De Dagelijkse Standaard

Beleggingen vóór 1 januari verkopen? Snel terugkopen kan je belastingvoordeel laten verdwijnen

Redactie Dagelijkse Standaard 4 min lezen

Belegger bekijkt een koersgrafiek op haar telefoon in een herfstpark.

Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Beleggingen verkopen vóór Nieuwjaar, het geld even op een spaarrekening zetten en daarna opnieuw beleggen: die aanpak levert niet vanzelf minder box 3-belasting op. Voor tijdelijke verschuivingen rond 1 januari gelden regels die het veronderstelde voordeel kunnen wegnemen. De reden voor de transacties en de tijd ertussen zijn belangrijk.

Nu het laatste kwartaal van 2026 is begonnen, komt de jaarwisseling dichterbij. Wie zijn vermogen bekijkt, kan zich afvragen of meer spaargeld en minder beleggingen op 1 januari fiscaal gunstig uitpakken.

Een verkoopopdracht is snel gegeven. Controleer vooraf ook hoe een voorgenomen terugkoop doorwerkt in de aangifte. Anders maak je misschien transactiekosten voor een belastingvoordeel dat uiteindelijk niet bestaat.

Waarom 1 januari belangrijk is

Bij de forfaitaire berekening in box 3 worden banktegoeden en andere bezittingen, zoals beleggingen, verschillend behandeld. Daardoor kan tijdelijk omzetten in spaargeld aantrekkelijk lijken.

De Belastingdienst heeft daarvoor regels voor vermogen verplaatsen binnen box 3. Tijdelijke verschuivingen rond de peildatum om belasting te besparen worden peildatumarbitrage genoemd. De beoordeling kan verder kijken dan alleen het saldo op Nieuwjaarsdag.

Dat woord hoef je niet te onthouden om de praktische vraag te begrijpen: heb je de samenstelling van je vermogen werkelijk veranderd, of stond het geld rond 1 januari kort ergens anders?

Verkopen in december en terugkopen in januari

De fiscale toelichting noemt een verkoop in de drie maanden vóór 1 januari, gevolgd door een aankoop na 1 januari waarbij tussen verkoop en aankoop niet meer dan drie maanden zit.

Neem een vereenvoudigd voorbeeld. Je hebt €10.000 spaargeld en verkoopt op 15 december voor €20.000 aan beleggingen om belasting te besparen. Op 1 januari staat daardoor €30.000 op je rekening. Op 20 januari beleg je opnieuw €20.000.

Als de regel van toepassing is, vul je de aangifte voor deze verschuiving in alsof de transacties niet hebben plaatsgevonden. Alleen €30.000 spaargeld aangeven op basis van het banksaldo is dan onvoldoende. De fiscale toelichting over peildatumarbitrage beschrijft de benodigde correcties.

Het voorbeeld laat de werking van de regel zien. Het berekent geen persoonlijke aanslag en houdt geen rekening met andere bezittingen, schulden of vrijstellingen.

De tijd tussen beide transacties doet ertoe

Niet iedere verkoop in oktober, november of december wordt automatisch genegeerd voor de belasting. De Belastingdienst noemt onder meer transacties waarbij meer dan drie maanden tussen verkoop en aankoop zit als uitzondering.

Ook een aantoonbare zakelijke, niet fiscale reden kan verschil maken. De fiscale toelichting noemt bijvoorbeeld een verkoop vanwege een verwachte koersdaling.

Noteer daarom de echte reden voor een beslissing op het moment dat je haar neemt. Bewaar de verkoopdatum, aankoopdatum en bedragen. Bij vragen achteraf is een overzicht van wat je destijds besloot nuttiger dan een verklaring die je pas tijdens het invullen van de aangifte probeert te reconstrueren.

Verkoop je omdat je het geld nodig hebt voor een andere bestemming, leg die bestemming dan ook vast. Laat bij een complexe situatie beoordelen hoe de regels op jouw transacties uitwerken.

Kosten kunnen een voordeel verkleinen

Ook wanneer een verschuiving fiscaal is toegestaan, verdient de rekensom aandacht. Bij verkoop en latere aankoop kunnen kosten ontstaan. De AFM noemt transactiekosten als onderdeel van de kosten van beleggen. Die drukken op de opbrengst.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld: verwacht je €100 belastingvoordeel en kosten verkoop en aankoop samen €40, dan resteert €60 vóór andere effecten. Valt het belastingvoordeel weg, dan houd je de kosten wel.

Bovendien kan de koers veranderen terwijl je geld op de rekening staat. Bij stijgende koersen kun je later voor hetzelfde bedrag minder stukken terugkopen. Bij dalende koersen kan het omgekeerde gebeuren. Die beweging staat vooraf niet vast. Beoordeel daarom ook of de verkoop past bij het doel en de looptijd van je beleggingen.

Schenken vraagt weer een andere afweging

Geld definitief weggeven aan kinderen is een andere beslissing dan het tijdelijk op een eigen spaarrekening zetten. Bij schenken veranderen de eigenaar van het geld en je eigen beschikbare buffer.

DDS behandelde al belastingvrij schenken aan kinderen en de gevolgen voor box 3. Houd zulke keuzes uit elkaar wanneer je plannen maakt voor de jaarwisseling. Een verwachte belastingbesparing zegt op zichzelf weinig over hoeveel geld je zelf kunt missen.

Begin met een overzicht van je vermogen en je geplande transacties. Zet de reden, data, kosten en bestemming erbij. Dan kun je gericht controleren of de box 3-regels van toepassing zijn voordat je verkoopt.