Skipr

‘De geesten zijn rijp voor AI-samenwerking en -opschaling’

Philips 5 min lezen

Opslaan

Print

De Future Health Index laat zien dat zorgprofessionals optimistisch zijn over de kansen van AI. De vraag is nu hoe zorgorganisaties het veilig en verantwoord kunnen toepassen en hoe we het in ons land opschalen.

AI-samenwerking en -opschaling

De Future Health Index laat zien dat zorgprofessionals optimistisch zijn over de kansen van AI. De vraag is nu hoe zorgorganisaties het veilig en verantwoord kunnen toepassen en hoe we het in ons land opschalen.

Nederlandse zorgprofessionals omarmen AI. Dat blijkt zonneklaar uit de Future Health Index (FHI) 2026. Het jaarlijkse onderzoek van Philips kent opmerkelijke resultaten. Bijna de helft (45 procent) van de zorgprofessionals zet generatieve AI nu al in als sparringpartner. Ook blijkt dat een derde (33 procent) AI voor transcripties gebruikt en 30 procent het inzet als tool bij gevaarlijke medicijncombinaties. Met het gebruik groeit ook het optimisme. Maar liefst 91 procent van de zorgprofessionals is optimistisch over het vermogen van AI om de zorg te verbeteren. En 74 procent vindt dat de voordelen van AI opwegen tegen de risico’s.
Dat bevestigt volgens Léon Kempeneers de potentie van AI in de zorg. Volgens de managing director van Philips Benelux zien zorgprofessionals AI minder als een bedreiging. “Het vindt zijn weg snel in de praktijk. Dat is ook niet zo gek met de enorme druk op de zorg als gevolg van personeelstekorten en toenemende zorgvraag.” Kempeneers verwacht dat AI de zorgsector enorm gaat helpen. “Nu al rapporteert 63 procent van de zorgprofessionals in de Future Health Index een betere efficiëntie van werkprocessen door AI. Dat is substantieel en zal alleen maar toenemen. Je ziet dat AI ook steeds vaker wordt geïntegreerd in diagnostiek, monitoring en besluitvorming.”

AI-samenwerking en -opschaling

Snellere scans

Van geïntegreerde AI-toepassingen heeft Philips zelf aansprekende voorbeelden. Zo is het medtechbedrijf erin geslaagd om hun MRI-scans met deze technologie te versnellen. Kempeneers: “Het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam werkt nu met Smartspeed-software. Met deze AI-toepassing van ons heeft het ziekenhuis de scantijd teruggebracht van 20 naar 9 minuten. Dat is fijn voor de patiënt, omdat het onderzoek daardoor minder belastend is. Ook helpt het om de schaarse capaciteit van ziekenhuizen beter in te zetten. Zorgverleners vragen: moeten we dan nóg meer doen? Mijn antwoord is: je kunt een deel van de gewonnen tijd benutten voor meer menselijke maat. De technologie moet professionals helpen om tijd en expertise daar in te zetten waar die het meeste verschil maken.”
Bij het toepassen van AI moet je niet alleen letten op technologie en efficiency maar ook altijd op de menselijke factor, waarschuwt Kempeneers. Dat bleek bij de ingebruikname van de nieuwe Rembra CT-scanner in het Flevoziekenhuis in Almere. Deze combineert AI-ondersteuning met een nieuwe generatie detectoren, waardoor scans veel sneller beschikbaar zijn en er minder straling nodig is. Kempeneers: “Een patiënt met chronische ziekte die een half uur onderzoekstijd gewend was, bleek al na zes minuten klaar. Hij schrok enorm want hij dacht dat hij opgegeven was. Dat laat zien dat je ook patiënten moet meenemen in de technologische veranderingen.”

Begin bij zorgvraagstukken

Nu duidelijk is dat AI grote meerwaarde kan hebben, zullen steeds meer zorgbestuurders het willen integreren in hun dagelijkse praktijk. Kempeneers raadt aan om altijd te beginnen bij de vraagstukken die in de organisatie spelen. “Bij de een is het zorgvraagstuk een gebrek aan capaciteit, bij de ander is dat toegankelijkheid of kwaliteit van zorg.” Om er een succes van te maken is ook aandacht voor implementatie essentieel. Een AI-toepassing moet niet alleen technisch goed functioneren, maar ook naadloos aansluiten op de werkprocessen. Ze moet goed geïntegreerd worden in systemen en de zorgprofessionals moeten ermee kunnen werken. Bij implementatie komt bovendien altijd training kijken en aandacht voor veranderprocessen, werkafspraken en klinische validatie. Uit de Future Health Index blijkt dat hier verbetering mogelijk is; 83 procent van de zorgprofessionals zegt dat training voor AI-tools niet beschikbaar, beperkt of onvoldoende consistent is. Kempeneers: “Vrijwel niemand twijfelt nog of AI relevant is. Nu draait het erom dat je het verantwoord gaat inzetten. Training is daarbij onontbeerlijk.”

Groeiplan Medtech

Een ander punt dat nu alle aandacht verdient is hoe we AI kunnen opschalen. Kempeneers: “We hebben in ons land een sterke uitgangspositie voor het toepassen van AI. Dat danken we met name aan het hoge niveau van digitalisering. Helaas stokt het nu nog te vaak bij de opschaling van toepassingen. Belangrijk is dat we afscheid nemen van het ‘not invented here-syndroom’. Het zorglandschap is te versnipperd. Organisaties neigen ernaar om het wiel steeds opnieuw uit te willen vinden. We moeten over onze schaduw heen stappen. Daar zijn de geesten ook wel rijp voor, mede door de huidige geopolitieke instabiliteit.”

Die samenwerkingsbereidheid blijkt onder meer uit de krachtenbundeling van 50 partijen in het Groeiplan MedTech, waarbij Philips als penvoerder optreedt. Het Groeiplan geeft aan in welke medtechthema’s we in ons land moeten investeren: digitaal geïntegreerde, patiëntgerichte zorgpaden, minimaal invasieve beeldgestuurde interventies/therapieën en geavanceerde diagnostiek, patiëntmonitoring en sensortechnologieën. Dit moet leiden tot flagship-projecten zoals ‘regionale digitale zorg- en commandcentra’, ‘AI- en robot-ondersteunde beeldgestuurde therapieën’ en ‘autonome MRI-systemen’.

Nummer één

Kempeneers hoopt dat nog meer Nederlandse zorgaanbieders dan nu een rol gaan spelen in de opschaling van AI. Hij ziet een ‘coalition of the active’ ontstaan van partijen die bereid zijn om hier veel tijd in te steken en kennis te delen. “Iedereen mag meedoen. Als we de krachten weten te bundelen in ons land, kunnen we het nummer één medtechland van Europa worden.”