar de klinische verslavingszorg – mensen met ernstige verslaving die moeten worden opgenomen.

Het valt dus niet te ontkennen: mensen met ADHD lopen een veel groter risico om verslaafd te raken aan drank of drugs, én raken ernstiger verslaafd. Hoe komt dat?

Genetische aanleg

Dat mensen met ADHD gevoeliger zijn voor verslaving, is terug te zien op het niveau van hun DNA, vertelt Schellekens: "We hebben onderzoek gedaan naar de gedeelde erfelijkheid tussen psychiatrische aandoeningen. Bij verslaving was de overlap met ADHD het grootst: 25 tot 30 procent van de genen die verslaving veroorzaken, veroorzaken ook ADHD."

Die genen lijken precies de processen aan te sturen die in dit stuk beschreven worden: het beloningssysteem met dopamine, en de rem. Schellekens: "Leg MRI-scans van mensen met ADHD naast die van mensen met een verslaving zónder ADHD, en je ziet dezelfde veranderingen: in het beloningssysteem, maar ook in de frontale cortex — het hersengebied dat impulsen en emoties afremt."

Tekort aan dopamine

Op die vraag zijn meerdere antwoorden, maar de beste verklaring valt in één woord samen te vatten: dopamine. Dat vertelt Cleo Crunelle, hoogleraar verslaving en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Brussel en psychiater in het Universitair Ziekenhuis Brussel: "Dopamine is een stofje in de hersenen dat een grote rol speelt in beloning, motivatie en aandacht. Bij ADHD zijn die processen verstoord, omdat er feitelijk een tekort aan dopamine is.”

Wie daarmee opgroeit, zoekt vaak onbewust naar manieren om dat tekort aan te vullen. En laten veel verslavende middelen nou precíes dat doen. Alcohol, cocaïne, speed, nicotine, cannabis: ze zorgen allemaal voor een tijdelijke portie dopamine in het brein. Ze doen dat op verschillende manieren. “Maar aan het eind van de rit maakt het niet uit over welk middel we het hebben, zegt Crunelle, “Als het die behoefte aan dopamine vervult, kan het tot een verslaving leiden.”

Natuurlijk geldt dit niet alleen voor mensen met een ADHD-diagnose. Iedereen kan verslaafd raken aan deze middelen – ze geven immers een gevoel van beloning. Maar bij mensen met een ADHD-brein is die beloning groter, want doordat hun dopaminesysteem plots wordt ‘rechtgetrokken’, ervaren ze een rust in het hoofd die er eerder niet was. Crunelle: “Een patiënt van mij zei laatst: ‘Ik heb in mijn hoofd altijd 28 tabbladen open staan, terwijl er ook nog muziek afspeelt. Maar als ik iets op heb, zijn het er nog maar zes. Heerlijk.’”

Neurodiversiteit

Bij mensen met ADHD is het gevoel van beloning bij verslavende middelen groter omdat hun dopaminesysteem wordt 'rechtgetrokken'. 

iStock, Eoneren

Gebrekkige auto

Die rust in het hoofd is nogal verleidelijk. Nu denk je misschien: we voelen allemaal wel eens verleidingen, maar daar kun je toch weerstand tegen bieden? Voor iemand met ADHD is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want precies die impulscontrole is een zwakke plek in het ADHD-brein.

“Ik vergelijk het altijd met de pedalen in een auto”, zegt Crunelle. “Uit het gaspedaal komen gedachtes en handelingen, en de rem grijpt in waar nodig. Bij de meeste mensen werken die goed samen, maar bij ADHD is dat gaspedaal standaard te hard ingedrukt, want het brein is continu op zoek naar nieuwe impulsen. Tegelijkertijd functioneert de rem niet goed, waardoor zo iemand sneller naar een impuls handelt – ook als het niet verstandig is.”

Al met al draaien de tandwieltjes in een ADHD-brein dusdanig anders, dat zo iemand sneller naar middelen grijpt. Maar daar komt nog een sociaal effect bovenop, voegt Schellekens toe: “Mensen met ADHD lopen tijdens hun jeugd vaker trauma’s op, en krijgen continu negatieve feedback omdat ze zich anders gedragen. Dat maakt ze onzekerder, vooral in sociale situaties. Als je dan merkt dat een glaasje bier dat makkelijker maakt, wordt dat ene glaasje al snel een tweede…”

Gedragsverslavingen/gokken

Bij verslaving denken we meestal aan de middelen uit dit artikel: alcohol, drugs, medicatie. Maar ook gedrag kan verslavend zijn — denk aan gokken. Ook daarvoor zijn mensen met ADHD gevoeliger, vertelt Crunelle: "Dopamine stijgt niet alleen door middelen te nemen, maar ook door te verwachten dat er iets gaat gebeuren en op een beloning te jagen — precies het gevoel waar gokken op inspeelt. Dat mensen met ADHD ook nog die slechte impulscontrole hebben, helpt daarbij absoluut niet. We zien dus relatief meer gokverslavingen bij mensen met ADHD.”

