OneWorld

‘Nederland herkent het eigen antisemitisme niet’

Liekejongbloed 6 min lezen

Beeld: Marijn Smulders

Column

Na de Holocaust plaatste Nederland het antisemitisme buiten zichzelf, schrijft columnist Nadia Bouras. Eerst wezen we naar de Duitsers, daarna steeds vaker naar moslims, migranten en Marokkanen. Terwijl de nazidemonstratie dit weekend zich toch vooral beriep op de Nederlandse cultuur. ‘We herdenken de Jodenvervolging zonder onszelf als deel van het probleem te zien.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

Ongehoord Nederland (ON) zond een toespraak van Adolf Hitler uit. We hoorden hem fulmineren tegen een ‘wortelloze internationale kliek’. Vanuit de zaal klonk: ‘Joden!’ Vervolgens ging het gesprek bij ON doodleuk verder over de vraag of Hitler misschien toch een punt had met zijn tirade tegen de ‘kosmopolitische elite’.

De verontwaardiging was groot, maar het ging razendsnel van een collectief ‘foei!’ naar een juridische discussie. Op 8 september kondigde minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan dat het kabinet de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland wil intrekken. De omroep liet meteen weten het besluit te zullen aanvechten. Sindsdien gaat het vooral over de vraag of de minister dat mág doen. De aanleiding zelf verdween naar de achtergrond.

‘Nederland leerde eerder de Jodenvervolging herdenken dan het zijn antisemitisme leerde herkennen’

En die aanleiding doet ertoe. Het ging om een toespraak van Hitler op de publieke omroep. Niet in een historische documentaire of als waarschuwing voor het oprukkende fascisme, maar als bewijs voor het eigen extreemrechtse gelijk. De uitzending kwam bovendien niet uit de lucht vallen. Ze vormde het voorlopige dieptepunt van een patroon waarin nazisymbolen en fascistische retoriek steeds verder worden genormaliseerd.

Boeren vergeleken hun verzet tegen de stikstofmaatregelen met de Jodenvervolging en speldden zichzelf een ‘Jodenster’ op. Bij racistische protesten tegen azc’s brachten demonstranten de Hitlergroet. Neonazi’s manifesteerden zich dit weekend voor de tweede keer openlijk op het Malieveld, nota bene als verdedigers van de zogenaamd bedreigde Nederlandse cultuur. Vanuit de rechtse politiek klinkt steevast nauwelijks afwijzing; eerder begrip en steun.

Ook politici zelf spelen met deze beeldtaal. Geert Wilders verspreidde vorig jaar een campagnebeeld waarop een blonde, jonge vrouw voor de PVV stond en een boos kijkende vrouw met een hoofddoek voor de PvdA. Discriminatie.nl ontving duizenden meldingen: veel melders herkenden daarin nazistische propaganda. Hoe rijmt een land dat de Holocaust zo nadrukkelijk herdenkt die herdenkingscultuur met de achteloosheid waarmee antisemitische beeldtaal wordt gebruikt?

Naoorlogse paradox

Misschien ligt het antwoord in een naoorlogse paradox. Nederland leerde de Jodenvervolging eerder herdenken dan het zijn eigen antisemitisme leerde herkennen. De Holocaust kreeg relatief vroeg een centrale plaats in het nationale geheugen, maar wel binnen een comfortabel verhaal: de daders waren Duits, de slachtoffers Joods en Nederland was bezet en stond dus aan de goede kant. Zo konden we de vervolging herdenken zonder onszelf als onderdeel van het probleem te zien.

Pas later kwamen de ongemakkelijkere vragen. Wie registreerde en arresteerde Nederlandse Joden? Welke rol speelden politieagenten, ambtenaren, gemeenten en bedrijven? Wie nam na de deportaties hun woningen en bezittingen over? En waarom werden teruggekeerde Joden zo kil en bureaucratisch ontvangen?

‘Als antisemitisme Duits en nationaalsocialistisch was dan moest de Jodenhaat van nu van elders komen’

Antisemitisme kwam niet op 10 mei 1940 met de Duitse soldaten de grens over om op 5 mei 1945 weer te verdwijnen. Teruggekeerde Joodse Nederlanders merkten dat meteen. Zij stuitten op onverschillige instanties, op mensen die geroofde bezittingen niet wilden teruggeven en op openlijke Jodenhaat. De bezetter verdween, maar het antisemitisme niet.

Toch werd antisemitisme, naarmate de Holocaust steviger verankerd raakte in de Nederlandse identiteit, steeds gemakkelijker buiten onszelf geplaatst. Als antisemitisme Duits en nationaalsocialistisch was, en wij inmiddels onze les hadden geleerd, dan moest de Jodenhaat van nu kennelijk van elders komen.

Meten met twee maten

Wij hebben van de oorlog geleerd. Zij moeten die les nog leren. Zo kreeg de antisemiet in het publieke debat steeds vaker een migratieachtergrond. Het gaat opvallend vaak over de drie M’s: moslims, migranten en Marokkanen.

Mona Keijzer zei in 2024 dat Jodenhaat bij veel mensen uit islamitische landen ‘bijna onderdeel is van de cultuur’. Ze deed die uitspraak in een discussie over integratie en Holocausteducatie voor migranten. Een ideologie met een eeuwenlange Europese geschiedenis, die haar vernietigendste vorm aannam in het hart van Europa en waarvoor ook Nederlanders ontvankelijk bleken, veranderde zo in een cultureel gebrek dat migranten zouden meebrengen.

Natuurlijk bestaat antisemitisme ook onder moslims en moet het daar worden bestreden. Maar dan moeten we het overal even scherp herkennen. Als we meteen alarm slaan wanneer de dader Mohammed heet, maar beginnen te hakkelen zodra hij met een trekker naar Den Haag rijdt of een Nederlandse vlag om zijn schouders draagt, meten we met twee maten. Dan gaat antisemitismebestrijding niet alleen over Jodenhaat, maar ook over wie we als echte Nederlander zien en wie steeds moet bewijzen dat hij erbij hoort.

‘De woorden van Hitler worden niet herkend als grens, omdat ze aansluiten bij een vertrouwd politiek verhaal’

Zo maken we van antisemitisme iets van de Ander en hoeven we onze eigen geschiedenis niet onder ogen te zien. Die blinde vlek helpt ook verklaren hoe het fragment van Ongehoord Nederland überhaupt kon worden uitgezonden, en waarom nazi’s zoveel ruimte krijgen om te demonstreren. De woorden van Hitler worden niet onmiddellijk herkend als een grens, omdat ze aansluiten bij een vertrouwd politiek verhaal.

Nederland weet uitstekend hoe het de Holocaust moet herdenken. We hebben monumenten, musea, kransen, educatieve programma’s en plechtige toespraken. Op 4 mei zeggen we: ‘nooit meer’. Maar herdenken is iets anders dan herkennen. Het wordt tijd voor een nationaal gesprek over ons oorlogsverleden en de hardnekkige doorwerking van antisemitisme. Laat de publieke omroep dáár een podium aan bieden. Niet aan Hitler.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —  € 8,80 / maand
  • Alleen digitaal  —  € 6,60 / maand

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf €6,60 per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Je inschrijving kon niet opgeslagen worden. Probeer het nogmaals.

Je inschrijving is geslaagd

Volg ons