Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Op 3 juli 2018 publiceerde OneWorld één van de meest toonaangevende en spraakmakende artikelen uit haar geschiedenis: ‘Met deze koloniale taal stoppen we’. Daarin kondigde de redactie aan bepaalde termen uit haar woordenboek te schrappen, zoals ‘etnisch’, ‘minderheden’, ‘ontwikkelingslanden’, ‘stammen’ en bepaalde mensen ‘een stem geven’: termen die ongelijkheid en eurocentrisme uitstralen. Dat ging gepaard met een artikel over het type verhalen dat OneWorld niet meer publiceert, zoals verhalen waarin witte redders de hoofdrol spelen.
Wie de geschiedenis van OneWorld kent, snapt waar dat vandaan kwam. Het was een manier om af te rekenen met het verleden als door de overheid gesubsidieerd blad dat vooral de Nederlandse weldoeners in de spotlight zet. Decennialang hadden witte redders en zwarte slachtoffers de hoofdrol gespeeld in tekst en beeld. OneWorld was in 2011 namelijk ontstaan uit de tijdschriften Internationale Samenwerking en Onze Wereld, en de website oneworld.nl – die zich richtten op ontwikkelingssamenwerking. Tot 2018 ontving OneWorld nog subsidie van de overheid. Per januari 2018 was het blad financieel zelfstandig en trad Seada Nourhussen aan als nieuwe hoofdredacteur.
‘Je moet als journalistiek magazine impopulair durven zijn’
Hoewel eerdere hoofdredacteuren al meer aandacht waren gaan schenken aan neokolonialisme, en niet alleen aan onrecht ver weg, maar ook in Nederland, gooide Nourhussen definitief het roer om. OneWorld zou uitgesproken antikoloniaal worden en zich inzetten tegen machtsmisbruik overal. Het motto: journalistiek voor rechtvaardigheid. “Dat sloeg niet alleen op de onderwerpkeuze, of wie er aan het woord zou komen, maar ook op beeld en taalgebruik. Geen kinderen in nood herkenbaar in beeld bijvoorbeeld. We wilden ook een kritische blik werpen op media zelf, want die zijn óók een machtsblok.”
Het artikel ‘Met deze koloniale taal stoppen we’ leverde inderdaad bakken met kritiek op van journalisten. Boze columnisten klommen in de pen. Sommigen waren er oprecht niet van overtuigd dat taal zoveel macht heeft; anderen spraken van censuur en schreven dat ze ook niets meer mochten zeggen. GeenStijl waarschuwde: ‘Journo’s opgelet, deze woorden zijn NAZI’. Nourhussen: “Ze zagen het als verbod voor hén. Terwijl we het vooral over onszélf hadden.” Maar die reacties lieten volgens haar goed zien hoe nodig dat gesprek was. “Je moet impopulair durven zijn. En vanaf dat moment kregen we veel meer naamsbekendheid, want ze hádden het wel allemaal over ons.”
Klik op de pijltjes om door de tijdlijn te gaan. De tekst gaat na de foto’s verder.
Design: Studio Colorado
Toen OneWorld een nieuwe hoofdredacteur zocht, was Seada Nourhussen al zeker twaalf jaar ‘met veel plezier’ in dienst bij Trouw. Als Afrikaredacteur reisde ze het continent over en schreef ze een tweewekelijkse, spraakmakende column. “Ik had mijn droombaan. Wel was ik door de jaren heen steeds kritischer op de journalistiek in het algemeen.” Ze deed dingen anders dan haar collega’s; zo liet ze enkel Afrikaanse experts aan het woord, probeerde ze altijd verbanden te leggen tussen armoede, conflict en uitbuiting elders en onze consumptie hier, en ze schreef niet enkel over ellende en corruptie op het Afrikaanse continent. “Ook bij de beeldredactie was ik vaak bemoeierig: ik beargumenteerde dat er geen kinderen in nood zichtbaar in beeld moesten worden gebracht, nergens, maar zeker niet bij mijn artikelen. En bij interne discussies was ik vocaal over bijvoorbeeld stigmatiserend taalgebruik of de vraag waarom we onze columnisten lieten wegkomen met feitenvrije statements.”
