Omroep West
28 september, 12:15 • Aangepast 28 september, 16:18 • 4 minuten leestijd

DEN HAAG - Woonwagenbewoners krijgen nog altijd te maken met discriminatie en uitsluiting, ook door de overheid. Dat stelt de nationale ombudsman in een brandbrief aan het kabinet. Negen jaar geleden concludeerde hij dat ook al, maar sindsdien is er 'schokkend weinig voortgang geboekt', schrijft hij. 'Ik mis bij de overheid het gevoel van urgentie.'
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen is spijkerhard in zijn oordeel. Volgens hem is discriminatie van Sinti, Roma en reizigers vrijwel genormaliseerd in de samenleving.
'Zij ervaren discriminatie bij het zoeken naar werk, het aanvragen van een hypotheek voor hun woonwagen en het afsluiten van een verzekering', zegt Van Zutphen. 'Sommigen voelen zich daardoor genoodzaakt hun achtergrond en cultuur verborgen te houden.'
Ook de overheid laat zich volgens de ombudsman nog 'te vaak leiden door negatieve stereotypen van woonwagenbewoners'. Van Zutphen: 'De nadruk ligt te veel op controle en beheersing, en te weinig op het beschermen van hun rechten en cultuur.'
Bovendien komen er te weinig standplaatsen voor woonwagens bij, stelt hij. 'Terwijl het uitsterfbeleid, waarbij vrijgekomen standplaatsen niet opnieuw werden uitgegeven, in 2018 formeel is beëindigd.'

Voornaamste pijnpunt blijft het realiseren van nieuwe standplaatsen voor woonwagenbewoners. Den Haag staat aan de lat om voldoende standplaatsen te vinden, maar die zoektocht verloopt stroef. Ook de uitbreiding van bestaande kampen komt niet van de grond.
Die oordeelde in dat jaar dat Den Haag woonwagenbewoners jarenlang discrimineerde, omdat er in de stad onvoldoende standplaatsen zijn en de gemeente in de 25 jaar daarvoor geen nieuwe plekken heeft gerealiseerd. Dat is volgens de rechtbank in strijd met het discriminatieverbod.
De gemeente kreeg daarom de opdracht van de rechtbank om in 2029 de wachttijd voor een woonwagenstandplaats gelijk te trekken met de wachttijd voor een sociale huurwoning. Maar dat lijkt een grote uitdaging.
Inmiddels zit er een nieuwe coalitie en die zegt werk te maken van het woonwagenbeleid. In het coalitieakkoord staat dat Den Haag woonwagenbewoning erkent als een volwaardige woonvorm.
Sinti, Roma en reizigers merken dat het uitsterfbeleid in een andere vorm voortduurt
'We voeren het woonwagenbeleid uit door standplaatsen te realiseren, conform de uitspraak van de rechtbank', schrijven de partijen Hart voor Den Haag, VVD, Denk en CDA in het akkoord. Hiervoor trekt de coalitie tien miljoen euro uit.
Alhoewel Den Haag beterschap belooft, ziet Van Zutphen dat het veel gemeenten niet lukt om het tekort aan standplaatsen terug te dringen. 'Gemeenten wijzen onder meer op hoge kosten, gebrek aan grond, weerstand van omwonenden en politieke onwil. Sinti, Roma en reizigers merken dat het uitsterfbeleid in een andere vorm voortduurt', zegt hij.
Reactie college van burgemeester en wethouders Den Haag:
'Goed dat de Nationale Ombudsman aandacht vraagt voor de situatie van woonwagenbewoners. Het is hoog tijd dat het onrecht uit het verleden wordt rechtgezet.
In Den Haag zijn we daar al ruimschoots mee begonnen. Op dit moment voegen we op verschillende plekken extra standplaatsen toe. Bijvoorbeeld acht op het Isabellaland en vijftien extra aan de Henri Faasdreef. Ook hebben we een locatie aan de Brasserskade toegevoegd waar we werken aan nog eens minimaal dertig woonwagenstandplaatsen. Daarmee laten we zien dat het ons menens is.
Het beeld dat de ombudsman schetst herkennen wij ook. Daarom blijven we in overleg met onze buurgemeenten en corporaties, en hameren we op ieders verantwoordelijkheid voor voldoende standplaatsen voor woonwagenbewoners.'
De nationale ombudsman roept de ministers van Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken en Volkshuisvesting daarom in een brandbrief op om discriminatie en stigmatisering 'kabinetsbreed aan te pakken en de woonwagenculturen beter te beschermen'. De historische achterstelling op de woningmarkt herstellen is daarvoor de eerste stap, vindt hij.
Daarnaast pleit Van Zutphen voor erkenning van Sinti, Roma en reizigers als nationale minderheid. Die erkenning moet hun rechten, cultuur en identiteit beter beschermen en ervoor zorgen dat zij daadwerkelijk worden betrokken bij beleid dat hen raakt.
Van Zutphen: 'Een overheid die jarenlang onrechtvaardig beleid heeft gevoerd en dat niet rechtzet, schiet tekort. Het is hoog tijd dat de overheid er nu echt voor zorgt dat Sinti, Roma en reizigers kunnen wonen en leven op een manier die past bij hun cultuur.'