
Een militaire oefening in augustus in Eemnes. Beeld: © Hanno Breunesse/ANP
Dit weekend is in Amsterdam een demonstratie tegen de ‘oorlogskoorts’. Deelnemers zijn tegen verregaande militarisering, critici vinden dat naïef. Feit is: nooit eerder gaf Nederland zóveel geld uit aan defensie. Wat doen we eigenlijk met geld? Is het voor onze verdediging? Voor Oekraïne? Of voor een wapenwedloop? Vijf vragen over de militaire miljarden.
Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Op Prinsjesdag werd bekend dat het defensiebudget stijgt naar 28,9 miljard. Nooit eerder gaf Nederland zóveel geld uit aan defensie. Wat doen we eigenlijk met dat geld? Vijf vragen en antwoorden over het hoogste defensiebudget dat Nederland ooit heeft gehad.
Waar gaat die 28,9 miljard euro naartoe?
‘Geld om te vechten, vol te houden en te vernieuwen’, zo verwoordt het ministerie van Defensie het zelf. Maar concreet gaat er van de 28,9 miljard euro iets meer dan de helft, 14,8 miljard, naar defensiepersoneel, militaire operaties, militaire steun en Oekraïne (daar is 3 miljard voor begroot).
‘Militaire operaties’ zijn bijvoorbeeld gevechten tegen een vijandige mogendheid, missies om vrede te herstellen of te handhaven, nationale rampenbestrijding of speciale operaties zoals het bevrijden van gijzelaars of het trainen van lokale strijdkrachten in conflictgebied. Wekelijks deelt defensie een overzicht van de militaire operaties die op dit moment worden uitgevoerd. In de week van 2 tot en met 8 september trainden Nederlandse militairen onder meer hun collega’s in Ivoorkust en Senegal, en Oekraïense collega’s in Duitsland. Vanuit Vliegbasis Leeuwarden werden zogeheten MQ-9 Reapers, onbemande verkenningsvliegtuigen, bestuurd in Roemenië. En de Explosieven Opruimingsdienst Defensie vernietigde 41 explosieven die verdeeld over Nederland waren gevonden.
Het meeste geld gaat naar personeel: Defensie streeft naar 100.000 medewerkers
Het kabinet wil het aantal Defensie-medewerkers tussen nu en 2030 laten groeien tot 100.000. Om dat te bereiken, moeten er de komende jaren nog 20.000 mensen bijkomen. Bij de werving wordt onder andere ingezet op méér vrouwen. ‘Want’, zo schrijven ze, ‘diverse teams halen de beste resultaten. Bovendien heeft Defensie alle geschikte kandidaten nodig’. Ook gaat er geld naar de Nationale Weerbaarheidstraining. Dat is een militaire opleiding van negen weken, waarna je aan de slag kunt als reservist. Een reservist is een militair die het werk voor de krijgsmacht combineert met een ‘gewone’ baan of studie. Reservisten worden vooral ingezet als er meer personeel nodig is. Ze worden niet verplicht tot het meegaan op uitzendingen. Er wordt, kortom, flink ingezet op het vergroten van het leger.
Van de overige 14,1 miljard euro gaat een deel naar nieuw materieel, innovatie en vastgoed. Ook gaat er geld naar logistiek, munitie en voorraden. Een greep uit wat er de komende tijd zoal zal worden aangeschaft: militaire radio’s (voor communicatie tussen troepen, zowel bij verdediging als aanvallen), kruisraketten en torpedo’s voor onderzeeboten (in principe als afschrikmiddel, maar kan ook mee worden aangevallen), een nieuw anti-drone systeem voor schepen (verdediging), een mijnenjager om zeemijnen onschadelijk te maken (verdediging) en nieuwe gevechtskleding voor militairen. Saillant ‘detail’: de Rekenkamer meldde dit voorjaar dat Defensie in 2025 4,4 miljard uitgaf zonder juiste onderbouwing of anderszins met een rammelende verantwoording.
Hoe doet Nederland het in vergelijking met andere landen?
Voor 2027 komen de Defensie-uitgaven neer op ongeveer 2,36 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is méér dan de 2 procent die vanaf 2014 NAVO-norm was (en waar Nederland zich tot 2024 niet aan hield: 1,15 procent in 2014, 1,22 procent in 2018, 1,66 procent in 2023. Vorig jaar spraken de 32 bondgenoten op aandringen van president Trump af dat de norm tussen nu en 2035 verhoogd moet worden naar 5 procent van het bbp. Wat dat betreft lijkt Nederland dus ‘op koers’ te liggen.
Een vergelijking met andere NAVO-landen is voor 2027 nog niet te maken, omdat niet alle begrotingen bekend zijn. Maar als we kijken naar de cijfers van 2024, de meest recente beschikbare cijfers, dan blijkt Nederland niet bepaald onderaan te bungelen. De geraamde Nederlandse defensie-uitgaven waren toen ongeveer 1.105 euro per inwoner. Daarmee stonden we op de zevende plaats van de 32 landen van de NAVO. In diezelfde meting stond de VS met stip bovenaan, gevolgd door Noorwegen, Denemarken, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Kijken we naar het percentage van het bbp, dan stond Nederland op plaats twintig, en waren respectievelijk Polen, Estland en de VS koploper.
