OneWorld

De geschiedenis van OneWorld 2011-2018: subsidiestop, nieuwe koers

Liekejongbloed 9 min lezen

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

De eerste editie van OneWorld uit december 2011 treedt duidelijk in de sporen van zijn voorgangers: zo staat er een interview in met prinses Mabel van Oranje over haar campagne tegen kindhuwelijken. Een reportage over ‘authentiek toerisme’, ofwel westerse toeristen die sloppenwijken bezoeken – met een kritische blik, maar mét een lijst van websites waar je zelf zo’n reis kunt boeken. En een verslag uit Uruzgan, waar Nederlandse militairen met succes een weg hebben aangelegd. Oftewel: veel aandacht voor onrecht in andere landen, maar nog steeds vanuit het perspectief van Nederlandse witte weldoeners.

Niet zo vreemd als een journalistiek tijdschrift ontstaat vanuit de wereld van ontwikkelingssamenwerking. Het nieuwe magazine OneWorld was het resultaat van de fusie tussen Internationale Samenwerking (IS), tijdschrift Onze Wereld en online platform OneWorld.nl. “Maar inmiddels vonden we de term ontwikkelingsblad een soort scheldwoord,” zegt Hans Ariëns (66), voormalig hoofdredacteur van IS en de eerste hoofdredacteur van OneWorld. “We wilden de inhoud meer naar Nederland trekken, het blad toegankelijk maken en mensen in beweging brengen. Mabel van Oranje leek ons daarom een goede eerste cover: een aansprekende manier om een bredere groep mensen aan het blad te binden.”

‘We wilden handelingsperspectief bieden: welke duurzame keuzes kun je maken?’

In de zeven jaar daarna zou het blad meermaals van koers veranderen – vanwege de tijdgeest, én uit financiële noodzaak. Het blad ontving in die jaren namelijk een flinke subsidie van het NCDO, een voorlichtingsorgaan rond ontwikkelingssamenwerking en ‘mondiaal burgerschap’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Verder kwamen er inkomsten uit de online vacaturebank, waar vooral ngo’s tegen betaling vacatures plaatsten. Het blad was gratis, zowel op papier als online; het had ruim 120.000 abonnees.

Dankzij die subsidie kon OneWorld het zich veroorloven om redacteuren en freelancers de wereld over te laten reizen voor reportages. Ook onderzoeksjournalistiek werd niet geschuwd: het blad had dossiers over onder meer landbouwbedrijf Monsanto en kindermisbruik in Ghana. Dat leverde rechtszaken op die de redactie ‘glansrijk’ won, aldus Ariëns. “Dat konden we ons permitteren omdat we subsidie hadden; andere bladen zouden moeten afhaken. We probeerden het feit dat we wat ruimer in de financiën zaten op die manier te benutten.”

Schrijver Abdelkader Benali was columnist, activist en kunstenaar Quinsy Gario werd vaste bijdrager en Marcel van Roosmalen schreef een maandelijkse column waarin hij met een kritische en satirische blik evenementen van goede doelen bezocht. In plaats van een blad over wat Nederland doet om armoede te bestrijden, besteedde OneWorld nu ook aandacht aan wat we bijdragen aan ongelijkheid. Ariëns: “We keken bijvoorbeeld steeds meer naar productieketens: wat jij hier koopt, zoals je kleding of voedsel, heeft invloed op mensen in andere landen. Tegelijk wilden we handelingsperspectief bieden: wat kun je doen, welke duurzame keuzes kun je maken?” De slogan luidde destijds dan ook ‘Be part of it’.

Klik op de pijltjes om door de tijdlijn te gaan. De tekst gaat na de foto’s verder.

Design: Studio Colorado

Maar de subsidie zou niet eeuwig duren. Het eerste kabinet-Rutte, dat in 2010 aantrad, wilde bezuinigen op het ontwikkelingsbudget – dat zou ook het NCDO, en daarmee OneWorld, treffen. In de afgelopen 25 jaar bleef het Nederlandse ontwikkelingsbudget dalen, van 0,7 procent tot 0,58 procent van het Bruto Nationaal Inkomen. Eind 2014 was de kogel door de kerk. Per januari 2018 zou OneWorld geen subsidie meer ontvangen. Het blad kreeg drie jaar om de overgang te maken naar onafhankelijke journalistiek.

