Amper een paar honderd meter van het Mediapark ondervond ik hoe alles wat zich al die tijd had opgestapeld zich tegelijk aandiende in de vorm van een paniekaanval, schrijft journalist en presentator Natasja Gibbs in Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan. Daarin pleit de meestal zo goedlachse en strijdbare Gibbs aan de hand van zeven pijlers voor een betere, onafhankelijkere en diversere journalistiek. Dit kwetsbare moment, uit het voorjaar van 2025, moest een plek krijgen in haar pamflet, wist Natasja Gibbs.
Haar paniekaanval gebeurde in de periode dat zenderbazen de programmering van Radio 1 omgooiden. De Nieuws BV, dat Gibbs sinds 2020 presenteerde, moest het veld ruimen. “Het ging niet zozeer om het wegvallen, maar om de machtspelletjes achter de schermen: wie is leuk genoeg, wie valt goed bij het grote publiek? Er werd los van de journalisten bepaald hoe het verder moest. Veel mensen zijn ontslagen, er heerste enorme stress. Dat journalisten zelf steeds minder invloed hebben op de koers van de omroep, dat is het frustrerende. Ik werd ziek van die moedeloosheid.”
‘Als we niet aan de bel trekken, komt de journalistiek alleen maar meer onder druk te staan’
In dezelfde periode kondigde het kabinet-Schoof flinke bezuinigen op de NPO aan. Gibbs besloot een pleidooi te schrijven voor een stevig journalistiek landschap. Goede journalistiek kan de democratie beschermen, en andersom: een gezonde democratie beschermt de vrije pers. Dat staat steeds meer onder druk, schrijft ze. In Nederland zien journalisten toenemend geweld, meer desinformatie en veel bezuinigingen, én kampen ze met politici zoals Dilan Yesilgöz, die journalist Tim Hofman online aanviel, en Geert Wilders, die journalisten al jaren ‘tuig van de richel’ noemt. De VS, maar ook Italië en Oost-Europese landen, leggen de persvrijheid aan banden, terwijl Israël Palestijnse doodt. “Als we niet aan de bel trekken, wordt het alleen maar erger. Ik ben niet de enige die zich daarover uitspreekt, maar ik voel een persoonlijke drang om deel te zijn van die beweging. Misschien vanwege mijn eigen ervaringen met onrecht, armoede en racisme. Dat maakt je extra alert; je voelt je toch een beetje de kanarie in de kolenmijn.”
Met het honderd pagina’s tellende pamflet wil Gibbs de journalistiek beschermen – en juist daarom levert ze er stevige kritiek op. Ze citeert Malcolm X: ‘De media zijn de machtigste instantie op aarde. Ze hebben de macht om de onschuldigen schuldig te maken en de schuldigen onschuldig.’ Dat het vertrouwen in de journalistiek afbrokkelt heeft de sector volgens haar deels aan zichzelf te danken. Haar oproep richt zich daarom niet alleen tot de burger en de politiek, maar ook tot de journalistiek zelf. Haar betoog: de journalistiek – en dan vooral de bestuurders – handelen te veel vanuit angst om hun positie te verliezen en te weinig vanuit publiek belang. “De taak van de journalistiek is om op te komen voor een democratische samenleving. Die taak verliezen we te vaak uit het oog.”
Iedereen boos
De eerste pijler is misschien wel het meest omstreden: neutraliteit is een illusie. Gibbs zou graag zien dat grote media openlijk erkennen dat zij niet neutraal zijn, en nooit zijn geweest. Zo ook de publieke omroep. “De meeste omroepen hebben al een soort manifest met hun waarden, zoals de EO en BNNVARA, waarmee ze in feite erkennen niet volledig neutraal te zijn. Maar het zou een harde kwaliteitseis vanuit de NPO kunnen zijn: omwille van de journalistieke kwaliteit mogen omroepen niet pretenderen neutraal te zijn.”
Dat is geen pleidooi tegen onafhankelijke berichtgeving, maar een afrekening met superioriteitsdenken, zegt Gibbs. “Het is totaal achterhaald om te denken dat je neutraal kunt zijn; we maken elke dag keuzes, alleen al over welke onderwerpen we aandacht geven. Vooral westerse journalisten doen zich voor als neutraal, en zetten andere journalisten weg als partijdig. In het Caribische deel van het Nederlands Koninkrijk zie je dat heel duidelijk: Nederlandse media zetten mensen die daar vandaan komen niet snel in als hoofdverslaggevers, omdat ze zogenaamd te veel belangen hebben om neutraal te zijn. Onzin natuurlijk.” Vaak worden lokale journalisten wel ingezet als ‘fixer’, die de correspondent ondersteunt in het dagelijks werk.
