Afvalbedrijf Indaver verwerkt jaarlijks zo'n 400.000 ton niet-recycleerbaar afval uit de grijze huisvuilzak.
Artikel luisteren
2min
Meer info
Afvalbedrijf Indaver in de Antwerpse haven gaat verbrand restafval uit de grijze huisvuilzak verkopen als bouwmateriaal. Uit de assen van de afvalverbrandingsoven kunnen verschillende grondstoffen worden gehaald. Bouwbedrijven kunnen die dan gebruiken om bijvoorbeeld voetpaden of parkings aan te leggen. "Op termijn zou daardoor de CO2-uitstoot heel wat minder moeten zijn", zegt Inge Baertsoen van Indaver.
Afvalbedrijf Indaver verwerkt jaarlijks zo'n 400.000 ton niet-recycleerbaar afval uit de grijze huisvuilzak. Dat wordt in de afvalverbrandingsoven verbrand tot 100.000 ton aan bodemassen. Dat kwam vroeger gewoon op de afvalberg terecht, maar met enkele nieuwe technieken kan Indaver daar nu zo'n 30.000 ton aan grondstoffen uit winnen.
"In die assen zitten nog veel bruikbare materialen zoals metalen, een zandfractie en granulaten. Dat zijn kleine steenachtige korrels", vertelt communicatiemanager Inge Baertsoen van Indaver. "Via een combinatie van wassen, zeven en nieuwe scheidingstechnieken halen we die materialen terug uit de bodemassen."
Indaver werkte 10 jaar lang aan het project. "We hebben heel wat onderzoek gedaan om ervoor te zorgen dat de grondstoffen die uit het afval worden teruggewonnen dezelfde kwaliteit hebben als primaire materialen, zoals grind en zand."
Via een combinatie van wassen, zeven en nieuwe scheidingstechnieken haalt Indaver verschillende materialen terug uit de bodemassen.
Vooral de granulaten zijn bruikbaar voor verschillende bouwbedrijven. "We verkopen de granulaten onder de naam Circulith. Bouwbedrijven kunnen er betonklinkers van maken of betonnen fietspaden mee aanleggen."
Het nieuwe project zorgt ook voor heel wat minder CO2-uitstoot. "Door secundaire grondstoffen in bouwproducten te gebruiken, vermindert de behoefte aan primaire materialen zoals grind en zand. Dit verlaagt de druk op natuurlijke grondstoffenvoorraden."
"Ook onze afvalberg zal hierdoor een stuk kleiner worden. Daarnaast is er minder transport nodig, wat op zijn beurt zorgt voor minder CO2-uitstoot", besluit Baertsoen.