Ze kende OneWorld deels, maar vooral OneWorlds voorloper over ontwikkelingssamenwerking, het tijdschrift Internationale Samenwerking (IS), zag ze vroeger thuis vaak. “Daarin zag ik veelal goedbedoelende witte mensen die mensen zoals ik wilden redden.” Ze kreeg van OneWorld de indruk van een blad dat probeerde te veranderen, maar er moeite mee had. “Ze hadden goede onderwerpen en veel kwaliteit in huis, maar het bleef lieflijk en een beetje zijdelings van de mainstream. In mijn ogen miste er een herkenbare koers en urgentie.” Vrienden en collega’s spoorden haar aan om te solliciteren als hoofdredacteur. Tijdens die sollicitatie was ze onomwonden over haar ideeën over rechtvaardige journalistiek en hoe OneWorld zich daarmee kon positioneren. Schijnbaar viel dat in de smaak, want ze werd aangenomen.
Voor mij was vanaf dag één duidelijk: we maken journalistiek voor een rechtvaardige wereld
Die nieuwe koers was natuurlijk wennen. “Hoewel ik was aangenomen om verandering in de journalistieke aanpak te brengen, vonden sommige teamleden, maar ook freelancers het best heftig,” herinnert Nourhussen zich de begindagen. Er vertrokken redactieleden en vaste freelancers om uiteenlopende redenen, onder wie voormalig hoofdredacteur Hans Ariëns, die zag dat het niet meer de plek voor hem was. “Als iemand zo lang hoofdredacteur is geweest, kunnen mensen loyaliteit voelen en daarom ook vertrekken”, aldus Emma Lok, zakelijk directeur van OneWorld tussen 2015 en 2019 en onderdeel van het team dat Nourhussen aannam. Ook werden sommige columns en rubrieken geschrapt omdat ze al lang liepen, te veel kostten, te weinig gelezen werden of niet meer bij de nieuwe koers pasten. Nourhussen: “Zo was er een rubriek waarbij je meekeek naar hoe mensen elders, vaak in niet-Westerse landen, hun avondmaal nuttigden. Ik vond dat vreemd, dat doen we in Zweden ook niet.”
Er kwamen ook mensen bij, zoals een chef online en nieuwe (eind)redacteuren. Marte Hoogenboom voegde zich in de zomer van 2019 bij OneWorld; eerst als interim chef online, later als vaste eindredacteur en sinds eind 2024 als schrijvend redacteur. De geschiedenis van OneWorld als tijdschrift in de ontwikkelingssector was haar onbekend toen ze aantrad. “Maar voor mij was het vanaf dag één duidelijk wat we hier doen: we maken journalistiek voor een rechtvaardige wereld. Als ik vroeg wat dat betekende, was het antwoord: ‘Wij stellen de machtsvraag’. Dat vond ik heel verfrissend, het was een duidelijk handvat.”
Voor Hoogenboom was vooral de laagdrempeligheid van OneWorld aantrekkelijk. “We lieten vaak mensen uit gemarginaliseerde groepen aan het woord, ook door hen zélf te laten schrijven en gedegen eindredactie te bieden. Denk aan sekswerkers, mensen met een beperking, trans mensen. Het was een ingang in de media voor mensen die niet eerder een dergelijk podium kregen.” Die koers werd door velen gewaardeerd en gevierd, en leverde een nieuw publiek op, maar leidde ook tot felle reacties.
Bakken met haat
Het was de periode dat Twitter nog geen X heette, hoewel het al ‘steeds meer op een riool begon te lijken’, aldus Hoogenboom. Ook bleven boze columnisten van andere media OneWorld in de gaten houden; dat leidde dan weer tot een discussie online, waardoor auteurs soms bakken met haat over zich heen kregen. Hoogenboom herinnert zich dat de redactie een standaardbericht had klaarstaan voor als het weer eens uit de hand liep in de comments op social media – dan werden die uitgeschakeld. “Ook stuurden we de auteur even een bericht om te checken hoe het met ze ging. Het was heftig, maar het bevestigt ook dat het hard nodig was om deze mensen een podium te geven.”