‘Het is maar goed dat ik niet in Hilversum begon als journalist, het racisme tierde daar welig’
Gibbs zette haar eerste stappen in de journalistiek in 2011 niet in Hilversum, maar op Curaçao, het eiland waar haar ouders opgroeiden. Toch was ze in haar jaren op Curaçao in zekere zin de westerse journalist, want ze groeide zelf op in Hilversum. “Maar ik ben wel groot geworden met de Curaçaose cultuur: ik sprak Papiamentu thuis, ik ging er regelmatig naartoe. Dat maakte het een stuk makkelijker om in de haarvaten van het eiland te zitten. Toch werd me soms verteld dat ik te Nederlands was: ik was te ongeduldig, te direct, ik had te weinig oog voor hiërarchie. Een Curaçaose minister stopte ooit een radio-interview met mij omdat ik te brutaal was.”
Zulke reacties deren haar niet; Gibbs leerde al jong op zichzelf staan, juist vanwege haar kritische blik. Haar ouders waren Jehova’s getuigen, wat ze achteraf ‘een sekte’ noemt. De religie werd haar opgelegd, ze waren veel bij de kerk te vinden en geen enkele vorm van feestelijkheid was toegestaan. “Dat heeft me heel erg gevormd. Ik was toen al kritisch en nieuwsgierig. Ik vond het vreemd, stelde veel vragen: we zouden vergevingsgezind zijn, maar iedereen die het niet met ons eens is wordt op de dag des oordeels vernietigd?”
Verder werd haar thuissituatie getekend door armoede en geweld. Op een dag besloot haar moeder met de drie kinderen te vertrekken; ze woonden daarna op verschillende onderduikadressen. Haar vader heeft hen nog jaren gestalkt. Als tiener verbrak ze het contact met beide ouders, en vanaf dat moment stond ze er alleen voor. “Misschien dat ik daarom niet zo bang ben om mijn eigen weg te kiezen. Met dit pamflet neem ik het risico dat de hele mediawereld boos op me wordt en me laat vallen, maar ja, dat ben ik al gewend.”
Discriminatiemeldpunt
Na bijna vijf jaar op Curaçao keerde Gibbs terug naar Hilversum. Achteraf is ze blij dat ze niet hier haar eerste journalistieke stappen zette. “Dan was ik misschien wel ontmoedigd geraakt. Het racisme tierde welig in die beginjaren.”
In de aanloop naar haar tweede pijler – ‘diversiteit is kwaliteit’ – omschrijft Gibbs de gênante open dag op de ‘diversiteitsafdeling’ van omroep NTR. Dat was in 2016 nog de naam van de afdeling waar onder meer het Caribisch Netwerk onder viel. Gibbs en haar collega, ook van Curaçao, kregen de taak om Blue Curaçao-cocktails te serveren met een bloemenkrans om. Dat was ‘lekker Caribisch’. “Ik heb de foto’s nog; het was zó vernederend. We schoten in de lach, maar het was om te huilen. Achteraf denk ik: waarom dééd ik dat eigenlijk?”
Na terugkomst uit Curaçao moest ze zichzelf bewijzen. Ze werkte twee jaar als presentator bij jongerenzender FunX en daarna voor verschillende programma’s op NPO Radio 1. Van 2020 tot 2025 presenteerde ze radioprogramma De Nieuws BV. Dat leverde haar een nominatie op voor de Marconi Award voor ‘aanstormend talent’, terwijl ze al zo’n tien jaar in het vak zat. In interviews destijds gaf ze al aan het maar een vreemde nominatie te vinden.
‘Je wordt ‘activistisch’ of ‘woke’ genoemd als je de status quo ter discussie stelt’
Ondertussen bokste ze met moeite op tegen vastgeroeste ideeën en racisme in Hilversum. Het aantal keren dat Gibbs ‘activistisch’ of ‘woke’ werd genoemd door collega’s of leidinggevenden, kan ze niet meer tellen. “Het zijn hondenfluitjes voor wie het de status quo ter discussie stelt.” Ze ging met leidinggevenden in discussies over de zwarte pieten in het Sinterklaasjournaal, die tot 2019 nog te zien waren; kaartte de gebrekkige berichtgeving over het Caribische deel van het Koninkrijk aan; en ze was in 2020 mede-initiatiefnemer van een meldpunt tegen discriminatie in de media. Dat kwam er niet, maar bestaande meldpunten kregen wel meer aandacht voor discriminatie in de media. Gibbs ziet het als winst.
