Quest

Het grote generatiegevecht: hebben jonge mensen het echt slechter dan oudere mensen

Tuur Verdonck 8 min lezen

Iedereen is de afgelopen decennia steeds rijker geworden, maar voor Gen Z’ers groeien de bomen (nog) niet tot in de hemel. Toch blijken juist die jongvolwassenen op koers te liggen om rijker te worden dan wie dan ook. Maar wat heb je aan al dat geld als je geen woning kunt vinden?

We belandden deze week op de Quest-redactie in een brede maatschappelijke discussie: heeft Gen Z het slechter dan oudere generaties, of niet? Jongere collega’s vonden dat zij het zwaarder hebben dan oudere generaties, maar volgens die oudjes (40+’ers) zijn de jongeren van nu ontzettend verwend. Hoe zit het nou echt? De feiten op een rij.

Feit 1: Gen Z heeft heel veel koopkracht

‘Elke generatie heeft het beter gekregen dan de vorige’, is de kernboodschap van Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘Dat komt doordat de economie in Nederland alleen maar gegroeid is. Nederland is als geheel steeds rijker geworden.’

Hij haalt de CBS-cijfers erbij om zijn punt te onderbouwen. Daaruit blijkt dat het bruto binnenlands product (de waarde van alles wat er in ons land geproduceerd wordt) sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog constant in de lift zit. Onze economie groeide en groeit steeds met een paar tienden van procenten per jaar, in sommige perioden zelfs met meer dan 1 of 2 procent.

Daardoor heeft gemiddeld iedereen het alleen maar beter gekregen. En dat geldt vooral voor jongeren. Gen Z’ers hebben namelijk meer geld te besteden dan oudere generaties: Ben je nu 24, dan kun je ruim 30.000 euro per jaar uitgeven. Best veel, want:

Dat is meer dan de millennials hadden toen die jong waren. Zij konden omgerekend 27.300 euro besteden per jaar. En het is zeker meer dan de babyboomers, Generatie X en de patatgeneratie zogenoemde pragmatische generatie, die het jaarlijks met 24.000 euro tot 26.000 euro moesten doen.

Maar vroeger waren de prijzen toch ook lager? Klopt, maar dat heeft het CBS in z’n berekeningen meegenomen. Want deze cijfers gaan over koopkracht, niet over letterlijke euro’s. En dan blijkt dus dat jongeren van nu het op het gebied van koopkracht beter hebben dan jongeren in het verleden.

Patatgeneratie, watte?
Er is geen wet die bepaalt bij welk geboortejaar een generatie ophoudt en een nieuwe begint. Inderdaad kom je soms verschillende definities tegen. Het CBS houdt in ieder geval deze jaartallen aan:
1945-1955: Babyboomers
1955-1970: Generatie X
1970-1985: Pragmatische generatie (soms met Gen X samen de patatgeneratie genoemd, omdat dit de eerste jongeren waren die op grote schaal in welvaart en comfort opgroeiden, en dus lui en verwend zouden zijn)
1985-2000: Millennials
2000-2015: Generatie Z
Ben je na 2015 geboren (hallo, Quest Junior-lezers!), dan word je tot generatie alpha gerekend. Maar voor jou is dit artikel dan minder relevant, want waarschijnlijk hoef je je nog niet met financiën en andere grotemensenzaken bezig te houden, toch?

De CBS-cijfers zijn natuurlijk wel gemiddelden, die niks zeggen over de uitersten. Die kunnen best nog verschillen. Er zijn immers altijd mensen die ontzettend veel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat lijken er wel steeds minder te worden, want het percentage mensen dat onder de armoedegrens leeft is volgens het CBS de afgelopen jaren naar beneden geschommeld tot onder de 4 procent.

En er zijn ook mensen met wie het financieel bovengemiddeld veel beter gaat dan vroeger, zegt Van Mulligen: ‘Bij vrouwen is de koopkracht historisch gezien nog harder gegroeid dan bij mannen. Dat komt doordat ze een enorme inhaalslag hebben gemaakt op de arbeidsmarkt.’

Oftewel: waar vroeger de absolute meerderheid van (jong)volwassen vrouwen alleen onbetaald werk deed (koken, schoonmaken, wassen, kinderen verzorgen, boodschappen doen), hebben ze nu veel vaker een betaalde baan. Maar doordat vrouwen relatief vaak wel minder uren werken, blijft hun inkomen gemiddeld toch nog achter bij dat van mannen.

Feit 2: Al die koopkracht van Gen Z valt niet zo op

De vruchten van die economische groei zijn vooral geplukt door degenen die die groei jarenlang hebben meegemaakt. De oudere generaties, dus. Ze hebben er vermogen mee opgebouwd: ze kochten een huis, en soms zelfs ook nog een vakantiehuisje of een appartement voor hun kinderen. Of een camper, of een bootje. Een dure auto.