Ook de focus op taal bleef woede wekken. OneWorld had een ‘taaldossier’ waarin niet alleen racistische, seksistische en stigmatiserende migratietaal werd behandeld, maar soms in detail werd ingegaan op vragen zoals: is het transvrouwen of trans vrouwen? Is het ‘mensen met autisme’ of ‘autistische mensen’? Voor critici leek dat overdreven en onbenullig. Hoogenboom: “Dat snap ik wel, we wijdden een heel artikel aan één spatie. Maar als wij zeggen dat taal ertoe doet, dan nemen we er vervolgens ook écht de tijd en de ruimte voor.”
OneWorld zegt niet wat de mensen willen horen, dat is commercieel niet zo handig
In 2018 had OneWorld zo’n 11.000 abonnees. Dat aantal bleef de jaren daarna redelijk stabiel. Lok: “We verloren lezers die zich niet meer in het blad herkenden; mensen die vooral geïnteresseerd waren in de ontwikkelingssector, en witte mensen die zich te veel aangesproken voelden door de dekoloniale aanpak. Maar we trokken ook nieuwe mensen aan die juist zeiden: dit geluid hoor je nergens anders. Dat is de kracht van OneWorld, al is het commercieel niet per se handig: OneWorld zegt niet wat mensen willen horen.”
Het bleef zoeken naar een verdienmodel voor een blad dat jarenlang van subsidie had bestaan. Voor enkele themaplatforms kwam nog altijd geld van ministeries, zoals het kanaal over migratie, de energietransitie en seksuele rechten. De abonnees waren goed voor ongeveer een derde van de inkomsten, de rest van de inkomsten kwam van de online vacaturebank en het partnernetwerk van ngo’s die via een abonnementsvorm onbeperkt vacatures, berichten en evenementen online konden plaatsten – of samen met OneWorld evenementen organiseerden.
In 2018 en 2019 experimenteerde OneWorld met inkomsten uit het bedrijfsleven. In zogeheten Hoe zit het met-edities dook OneWorld in één thema – bijvoorbeeld water, plastic, koffie of cacao – met financiering van bedrijven uit diezelfde sector. Lok: “Het was een experiment: kún je op deze manier journalistiek financieren en toch onafhankelijk blijven? Volgens mij is dat gelukt. Eén partner was achteraf helemaal niet blij met een publicatie.” Nourhussen: “Het was spannend. Maar in de overeenkomst, die we ook publiek maakten, stond dat de financiers zich niet met de inhoud mochten bemoeien. Dat kon ook betekenen dat ze zelf op de pijnbank werden gelegd. Ik vond het interessant om te ondervinden in hoeverre je bedrijven kon laten betalen voor kritische journalistiek over henzelf.”
Wel lezers, geen inkomsten
In 2019 en 2020 ging het ogenschijnlijk goed met OneWorld – de lezersaantallen waren stabiel, de nieuwe koers was helder, en de titel, voorheen toch meer een vakblad, telde steeds meer mee in het medialandschap. De site werd razend populair rond de tijd van de Black Lives Matter-protesten. Nourhussen: “We werden aangeprezen door activisten. En we hadden natuurlijk al een heel dossier over thema’s rond racisme waar opeens iedereen in geïnteresseerd was.” Artikelen over politiegeweld, intersectionaliteit, over racisme in de zorg en de media, en interviews met vooraanstaande antiracisme-activisten leverden een recordaantal bezoekers op. In 2020 had de website meer dan 2 miljoen unieke bezoekers; eerder was dat zo’n miljoen tot 1,5 miljoen. We hadden in 2020 wel 2 à 2.5 miljoen unieke bezoekers in een jaar; een jaar eerder was het nog anderhalf miljoen.”
Probleem was: het vertaalde zich niet naar inkomsten. Het blad kostte slechts 4 euro en er was online geen betaalmuur. Onder de 11.000 abonnees waren ook bijna-gratis studentenabonnementen en zo’n 3.000 Oxfam-leden die het blad bij hun donateurschap ontvingen. OneWorld was voor een groot deel afhankelijk van de inkomsten van de partners en vooral de vacaturebank. En juist die liepen in 2020 hard terug, vanwege de coronapandemie.