In 2021 beloofde de NPO de redacties van de verschillende omroepen diverser te maken. Er kwam een streefcijfer: tegen 2026 zou 15 procent van de mensen bij de zestig meest ‘beeldbepalende programma’s’ een biculturele achtergrond hebben. Het streefcijfer per jaar werd nooit behaald. In 2024 lag het percentage op zo’n 12,5 procent binnen de categorie Nieuws en Actualiteit, op 9,5 procent bij Opinie en slechts 3,6 procent bij NPO Radio 1. “Dat komt natuurlijk doordat het totaal vrijblijvend is. Hoe serieus neem je het dan?” Gibbs pleit voor een hard quotum, nadrukkelijk niet alleen voor journalisten, maar ook voor managers en leidinggevenden. “Pas als we nieuwe mensen aannemen op plekken waar ze inspraak hebben, kan er iets veranderen.”
Gibbs pleit ook voor meer diversiteit in sociaaleconomische achtergrond. De tarieven voor journalistieke stagiairs, trainees, starters en freelancers liggen dusdanig laag dat het mensen zonder financieel vangnet kan ontmoedigen. Dat ziet Gibbs terug in de berichtgeving over ongelijkheid en armoede. “Je merkt dat redacties daarin blinde vlekken hebben. Denk aan interviews waarin iemand wordt gevraagd: ‘Vertel eens hoe het is om arm te zijn.’”
Op het matje geroepen
De term ‘vertrouwen’ duikt vaak op in het pamflet van Gibbs. Het vertrouwen in de journalistiek neemt namelijk af, constateert het Commissariaat voor de Media. Dat kan worden verklaard door de aanvallen vanuit populistisch rechts, maar Gibbs belicht ook een andere kant: hoe media er zélf aan bijdragen. Namelijk door die vermeende neutraliteit, het gebrek aan diversiteit en door niet te investeren in regionale journalistiek: “Als je jarenlang bepaalde groepen negeert, dan moet je niet verbaasd zijn dat ze afhaken. Kijk hoe Nederlandse journalisten op de Caribische eilanden worden ontvangen: ze worden enorm gewantrouwd, maar kun je het de inwoners kwalijk nemen? Media waren jarenlang alleen geïnteresseerd in verhalen over corruptie, zonder te zoeken naar dieperliggende oorzaken.”
Tekst gaat verder na foto.
Ook door kritiekloos gebruik te maken van Big Tech, hebben journalisten hun positie verzwakt, zegt Gibbs. Wie heeft er besloten dat we bronnen, informatie en zelfs uitspraken van politici direct van hun sociale media halen? “Daarmee zeg je eigenlijk: je hoeft geen interview meer met ons te doen, we citeren je berichten wel. Zo geef je veel macht weg.”
Of neem haar zevende pijler: sterke journalistiek laat zich niet censureren. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in 2022 werd ze door de NPO op het matje geroepen, omdat ze de woorden ‘apartheidsstaat Israël’ in de mond had genomen op nationale televisie. Gibbs presenteerde de talkshow Op1 die avond samen met Nadia Moussaid. Ze hadden ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers te gast vanwege een solidariteitscampagne voor Iraanse vrouwen en besloten hem een kritische slotvraag te stellen: als hij zoveel geeft om mensenrechten, is hij dan ook bereid zich uit te spreken tegen de onderdrukking van Palestijnen door bondgenoot Israël? Ze gebruikten de term apartheidsstaat, nadat meerdere mensenrechtenorganisaties hadden geconstateerd dat daar sprake van is. De discussie duurde hooguit enkele minuten, maar ze waren tevreden. “Segers ontkende glashard dat Israël een apartheidsstaat is, dát is de kern van het verhaal.”
‘Ik blijf van mening dat de Ombudsman van de NPO een dubbele standaard hanteert’
De weken erna kwamen er – aangestuurd door rechtse opiniemaker Jan Dijkgraaf – ruim achthonderd klachten binnen bij de Ombudsman NPO. Haar vraag zou antisemitisch en ongefundeerd zijn geweest. Gibbs weerlegde dat, verwijzend naar de vele rapporten over apartheid in Israël. De ombudsman bleef kritisch; ze had die rapporten moeten noemen tijdens de uitzending. “Ik blijf van mening dat dit een dubbele standaard is. Niemand vraagt ooit om een rapport om te onderbouwen dat Iraanse vrouwen onderdrukt worden; of dat Poetin een dictator is.”