Emma Lok (41) kan zich de vacature nog goed herinneren: zakelijk manager bij OneWorld, met de opdracht om van een gesubsidieerd magazine een onafhankelijk journalistiek medium met eigen inkomsten te maken. “Ik was meteen gegrepen. Ik vond het een mooi blad, met een belangrijke missie en ik wist dat bijna alle andere grote mediabedrijven in handen zijn van aandeelhouders. Dus het leek me een enorme uitdaging: hoe financier je onafhankelijke journalistiek?”

‘Als je onafhankelijk wil zijn, dan zijn inkomsten van lezers het meest waardevol’

Lok was de eerste zakelijk manager, want die was eerder niet nodig; OneWorld hoefde vanwege de subsidie immers geen inkomsten te genereren. Mede daarom koos het team voor iemand met een bedrijfskundige achtergrond, die tot kort daarvoor bij multinational Procter & Gamble werkte. “Ik ging van een zeer winstgedreven Amerikaanse multinational naar een klein Nederlandse organisatie die altijd subsidie had ontvangen. Bij de één werken corporate types, bij de ander maatschappelijk bevlogen journalisten. Op papier is het de grootst mogelijke tegenstelling, maar ik voelde me meteen thuis.”

De jaren daarna was het continu zoeken en experimenteren om een verdienmodel te vinden. De eerste stap was simpel: de lezers moesten gaan betalen. “Als je onafhankelijk wil zijn, dan zijn inkomsten van lezers het meest waardevol”, aldus Lok. Er kwamen verschillende abonnementsvormen en het team moest op zoek naar een eerlijke prijs. Daarin namen ze de lezer mee: in het magazine van mei 2015 werd stap voor stap uitgelegd hoe een magazine wordt gemaakt, en hoeveel dat kost.

Daling aantal lezers

Ook moesten ze lezers simpelweg de vraag stellen: wil jij betalen voor OneWorld? Dat deden ze – letterlijk. Lok: “In september 2015 begonnen we met een grote belactie. Het hele team – journalisten, eindredacteuren, stagiairs – belde lezers op. Uiteindelijk hebben we zelfs een oproep aan de lezers zélf gedaan om ons te helpen met bellen. Sommigen wilden heel graag meehelpen.” De belactie leverde allerlei reacties en gesprekken op. Van ‘natuurlijk wil ik graag bijdragen’ tot ‘ik kan dit niet betalen’, en van enthousiasme tot twijfel. Uiteindelijk moest een callcenter de klus afmaken. OneWorld bleef drie jaar later over met zo’n 11.000 betalende abonnees. “Dat was natuurlijk een enorme daling, maar dat viel te verwachten. Toch was het genoeg om echt een speler in de tijdschriftenmarkt te zijn.”

De zakelijke redactie werd verder uitgebreid; in de hoogtijdagen had OneWorld als geheel tientallen mensen in dienst. Tegelijk moest het blad ook in de kosten snijden, onder meer door de freelance tarieven te verlagen. Een betaalmuur voor de online artikelen wilden ze nog niet, om toegankelijk te blijven.

‘De vacaturebank is een goed verdienmodel die de onafhankelijkheid niet in gevaar brengt’

Lezersinkomsten alleen zouden daarom niet genoeg zijn. Lok: “Je kunt het beste verschillende inkomstenstromen te hebben, zodat je nooit afhankelijk bent van één partij.” Lok besloot daarom de vacaturebank, die nog altijd vooral ngo’s en maatschappelijke organisaties trok, uit te breiden. “Het was en is een goed verdienmodel, dat de onafhankelijkheid niet in gevaar brengt. Het trekt ook lezers aan, want dezelfde mensen die banen met een maatschappelijke missie zoeken, zijn vaak ook geïnteresseerd in journalistiek over die sector.” Wel zat er veel tijd in het onderhouden van relaties met deze ngo’s, die als ‘partners’ niet alleen vacatures maar ook berichten in hun eigen hoek op de site konden plaatsen.