OneWorld was sinds 2018 een onafhankelijke stichting met een bestuur, een directie en een redactie, en het bestuur had het laatste woord over zakelijke beslissingen. De pandemie was nog volop gaande toen het bestuur in oktober 2020 de gehele redactie bij elkaar riep voor een belangrijke mededeling: het ging financieel zo slecht, dat OneWorld moest saneren. Alle contracten, ook die van Nourhussen, werden ontbonden of niet verlengd; het printmagazine werd stopgezet en OneWorld zou alleen digitaal doorgaan met een nader samen te stellen rompredactie.
‘Kan ik OneWorld overnemen? vroeg ik in een opwelling’
In de maanden erna gebeurde er veel. Een ondernemer die uitgever was van onder meer HP/De Tijd, wilde het blad wel overnemen. Toen Nourhussen daarvan hoorde, vreesde ze voor het einde van de door haar ingeslagen journalistieke koers. Ze drong aan op zoek te gaan uitgevers van media die meer in lijn waren met OneWorld. Maar door de onzekerheid van corona hield iedereen de hand op de knip. In alle chaos deed ze het bestuur een voorstel: “Kan ik ook de kans krijgen het over te nemen? Ik zei het in een opwelling. Niet omdat ik zo graag de baas wilde worden, maar omdat ik zag welke invloed het nieuwe OneWorld inmiddels had op kritische journalistiek. We hadden toch niet zo hard gewerkt om dat na drie jaar weer te laten verdwijnen?” Nourhussen mocht een gooi doen naar de overname, mits ze een zakelijk partner zou zoeken. “Ik had geen idee hoe ik daaraan moest komen, tot ik een telefoontje van John kreeg: heb je hulp nodig?”
John Olivieira – nu zakelijk leider van OneWorld – was sinds 2019 lid van de redactieraad van OneWorld. Met een achtergrond in marketing werkte hij jarenlang voor verschillende media, zoals MTV, XITE, uitgever Sanoma en als directeur van At5/Salto. “Ik was als freelancer met wat projecten bezig, maar OneWorld stond in brand. Seada had een andere expertise nodig, en ik wist het een en ander van investeren en uitgeven. In een paar weken hebben we een businessplan in elkaar gezet dat het moest winnen van het plan van de andere gegadigde.”
Black owned
Dat plan bestond grotendeels uit ideeën die Nourhussen eigenlijk al sinds haar aantreden had liggen, zoals het aantal printedities verlagen en in plaats daarvan elke keer een dikker, bewaarexemplaar maken. Olivieira had eerder al gepleit voor de invoering van een betaalmuuronline. Nourhussen schreef een toekomstperspectief voor OneWorld, Olivieira werkte de zakelijke details en prognoses uit. “Het is niet zo dat we een bedrijf wilden ‘kopen’, het ging om een licentie-afspraak. Dan mochten wij de stichting en de titel exploiteren onder bepaalde voorwaarden.” Het bestuur was enthousiast, en eind 2020 was het officieel: OneWorld zou een doorstart maken met Nourhussen en Olivieira aan het hoofd. Daarmee werd OneWorld de enige black owned journalistieke titel in Nederland.
Vervolgens was het zaak om snel aan de abonnees te laten weten dat OneWorld dus wél op papier zou blijven bestaan, en hen over te halen om abonnee te blijven tot de doorstart compleet was. Velen deden dat. In de tussentijd was geld de grootste uitdaging; om de doorstart makkelijker te financieren betaalden Nourhussen en Olivieira zichzelf een jaar lang geen salaris uit.
OneWorld bleef over met zo’n 7 duizend abonnees die vanaf dat moment 4 keer per jaar een magazine kregen in plaats van 10 keer per jaar, en online voortaan moesten inloggen vanwege de betaalmuur. Olivieira besloot een lezersonderzoek te doen om te kijken wat hen aan het blad bindt. “Daaruit bleek dat lezers van het magazine flink vergrijsd waren, en de digitale lezers juist relatief jong. Het grootste compliment dat we kregen, was dat mensen het fijn vonden dat we over handelingsperspectief schrijven; ze hadden door ons het gevoel in actie te kunnen komen. Ook de dwarsverbanden tussen thema’s vonden lezers belangrijk, zoals de focus op klimaatrechtvaardigheid, waarbij klimaatverandering niet los gezien kan worden van bijvoorbeeld kolonialisme. De kritiek: ze vonden ons wel erg zuur.”