De ophef was volgens Gibbs een uitstekend voorbeeld van de angst en verkramptheid in het medialandschap. “Ik was niet naïef, we wisten dat het publiek en de politiek heftig zouden reageren. Maar ik had de reactie vanuit de omroepen zélf onderschat. Er is zoveel angst – angst dat bepaalde mensen volgende keer niet aanschuiven, dat je de toegang tot deze politici verliest. Op die manier laat je politieke belangen meewegen. Ik snap dat media zenuwachtig worden van beschuldigingen van antisemitisme, maar je moet bereid zijn om te zeggen: dit is ons journalistieke werk, natuurlijk zijn wij kritisch op een regering, punt.”
Systeem versus journalist
Dat er nog zoveel vanuit angst wordt gehandeld, heeft volgens Gibbs alles te maken met hoe het systeem werkt. Het brengt haar terug bij haar paniekaanval, de inspiratie voor haar vijfde pijler: ‘De journalistiek is van het volk, niet van de markt.’ Gibbs is niet de enige journalist die bij vlagen wordt overspoeld door frustratie en machteloosheid. De afgelopen jaren zag ze veelbelovend talent gedesillusioneerd en overspannen het veld verlaten. “De meeste journalisten gaan het vak in omdat ze iets willen bewerkstelligen, niet voor het geld. Vervolgens komen ze terecht in een wereld waarin niet de inhoud, maar machtsspelletjes en kijkcijfers het werk bepalen. Dat is zó vermoeiend.” Daarin zit haar antwoord op de vraag hoe je de journalistiek tegelijk kunt beschermen en bekritiseren: kijk naar het systeem, niet naar de journalist.
Zo wegen commerciële belangen zwaar mee in het medialandschap. De Belgische uitgever DPG Media, die de meeste grote kranten, mediahuizen en regionale dagbladen in Nederland bezit, nam vorig jaar RTL en Videoland over. Een ander Belgisch familiebedrijf, Mediahuis, bezit De Telegraaf, NRC en alle noordelijke dagbladen. Binnen de publieke omroep ziet Gibbs een vergelijkbare machtsconcentratie, in de vorm van vele bestuurslagen en managers waarop vorig jaar geen cent werd bezuinigd. Recent opperde NPO-voorzitter Jet de Ranitz zelfs dat de publieke omroep meer kan samenwerken met commerciële partijen, waardoor de omroep nog afhankelijker zou worden van winst. Gibbs herhaalt in haar pamflet de oproep van het adviescollege Publieke Omroep uit 2023: minder managers achter het stuur.
Door dit allemaal aan de kaak te stellen hoopt Gibbs meer richting te geven aan de mediakritiek die ze om zich heen hoort. “Ik hoor mensen zeggen dat journalisten de waarheid spinnen, of dat het een rommeltje is bij de omroep. Hun wil ik meer meegeven over hoe het medialandschap in elkaar zit, want kennis is macht.”
‘Dit is ook míjn publieke omroep, daarom zit ik ondanks mijn kritiek nog bij de NPO’
Momenteel co-presenteert Gibbs radioprogramma De Rode Draad, dat lijkt op het voormalige De Nieuws BV, al is ze verschoven van primetime naar de avond. Ook is Natuur in de Cariben nu te zien op NPO Start, waarin Gibbs de (bedreigde) natuur van de Caribische eilanden van het Koninkrijk in kaart brengt.
De Rode Draad werkt veel samen met andere media, zoals Vrij Nederland, De Correspondent en grote kranten. “Ik denk dat daar de toekomst ligt: samen onderzoek doen, elkaars publicaties boosten. Zo verbind je doelgroepen aan elkaar.” Ook proberen de makers luisteraars mee te nemen achter de schermen. Met het item ‘de mediamachine’ analyseren ze welke keuzes er in de media worden gemaakt en waarom. “We willen mediawijsheid meegeven aan de luisteraar: duidelijk maken wat we doen, waarom het belangrijk is én wat er beter kan. Zo worden journalisten zelf hopelijk ook kritischer op hun eigen proces.”
Ze heeft begrip voor makers die uit de journalistiek stappen, en niets dan lof voor degenen die hun eigen media oprichtten, zoals Omroep Zwart en Vers Beton, een Rotterdams magazine voor onderzoeksjournalistiek. Toch bleef ze zelf altijd bij de gevestigde omroepen. Waarom eigenlijk? “Ik heb toch een gevoel van: je krijgt me niet weg. Dit is ook mijn plek, mijn publieke omroep, het is van ons. Het is vermoeiend om altijd weer de discussie aan te gaan, maar je wordt er beter in.”
Op 26 oktober is er een debatavond over de zeven pijlers, in De Balie in Amsterdam.
 
Een kortere versie van dit interview verscheen in september 2026 in OneWorld Magazine.