Zijn al die miljarden genoeg?
Sinds Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, werd de oorlogsdreiging voor veel Europeanen plots een stuk voelbaarder. Voor de Nederlandse regering reden om groots in te zetten op bewapening, in de hoop enerzijds af te schrikken en anderzijds klaar te staan ‘voor het geval dat’. Of bijna 30 miljard euro dan genoeg gaat zijn, is moeilijk in te schatten, omdat niemand precies weet op welke situatie we ons voorbereiden. Wat we wel weten: mocht Nederland aangevallen worden dan mogen treedt artikel 5 van het NAVO-verdrag in werking: een aanval op één NAVO-lidstaat is een aanval op allen. Dat betekent (in theorie) dat andere lidstaten te hulp zullen schieten. Dus ook als Nederland zelf niet voldoende middelen heeft, dan kan het zich verdedigen met behulp van andere landen.
Bij een wapenwedloop is het de vraag of het defensiebudget ooit hoog genoeg is
Wel ligt een wapenwedloop op de loer: als Nederland opschaalt, samen met de rest van de NAVO, zullen andere landen dat mogelijk ook doen, en zo worden er steeds meer wapens aangeschaft om aan elkaar gewaagd te blijven. De vraag is of het dan ooit ‘genoeg’ zal zijn. Een bekende wapenwedloop is die tijdens de Koude Oorlog (1945-1991). De Sovjet-Unie ontwikkelde vanaf 1949 atoombommen en breidde het wapenarsenaal snel uit. De VS en NAVO reageerden daarop met steeds meer wapens en steeds modernere kernwapens. Uiteindelijk hadden niet alleen de VS en de Sovjet-Unie kernwapens, maar ook het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China.
Is dit bedrag echt zo uitzonderlijk?
In absolute cijfers ging het nooit eerder om zó veel geld. Maar Nederland heeft wel eerder periodes gekend waarin er veel meer dan 2 procent naar Defensie ging. Tijdens de Koude Oorlog lag het percentage van het bbp dat naar Defensie ging veel hoger. In de jaren vijftig was het zo’n 4 procent, en daarna lag het jarenlang tussen de 2,5 en 3 procent. Na de val van de muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie leek oorlogsdreiging voor Nederland opeens ver weg. Dat zag je terug in de dalende defensie-uitgaven: van 2,4 procent van het bbp in 1990 tot 1,2 procent in 2015. Tussen 1995 en 2024 zaten ‘we’ steeds onder de NAVO-norm van 2 procent van het bbp. Het leger werd kleiner en materieel verdween. Zo had Nederland ooit 200 jachtvliegtuigen, en in 2017 ‘nog’ maar 63. Van de 900 tanks waren er toen nog 18 over. In 2015 waren zelfs de kogels zo goed als op. Volgens de voorzitter van militaire vakbond moesten militairen bij trainingen toen ‘pang pang pang’ zeggen.
Welke kosten staan níet op de Defensiebegroting?
Aan een militaire radio, een nieuwe torpedo of een jaarsalaris van een militair hangen concrete prijskaartjes. Maar voor de gigantische investering in Defensie wordt ook een prijs betaald die onmogelijk in geld valt uit te drukken. Meer militaire activiteiten betekent namelijk ook meer oefenterreinen, wapenopslag en infrastructuur. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor natuur en omwonenden. Het leger gebruikt bijvoorbeeld beschermde natuurgebieden voor oefeningen – en wil die ruimte nog verder uitbreiden. Eerder schreven we al over de klimaat- en natuurschade van militaire activiteiten en in de podcast Natuurcensuur deden we onderzoek naar de vergunningen die Defensie om bommen te gooien in beschermde natuur. Deze zomer brak een enorme brand uit tijdens militaire oefeningen op de Veluwe.
Er zijn ook verborgen kosten: de uitstoot van de militaire sector is 5 procent van álle uitstoot
Bovendien heeft de militaire sector een aanzienlijke impact op het klimaat. Denk aan de uitstoot van broeikasgassen van de militaire sector. Die is 5,5 procent van het totaal, dubbel zoveel als die van de commerciële luchtvaart, die verantwoordelijk is voor 2 tot 3 procent. Maar bijvoorbeeld ook brandende oliebronnen en lekkende chemicaliën door beschadigde fabrieken hebben een grote impact. Het is onmogelijk om daar een prijskaartje op te plakken.
Het feit dat er zo veel geld wordt vrijgemaakt voor defensie, betekent ook dat er op andere gebieden in de kosten gesneden wordt. Hoewel het kabinet met Prinsjesdag aankondigde tussen 2027 en 2029 1,1 miljard euro extra te investeren in ontwikkelingssamenwerking (bovenop de 1 miljard uit het coalitieakkoord), werd er afgelopen jaren flink op dat thema bezuinigd. Terwijl investeren in ontwikkelingssamenwerking juist kan bijdragen aan meer stabiliteit wereldwijd, en dus aan minder oorlogsdreiging. Maar de kosten meetbaar maken die veroorzaakt worden door bezuinigingen, is onbegonnen werk.
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,80 / maand
- Alleen digitaal — € 6,60 / maand




