Stap je een tweedehandskledingwinkel binnen, dan is de kans groot dat een muffe, beetje bedompte lucht je tegemoetkomt. Sommige mensen associëren het misschien met het huis van hun grootouders, anderen met een vleugje natte hond. Echt schoon ruikt het in ieder geval niet.
Dat was zes weken lang in een paar tweedehandskledingwinkels in Arnhem wel anders. Daar hing een paar dagen per week subtiel de geur van frisse was in de ruimte. Niet omdat de kleding daar zoveel schoner was, maar omdat psychologen van de Nijmeegse Radboud Universiteit er met speciale apparaatjes ‘frissewasgeur’ verspreidden. Met als doel om te onderzoeken of mensen dan meer tweedehands kleding kopen.
Citroentjesfris
Dankzij eerdere studies wisten de psychologen namelijk dat mensen zich bij tweedehandskleding het meest zorgen maken over de kwaliteit, en op de tweede plaats over hoe hygiënisch het is. ‘Over het algemeen wordt de kleding wel gewassen, maar toch hangt die muffe geur vaak in de winkels’, vertelt Jasper de Groot, een van de hoofdauteurs van het onderzoek.
De psychologen deden eerder al testen met de geur van vanille versus schone was. De Groot: ‘Alleen de frissewasgeur was effectief, vanille had geen effect.’ Vervolgens probeerden ze of citrusgeur beter werkte. ‘Die geur associëren mensen met schoonmaken, als je dat ruikt wordt er een soort concept van schoon geactiveerd.’ Maar dat gold niet voor tweedehandswinkels. Wederom won de geur van frisse was.
Bang voor ziektes
De onderzoekers vermoeden dat dat positieve effect komt doordat mensen een aangeboren neiging hebben om ziekteverwekkers te vermijden. Een muffe lucht zou afschrikwekkend werken, een schone lucht neemt die zorg (onbewust) meer weg. Die theorie testte De Groot en zijn team in een derde experiment, dat recent gepubliceerd is.
In drie tweedehandskledingwinkels in Arnhem hing de geur van frisse was. Mensen bleken toen meer geld uit te geven dan als de winkel naar citroen rook of zijn normale muffe lucht had. Klanten konden ook een vragenlijst invullen. Hoe meer smetvrees mensen hadden, hoe sterker het positieve effect van de lekkere geur bleek. ‘Dat verraste mij het meest’, aldus De Groot.
Geen geurzombies
Dat is namelijk een zogeheten interactie-effect: niet alleen de omstandigheden (de geur) maar ook persoonlijke kenmerken (de mate van smetvrees) hadden invloed op het handelen van mensen. ‘Dat zie je niet vaak in geuronderzoek. Mensen zijn dus hier geen geurzombies, geur werkt niet voor iedereen hetzelfde.’
Maar wat ís die ‘frissewasgeur’ precies? ‘Een speciaal bedrijf heeft de geur aangeleverd’, vertelt De Groot. ‘Het ruikt naar wasverzachter, het bevat alle elementen die je doen denken aan fris gewassen was.’ Zoals gezegd was de geur in de winkel wel subtiel. ‘We weten niet wat het doet als mensen zich bewust zijn van de geur.’ Dan kun je namelijk misschien juist denken dat het een trucje is om de muffe geur te maskeren.
Marit studeerde journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam na een bèta-bachelor. Ze schrijft graag over klimaat- en oceaanonderzoek en gaat het liefst op pad voor mooie reportages. Naast haar werk zeilt, zwemt en reist ze veel.