‘‘Unapolagetic journalism’ klinkt fantastisch, maar principes kosten geld’
Nourhussen kan erom lachen. “Dat snapte ik wel. Het is ook niet echt een goede representatie van de redactie: hier wordt best veel gelachen. Daarom zorgen we nu voor meer inspiratie in het blad, niet alleen maar doom en gloom: ook hoopvolle verhalen en kunst en cultuur. Of bijvoorbeeld de online rubriek Goal Getters over mensen die op eigen houtje, grote veranderingen teweegbrengen.” Het blad moest visueel ook aantrekkelijker worden dus is er meer geïnvesteerd in fotografie met een vaste beeldredacteur, beeldplannen, styling, visagie. Ook publiceert OneWorld meer longreads en grote interviews, vaak met bekende namen uit media en cultuur. De laatste jaren stonden onder meer zangeres Naaz, Omroep Zwart-directeur Akwasi, journalist Natasja Gibbs en Hang Youth-frontman Abel van Gijlswijk samen met Postmen-frontman Remon Stotijn op de cover. Nourhussen: “We wilden meer ruimte voor verbeelding, maar altijd vanuit een invalshoek van rechtvaardigheid.”
De online redactie vermengde debat en opinie de laatste jaren steeds meer met onderzoeksjournalistiek en (video)explainers over bijvoorbeeld het misbruik van de term ‘woke’ en wat fascisme precies is. “Daardoor kunnen we ons wat meer onttrekken aan de hypes en met een helikopterview uitleggen. Die stukken staan ook al jaren steeds opnieuw in onze lijst met best gelezen artikelen, omdat ze steeds weer relevant blijken”, aldus Nourhussen. Ondertussen trok de site prominente nieuwe namen aan als columnist, zoals Sylvana Simons en Nadia Bouras.
Big Tech als bedreiging
OneWorld is op dit moment voor ongeveer 45 procent afhankelijk van abonnees, en voor 55 procent van vacatures en partners, zegt Olivieira. “En ja, dat kost meer dan het oplevert. We maken unapolagetic journalism en dat klinkt fantastisch, maar principes kosten geld.”
Het eerlijke verhaal is dat het steeds moeilijker wordt om onafhankelijke journalistiek te maken, zeker als kritische, kleine titel. Het aantal volgers van OneWorld op social media is flink toegenomen de afgelopen jaren, maar het aantal abonnementen daalt. “Wij kunnen niet bestaan van likes”, aldus Nourhussen. “Dat komt ook doordat we nou eenmaal in een visuele cultuur leven, en wij leunen nog zwaar op tekst.”
‘Dat is OneWorld: klein, maar invloedrijk en betekenisvol’
De manier waarop Big Tech bepaalt wat we voorgeschoteld krijgen, is op dit moment de grootste bedreiging, ziet Olivieira. “Je móet alles delen op sociale media, want anders besta je niet, maar de algoritmes bepalen wie wat leest. Bovendien zijn al die platformen erop gericht om jou op het platform te houden. Mensen lezen vaak enkel een post; lang niet iedereen klikt door.” Daar komt sinds kort bij dat zelfs een Google-zoekopdracht niet meer naar de website leidt; door AI-antwoorden komen mensen niet meer bij de oorspronkelijke bron terecht. Olivieira: “Dat heeft enorme invloed op ons bereik en we hebben er geen antwoord op.”
Het is één van de redenen dat OneWorld twee jaar geleden besloot om een jaarlijks festival te organiseren. Daarin staat journalistiek maar ook verzet tegen onrecht altijd centraal, met bekende sprekers, panels, workshops en film. In een tijd dat alles zich online afspeelt, voelen veel mensen de behoefte om elkaar fysiek te ontmoeten. Nourhussen: “Ik heb me er allang bij neergelegd dat we een niche zijn, maar voor onze achterban, die politiek en samenleving ziet verrechtsen en verharden, is zo’n festival heel waardevol. Ik hoor van veel mensen dat ze ernaar uitkijken, dat het zo fijn is om gelijkgestemden tegen te komen. En we zijn elk jaar stijf uitverkocht. Dat is OneWorld: klein, maar invloedrijk en betekenisvol.”
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,80 / maand
- Alleen digitaal — € 6,60 / maand