Skipr

8 op 10 patiënten in forensische zorg werden niet behandeld voorafgaand aan delict

Thijs Peters 2 min lezen

Opslaan

Print

Dat staat in de Monitor Continuïteit van zorg van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) over de aansluiting tussen forensische zorg en reguliere zorg.

Tachtig procent van de patiënten die instromen in de forensische zorg kreeg in de maand voorafgaand aan de behandeling geen reguliere zorg. Voor 64 procent gold dat zij een heel jaar voorafgaand aan de forensische zorg geen andere vorm van zorg hadden gekregen. Hadden ze die zorg wel gehad, dan was dat in de meeste gevallen in de vorm van reguliere ggz of ondersteuning vanuit de gemeente.

De onderzoekers betwijfelen of in alle gevallen de zorgbehoefte vlak voor het plegen van het delict is ontstaan. Het is veel waarschijnlijker dat een aanzienlijk deel van de groep al langer rondloopt met onbehandelde stoornissen.

Maatschappelijke kosten

De onderzoekers komen tot de conclusie dat een deel van de forensische zorg niet nodig was geweest als mensen, zoals patiënten met een psychose, eerder door de reguliere zorg behandeld zouden zijn. Dat had ook veel maatschappelijke schade kunnen voorkomen.

Eén van de oorzaken waarom zoveel mensen in de forensische zorg niet eerder werden behandeld is volgens de onderzoekers het grote aantal zorgmijders. Uit eerdere gegevens van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bleek dat naar schatting 25 procent van de mensen met een psychische aandoening zorg mijdt.

Meer bemoeizorg

Om het probleem rond zorgmijders aan te pakken is meer ‘bemoeizorg’ nodig voor mensen die uit zichzelf niet om hulp vragen, stellen de auteurs van de monitor. Een belangrijke taak is daarbij weggelegd voor zowel zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als ze Zorgverzekeringswet (Zvw). De onderzoekers concluderen echter dat met name sommige gemeenten, verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo, onvoldoende middelen hebben gebudgetteerd voor bemoeizorg.

Meer over:Ggz