Skipr

Vertrouwen in wetenschap blijft ongeveer even hoog

Skipr Redactie 2 min lezen

Opslaan

Print

Nederlanders geven in 2026 gemiddeld een 7,4 voor hun vertrouwen in de wetenschap. Dat was een jaar geleden 7,5. Dat blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut.

Nederlanders zijn de afgelopen jaren wel sceptischer geworden over kunstmatige intelligentie. In 2026 denkt nog maar 37 procent dat AI grote wetenschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering en ernstige ziekten zal oplossen. In 2024 was dat 60 procent.

Minder politiek

Van de ondervraagden zou 46 procent willen dat hun vertrouwen in de wetenschap wordt vergroot. Op de open vraag wat daarvoor nodig is, antwoorden ze vaak dat ze minder bemoeienis van de politiek met de wetenschap willen en dat commerciële belangen vermeden moeten worden. Verder noemen ze dat het voor het vertrouwen helpt als wetenschap toepasbaar is en iets voor hen doet.

Artsen

Voor het eerst keek het Rathenau Instituut naar wat mensen ervan vinden als andere beroepsgroepen conclusies trekken op basis van wetenschappelijk onderzoek. De respondenten vertrouwen de conclusies van artsen, wetenschappelijke adviesraden en docenten, maar hebben zo hun twijfels bij vrienden, journalisten en politici.

Verder blijkt dat als Nederlandse wetenschappers samenwerken met Europese landen of met Japan of Australië het onderzoek wordt vertrouwd. Minder vertrouwd worden samenwerkingen met de VS, India, Zuid-Afrika, Brazilië, China en Rusland. Het Rathenau Instituut noemt de lage waardering van de VS en China opvallend, omdat veel Amerikaanse en Chinese universiteiten tot de wereldtop behoren.

Inkomen

Het huishoudinkomen speelt een rol bij het vertrouwen in de wetenschap. Mensen die het gevoel hebben dat ze goed rond kunnen komen, hebben meer vertrouwen dan mensen die vinden dat ze niet goed kunnen rondkomen, ongeacht opleidingsniveau.