Helemaal vrij van overheidsgeld was OneWorld nog niet. Het blad maakte afspraken met specifieke ministeries over thematische kanalen, zoals het Food-kanaal, over een duurzame voedselketen en het Love-kanaal over seksualiteit. Daarna werden dergelijke afspraken gesloten rond de platforms Powerswitch (over de energietransitie) en Harlot, over seksuele en reproductieve rechten. Dat schuurt behoorlijk met het idee van onafhankelijke journalistiek, maar volgens Lok was de onafhankelijkheid nooit in gevaar – ook omdat het maar om een beperkt deel van de inkomsten ging. “We hadden heel duidelijke afspraken: wij zouden een bepaald aantal artikelen per jaar publiceren, zij zouden zich niet bemoeien met de inhoud. De subsidie was voor meerdere jaren, dus we hadden verder weinig contact.”

Migratie en racisme

OneWorld stond niet alleen in zijn zoektocht naar een journalistiek verdienmodel. Destijds, tussen 2015 en 2018, worstelden vrijwel alle media met teruglopende abonnementen, de overstap op digitaal, en een publiek dat steeds minder bereid leek om voor journalistiek te betalen. Tegelijk groeiden de zorgen over desinformatie, clickbait en de schadelijke algoritmes op Twitter en andere sociale media. Journalistiek was keihard nodig, maar het geld was er niet. Dat betekende: meer freelancers, lage tarieven, maar ook veel innovatie, herinnert Lok zich. “Blendle werd bijvoorbeeld opgericht, waarbij je per artikel betaalde. De Correspondent was een nieuwe titel, met een eigen verdienmodel. Het was journalistiek een heel interessante tijd.”

Het was daarom ook een periode dat je het als blad alleen zou redden als je onderscheidend was – als je een duidelijke koers had. Bij OneWorld was duurzaamheid de boventoon gaan voeren. Vooral de vraag wat jij zélf kan doen om bijvoorbeeld je klimaatafdruk te verkleinen, keerde vaak terug. In 2015 kreeg het blad een nieuwe slogan: ‘Mondiaal denken, Groen doen’. Datzelfde jaar werd Lonneke van Genugten de nieuwe hoofdredacteur, Ariëns bleef in dienst. Onder Van Genugtens leiding werden weer andere thema’s geïntroduceerd, zoals het slavernijverleden, dekolonisatie en feminisme.

‘We waren optimistisch, we dachten echt dat er dingen zouden veranderen’

De tijdgeest speelde ook mee. Tussen 2014 en 2017, in de periode van de Syrië-oorlog waren vluchtelingen hét speerpunt voor politiek en media; het platform Movement van OneWorld richtte zich specifiek op migratie, maar dan vaker vanuit het perspectief van de migrant. Het gesprek over racisme en discriminatie was, eigenlijk al sinds de start van Zwart Piet is Racisme in 2011, opengebroken. Bedenker Quinsy Gario kreeg bij OneWorld een platform en op de cover stonden vaker mensen van kleur vanwege hun kennis en opvattingen, niet zoals voorheen vooral als slachtoffer. Daaronder waren bekende namen zoals Özcan Akyol, Hasna el Maroudi en Munganyende (voorheen Munganyende Hélène Christelle), die columnist van het magazine werd. Ariëns: “Ook probeerden we de diversiteit op redactie te vergroten. Vooral onder columnisten lukte dat aardig. Al met al was het best een optimistische tijd. Er was veel discussie, maar er leek wel iets te verschuiven, we dachten echt dat er dingen zouden veranderen. De meest heftige backlash zou pas later komen.”

Probleem was: het waren te veel thema’s en invalshoeken voor een blad dat zich moest onderscheiden om naam te maken. Lok “We wilden te veel tegelijk; we misten focus.” In aanloop naar de verzelfstandiging besloot de redactie daarom dat het ook tijd was voor een nieuwe hoofdredacteur. “We hadden iemand nodig die keuzes durft te maken, maar die ook de verbanden tussen thema’s ziet. Iemand met een duidelijke inhoudelijke visie én journalistieke strepen op haar mouw.” Dat werd Seada Nourhussen: zij was destijds Afrika-redacteur en columnist voor Trouw. Zo werd in februari 2018 de eerste OneWorld gepubliceerd met een nieuwe hoofdredacteur. Minder lezers en geen vaste subsidie, maar wel grotendeels onafhankelijk.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —  € 8,80 / maand
  • Alleen digitaal  —  € 6,60 / maand