(Zelf)medicatie

Het is dus geen wonder dat, zoals uit studies blijkt, kinderen met ADHD op jongere leeftijd experimenteren met drugs en sneller escaleren richting verslaving. Voor hen zijn middelen vaak meer dan een gezellig avondje met vrienden; het is een manier om de last van hun aandoening te dragen of te dempen. Experts noemen dit zelfmedicatie – de middelen worden een soort medicijn, bij gebrek aan beter.

Precies om die reden is échte medicatie, zoals Ritalin of dexamfetamine, vaak een oplossing om middelenverslaving bij iemand met ADHD te behandelen, vertelt Schellekens: "Steeds meer studies laten zien dat een verslaving aan stimulerende middelen — aan cocaïne of speed, bijvoorbeeld — soms juist te behandelen is met voorgeschreven stimulerende middelen."

Er is zelfs groeiend bewijs dat medicatie verslaving juist kan voorkomen. In een grootschalige Europese studie uit 2018 bleken kinderen met ADHD die in hun tienerjaren medicatie kregen een lager risico te lopen op drank- en drugsverslaving dan onbehandelde tieners. Sindsdien komen vergelijkbare studies tot dezelfde conclusie.

Deze inzichten helpen in de verslavingszorg, maar ook in de strijd tegen de veelgenoemde angst dat ADHD-medicatie, oftewel ‘speedpillen’, kinderen verslaafd zou maken. Het tegenovergestelde lijkt waar – mits er met zorg behandeld wordt, natuurlijk.

Blinde vlek

Zulke kennis is essentieel in de GGZ, maar was er lange tijd niet, vertelt Crunelle. Pas deze eeuw drong het besef door dat verslaving en ADHD bijzonder vaak samengaan, en gingen wetenschappers zich verenigen om dat op de radar te krijgen. Crunelle en Schellekens behoren tot die groep. Ze sloten zich aan bij ICASA: de International Collaboration on ADHD and Substance Abuse. Schellekens is ondertussen directeur van de groep en Crunelle, die bestuurslid is, publiceerde in 2018 de internationale richtlijnen voor diagnostiek en behandeling.

Met de komst van deze richtlijnen leek de wereld van de psychiatrie wakker geschud: studies stapelden zich op en zorgverleners kregen oog voor hun blinde vlek. Toch is er volgens beide experts nog veel verbetering mogelijk – zowel binnen de verslavingszorg als binnen de behandeling van ADHD.

In de verslavingszorg is betere screening nodig: bij de intake voor een middelenverslaving moet meteen duidelijk worden of iemand ook ADHD heeft. Die diagnose moet leiden tot een ander behandeltraject, vertelt Schellekens: meer aandacht voor het sociale deel – zelfbeeld, jeugdtrauma, sociale problemen op werk of thuis – plus medicatie. Wie de diagnose mist, loopt dus een betere behandeling mis én verhoogt de kans op terugval.

Nog belangrijker is natuurlijk om te voorkomen dat mensen met ADHD überhaupt in een verslaving belanden. De weg daarnaartoe is, in de ogen van Crunelle, glashelder: we moeten ADHD beter behandelen. En dat is bijna zo simpel als het klinkt: “In tegenstelling tot veel andere stoornissen, zoals depressie of angsten, is ADHD echt goed te behandelen. Ik heb patiënten die na jaren zoeken in één keer een effectieve oplossing vinden.”

Brede blik op het sociale

Hoewel medicatie een enorme hulp kan zijn in het behandelen van iemand met ADHD en verslaving, blijft het belangrijk om breder te kijken, benadrukt Schellekens: "Mensen hebben door hun ADHD vaak al een geschonden zelfbeeld, sociale onzekerheid of angst. Sommigen gebruiken middelen om dat te compenseren, of te onderdrukken. Focus je dan alleen op de ADHD, of alleen op de verslaving, dan mis je dat hele stuk. Je moet kijken naar iemands functioneren: op werk, in opleiding, in vriendschappen en relaties. Soms moet daarbij de omgeving mee veranderen — denk aan een werkgever die het zat is, of een gezin dat vastloopt in de gevolgen. Daarom zetten we vaak maatschappelijk werk in, om dat in goede banen te leiden.”

Stigma

Los van richtlijnen en procedures, is méér begrip en geduld misschien nog wel het belangrijkst, vindt Schellekens: “Mensen met ADHD voelen zich soms al hun hele leven onbegrepen. Dan komt er ook nog een hulpverlener die loopt te mekkeren dat ze te laat zijn op een afspraak, of dat ze tóch hebben gebruikt.” Hij ziet dat mensen met ADHD dat stigma internaliseren: ze geven zichzelf de schuld en vinden dat ze het alleen moeten oplossen. Zijn advies aan deze mensen is dan ook: “Schaam je niet, zoek hulp.”

Crunelle sluit zich daarbij aan: “Mensen met ADHD moeten beseffen dat ze inherent, binnen hun genen, een verhoogde kwetsbaarheid hebben om vroeg of laat een verslaving te ontwikkelen. Er is dus echt geen reden voor schaamte.”