Dat minipony’s schattig zijn, hoeven we jou niet te vertellen. Dat steeds meer mensen met mentale klachten rondlopen, is helaas ook een bekend gegeven. Maar wist je ook dat al die schattigheid mogelijk een tegengif kan vormen tegen de somberheid? En niet alleen wij, maar ook de dieren zouden daarvan profiteren, ontdekten onderzoekers van de University of California (VS). Hoe zit dat?
Hoe dan?
Spelen met puppy’s, knuffelen met katjes, jonge lammetjes in de wei: van dieren word je vrolijk. Hoe kleiner hoe beter. Ook in therapiesetting worden dieren al langer ingezet, bijvoorbeeld voor de behandeling van angst, depressie of trauma. Dieren verbeteren ons humeur en kunnen helpen bij het reguleren van onze emoties.
Hoe dat mechanisme precies werkt is alleen niet duidelijk. Daar probeerden de onderzoekers met deze studie wat meer inzicht in te krijgen. De meeste studies die kijken naar zogenaamde interventies met dieren kijken alleen naar het effect op de mens, en laten het dier buiten beschouwing, als een passief object.
Dierenwelzijn telt mee
Deze studie doet het anders. De onderzoekers keken niet alleen naar het effect van het contact op mensen, maar ook naar de invloed op de dieren. Vervolgens keken de onderzoekers of de ervaring van het dier ook weer een effect had op de reactie van de mensen.
Aan de studie deden 61 Amerikaanse jongeren mee op een zomerkamp in Californië. Zij kregen eerst een uitleg over de lichaamstaal van ezels en pony’s. Als de dieren ‘wiebelen’ met hun bovenlip, is dit een teken van genot. Lopen de dieren weg, dan vinden ze het contact niet leuk.
Lipwiebelaars en weglopers
Vervolgens werden de jongeren opgedeeld in twee groepen. De helft moest de pony’s en ezels drie minuten lang zacht over de rug aaien. De andere helft moest de dieren steviger in de nek krabben. Dat aaien is de standaard menselijke benadering, het nekkrabben komt dichter in de buurt bij hoe de dieren met elkaar omgaan.
Dat was terug te zien in de dierenreacties: ze liepen veel minder vaak weg wanneer ze werden gekrabd (41,7 procent) dan wanneer ze werden geaaid (88,9 procent). Ook wiebelden ze vaker met hun lippen wanneer ze werden gekrabd.
Wisselende resultaten
Na de interactie gaven de jongeren aan dat ze zich kalmer en minder angstig, verdrietig en eenzaam voelden. Dat was op zich te verwachten. Uit eerdere studies was immers al gebleken dat dierinterventies goed konden zijn voor onze gemoedstoestand.
Wat opviel was dat de jongeren die de dieren zagen lipwiebelen gemiddeld een grotere afname in eenzaamheid hadden dan de anderen. Anderzijds leek een weglopend paardje geen negatief effect te hebben op de jongeren. Sterker nog, de testpersonen die een paard of ezel zagen weglopen, waren na afloop gemiddeld iets minder verdrietig dan jongeren die dit niet zagen.
Wat bewijst de studie?
Toegegeven, de uitkomsten zijn niet wereldschokkend, bovendien was de testgroep erg klein. Hoewel de onderzoekers niet de directe relatie tussen een blij paard en een blij mens kunnen hardmaken, laten ze wel zien dat er mogelijk een verband kan zijn tussen het gedrag van het dier en het emotionele effect op mensen.
Daarnaast levert de studie wat extra bewijs voor het bestaande idee dat interactie met dieren een positief effect kan hebben op onze gemoedstoestand en dat dit ook een effect kan hebben op de dieren. Met andere woorden: ga nu maar gewoon een pony knuffelen, of eh, in zijn nek krabben.
Vincent studeerde Nederlands, filosofie en Journalistiek en probeerde ook nog een jaartje economie. Omdat hij het zo moeilijk vindt om keuzes te maken, werkte hij daarna als redacteur voor zowel tv, radio, als geschreven media. Lukt het hem wel om een knoop door te hakken, dan reist hij graag, zit hij in de zon op een terras, of leest hij Wikipediapagina’s.