Tussen al die vermogende volwassenen en senioren moeten Gen Z’ers hun plek vinden. Daardoor valt hun eigen relatief goede koopkracht niet zo op. Want Gen Z’ers zijn dus wel rijk, maar niet zo rijk als dat de oudere generaties nu.

Toen die oudere generaties zelf jong waren, was dat wel anders. Hun ouders en grootouders waren gemiddeld minder rijk dan dat zijzelf nu zijn. ‘Het absolute welvaartsniveau was toen veel lager. Dat lag op een niveau dat we nu zouden kwalificeren als armoede’, zegt Van Mulligen.

En nu? Gaat die welvaartsstijging gewoon door? Niet per se. Het is niet zonder meer zo dat Gen Z’ers evenveel in welvaart zullen stijgen als de vorige generaties overkwam. Van Mulligen: ‘Het ligt eraan wat de economie gaat doen. Dat is niet met zekerheid te voorspellen.’

‘We groeien nu ook nog wel, maar wel een stuk minder hard. En woningen zijn bijvoorbeeld nu best duur, waardoor het moeilijk is om een eerste stap te maken.’ Ah! Daar zijn we bij wat voor veel mensen een pijnpunt is: de woningmarkt.

Feit 3: Gen Z komt er op de woningmarkt moeilijk tussen

De cijfers laten inderdaad duidelijk zien dat Gen Z’ers veel moeite hebben om een huis te kopen. Van bijvoorbeeld de huidige 24-jarigen heeft maar 1 op de 5 een koophuis. Dat is een lager percentage dan dat van alle andere generaties.

Nu, én vroeger. Want toen babyboomers en millennials 24 waren, had ruim 26 procent van hen een koophuis. Bij de 24-jarigen uit de pragmatische generatie was dat zelfs bijna 30 procent. Daar steken de Gen Z’ers inderdaad wat bleekjes bij af.

Dat de jongvolwassenen van nu niet mee kunnen komen op de woningmarkt heeft rechtstreeks te maken met de gestegen prijzen van woningen. Die zijn de laatste jaren opgeklommen naar een niveau dat je als jongvolwassene alleen kunt bereiken als je een forse zak eigen geld meebrengt.

En dat hebben Gen Z’ers meestal niet. Logisch, als je bedenkt dat die ook nog maar weinig tijd hebben gehad om vermogen te vergaren. De boomers van nu hadden toen ze jong waren immers ook niks.

Tegenwoordig zitten die oudere generaties gemiddeld best goed in de slappe was. En ze blijken best vaak bereid om een deel van hun vermogen direct of indirect over te dragen naar hun Gen Z-kinderen, zodat die er een woning van kunt kopen.

Maar niet iedere jongvolwassene heeft zulke ouders. En daardoor vist een deel van de Gen Z’ers achter het net. Zij kunnen met hun bescheiden budget niet op tegen hun generatiegenoten die wel op het vermogen van hun ouders kunnen teren.

Sowieso is wonen voor Gen Z’ers duur, of ze nou wel of niet geholpen worden door hun ouders. Want gemiddeld gaat zo’n 30 procent van hun inkomen op aan huur of hypotheek. Dat kan soms wel zo’n 10 procentpunten meer zijn dan bij oudere generaties. Al hebben die toen ze jonger waren soms ook wel vergelijkbare percentages moeten uitgeven aan een dak boven hun hoofd.

Wat moet je dan met al dat geld?

Tijd voor de eindafrekening. Huizenbezit? Gen Z’ers lopen achter op voorgaande generaties. Vermogen? Hebben ze maar nauwelijks, maar dat hadden voorgaande generaties ook niet. Bovendien is er een aanzienlijke groep die een financieel beroep kan doen op ouders.

Het inkomen dan? Daar gaat het Gen Z’ers voor de wind, in ieder geval in vergelijking met hun leeftijdsgenoten uit andere generaties. Maar in vergelijking met vroeger zijn de verwachtingen van jongvolwassenen wel anders.

Jongeren zijn gewend aan een zekere welvaart en luxe. Ons hele bestedingspatroon is opgerekt, zegt Van Mulligen: ‘Vroeger was kamperen op de Veluwe goed genoeg. En een mobiele telefoon had ik niet.’

Tegenwoordig is het heel normaal om elke paar jaar een nieuwe mobiele telefoon te kopen. Ear buds. Een e-bike, geen barrel. Boodschappen van de Appie. Een laptop. Elk seizoen nieuwe kleren. Enzovoort. Kun je een eigen huis kopen als je op dat alles zou bezuinigen? Vast niet. Logisch dan je dan het leven maar een beetje leuk gaat maken.

Lettermark

Tuur kun je vleien door hem een wandelende encyclopedie te noemen. Je krijgt hem het gelukkigst door hem iets te vertellen wat hij nog niet weet. Daarom schrijft hij bij Quest over álles, ook al is hij eigenlijk opgeleid als historicus. Maar geschiedenis is eigenlijk een soort weetveelkunde, vindt hij