Quest

Tim Snapt Het: daarom dragen sommige mannen hun muts zo gek op hun hoofd

Stijn Roelofs 3 min lezen

Laatst bezocht ik een theaterstuk over de invloed van schoonheidsidealen. De dagen erna keek ik anders naar kleding. Waarom dragen mensen wat ze dragen? Waarom volgen we stijlgidsen en modebladen? Waarom kopen we de nieuwe collectie, ook als die ons totaal niet flatteert? En dat brengt me op het onderwerp van deze week: helixing.

Helixing is de officiële modeterm voor een trend die je vast kent. Sommige volwassen mannen dragen graag een mutsje. Ook binnen, terwijl de verwarming prima werkt. Veel van mijn reclamecollega’s dragen ze zelfs op gala-avonden. Of als ze een directie willen overtuigen om drie miljoen te investeren. Op zich kun je daar al een column over schrijven. Maar van helixing is sprake als ze dat mutsje óók nog komisch hoog boven de oren dragen.

Ik ben er speciaal voor Quest diep ingedoken: de helix is de rand van het oor, vandaar de naam. Verwar het niet met tiny beanies, minimutsjes. Die passen niet eens over je oren. Ze laten je eruitzien als een geinige ouderwetse visser of, als je heel veel geluk hebt, een coole Japanse streetwear dude. Maar dat is dus nog geen helixing.

Je bent pas serieus bezig met helixing als er nog aardig wat lucht onder een gewone muts zit, zodat het puntje omhoogsteekt. Inderdaad, als een soort kabouter. Een extra slecht idee als je, zoals ik, een grijzende baard hebt. Toch zijn het juist de ouder wordende creatieven die er enthousiast op los helixen. Ze willen er jeugdig uitzien, want creatief en jong horen bij elkaar. Helaas is de look al snel meer Plopsaland dan Prada.

Om helixing te snappen, moet je begrijpen wat er een centimeter of 25 onder dat mutsje gebeurt. Daar draait het brein grotendeels op automatische, onbewuste neigingen met evolutionair nut. En soms zijn die tegenstrijdig. Om te overleven moet je veilig binnen de groep vallen. Maar om je voort te planten heb je een partner nodig en die trek je aan door eruit te springen.

Ons brein zoekt dus constant de balans tussen meedoen en opvallen. In de sociale psychologie bestaat er een term voor: optimal distinctiveness. Onze constante zoektocht daarnaar zie je terug in het verschijnsel mode. Kleding is er immers perfect voor. Daarmee laat je zien bij welke groep je hoort, hoeveel status je hebt en wat voor type je bent, zonder één woord te zeggen.

Zo bezien is helixing minder raar dan het eruitziet. Dat mutsje zegt: ‘Ik behoor tot de creatieve klasse, ik ben informeel, ik kan het maken om me niet aan conventies te houden, kijk maar, ik zit hier tegenover de CEO alsof ik net uit een atelier in Tokio kom fietsen’. Maar dan ontstaat er een probleem. Steeds meer creatieven gaan hetzelfde mutsje dragen, het wordt een uniform: weg eigenzinnigheid.

Dus moet die muts steeds nét iets hoger en kleurrijker. Met meer lucht boven het hoofd. Tot je uiteindelijk de boardroom binnenloopt met een knalgele smurfenmuts op je kruin. Vergelijk het met de enorme staart van de mannetjespauw: nogal onpraktisch voor een prooidier. Maar hij valt wél op. Of een rood Paulus de Boskabouter-mutsje net zo’n chick magnet is als zo’n staart in het dierenrijk? Ik betwijfel het. Maar sommige dingen gaan ook mij boven m’n pet.

Headshot of Stijn Roelofs

Naast een paar kunstacademies, studeerde Stijn geschiedenis én journalistiek. Als managing editor bij Quest bemoeit hij zich vooral met hoe Quest online eruit ziet, zowel qua vorm als inhoud.