Three is a Magic Number, luidt de titel van een Amerikaans educatief liedje. Maar vijf kan er ook wat van. De olympische ringen, het aantal werkdagen in de week, onze zintuigen, de Afrikaanse big five en de Schijf van Vijf: allemaal worden ze verbonden door dat ene getal. Maar waarom is het vijf?
1) Zintuigen: omdat we van alles voelen
‘I see dead people’, zegt het jongetje Cole Sear (gespeeld door Haley Joel Osment) in de film The Sixth Sense. Het vermogen om dode mensen te zien is Coles zesde zintuig, waar gewone stervelingen het moeten doen met vijf. Of nou ja, dat is het traditionele idee. Al in de vierde eeuw voor Christus stelde filosoof Aristoteles dat we de buitenwereld op vijf manieren kunnen waarnemen: door te zien, horen, ruiken, proeven en voelen.
Het dertigste zintuig
Vanaf de negentiende eeuw werd het voor wetenschappers steeds duidelijker dat we ook op andere manieren informatie over onszelf en de wereld vergaren. Sindsdien worden ook andere eigenschappen, zoals evenwicht, temperatuurgevoel, pijn en zelfs het bewustzijn van onze lichaamshouding als zintuigen gezien. Hoeveel er precies zijn? Daar zijn wetenschappers het niet over eens. Het zijn er hoe dan ook minstens negen, maar sommige wetenschappers tellen er wel dertig. Zo zien sommigen ook honger, dorst en aandrang om te plassen als afzonderlijke vormen van zintuiglijke waarneming.
2) De olympische ringen: omdat er vijf zeven continenten zijn
De vijf gekleurde ringen op een witte achtergrond doen bij menig sport(liefhebb)er het hart sneller kloppen. De olympische ringen werden al in 1913 ontworpen door de Fransman Pierre de Coubertin, maar omdat de spelen in 1916 niet doorgingen (vanwege de Eerste Wereldoorlog), werd de vlag met dit logo pas in 1920 voor het eerst officieel gehesen. Dat was bij de Olympische Spelen van Antwerpen.
De ringen staan symbool voor vijf continenten: Europa, Azië, Amerika, Afrika en Oceanië. De kleuren, blauw, zwart, groen, geel en rood vertegenwoordigden destijds minstens één kleur uit de vlag van elk deelnemend land. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het niet zo dat elke kleur bij een eigen werelddeel hoort. Tegenwoordig gaan we overigens uit van zeven continenten: Amerika is opgedeeld in Noord en Zuid en Antarctica telt ook mee (al zal dat niet veel sporters afleveren). Misschien wordt het dus tijd voor twee extra ringen.
3) Onze werkweek: omdat 1 rustdag niet genoeg is
Vraagt onze baas ons tegenwoordig om op zaterdag naar kantoor te komen, dan beginnen we al snel te steigeren. Voor minder dan een fikse weekendtoeslag komen we ons bed niet uit. De zaterdag is heilig, bijna net zo heilig als de zondag. Wanneer moeten we anders zoon- of dochterlief aanmoedigen langs het veld, klussen in huis, of gewoon de hele dag koffiedrinken en de krant lezen? Ooit was dat wel anders. Onze-Lieve-Heer had immers maar één rustdag ingebouwd in de agenda.
Vóór de industriële revolutie was er nog niet echt sprake van een vastomlijnde werkweek. Toen mensen in de negentiende eeuw massaal in fabrieken voor een baas gingen werken, werden zij zes dagen per week verwacht, en wel tien tot veertien uur per etmaal.
Leraar wil ook wat
Aan het begin van de twintigste eeuw werd eerst de werkdag flink ingekort, tot zo’n acht uur. Pas vanaf 1960 werd onder druk van de vakbonden de vijfdaagse werkweek breed ingevoerd. Mensen wilden meer vrije tijd, en door de gestegen productiviteit na de oorlog, kon dat ook. Overigens moesten veel kinderen toen nog gewoon op zaterdag naar school. Vanaf 1964 werd op steeds meer scholen de lesweek ingekort (al waren er ook scholen die pas begin jaren 70 overstag gingen). De leraren wilden immers ook vrij zijn op zaterdag.
4) De big five: omdat ze moeilijk te jagen zijn
Het is de boyband van de Afrikaanse savanne: de leeuw, de Afrikaanse olifant, de neushoorn, het luipaard en de Afrikaanse buffel, beter bekend als de big five. Maar wat zijn de toelatingscriteria voor dit illustere safarigezelschap? Is de giraffe niet veel groter dan het luipaard? En zijn het nijlpaard en de krokodil niet veel gevaarlijker dan de buffel?
Als je tegenwoordig naar Afrika gaat om de big five te vangen, bedoelen we dat over het algemeen in figuurlijke zin: je wilt ze op de foto krijgen. Maar de term kent zijn oorsprong in de jachtcultuur van een goede eeuw geleden. Hij sloeg daarbij niet op het formaat van de dieren: de grote vijf zouden het moeilijkst af te knallen zijn, voor jagers te voet.
Little five
Vandaag de dag is de term is vooral een mooi marketingmiddel voor safari-organisaties. Overigens vind je in Afrika ook de ugly five (hyena, aasgier, wrattenzijn, wildebeest en maraboe-ooievaar) en de little five (olifantsspitsmuis, mierenleeuw, neushoornkever, buffelwever en luipaardsschildpad). O, en met wat fantasie kun je in Nederland ook tot een big five komen, zoals je hier kunt lezen.
5) De Schijf van Vijf: dat bekt zo lekker
De Schijf van Vijf geldt al sinds 1953 als dé voedingsbijbel van de Lage Landen. Bedenker Cees den Hartog, van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, de voorloper van het Voedingscentrum, liet zich inspireren door het Amerikaanse Wheel of Good Eating. Opmerkelijk, want dat wiel had zeven parten. Waarom hebben wij er dan vijf?
Groente en fruit (1); smeer- en bereidingsvetten (2); zuivel, peulvruchten, noten, eieren, vlees en vis (3); graanproducten en aardappelen (4) en suikervrije dranken (5). Dat moet de basis zijn, en dan bij voorkeur in de juiste verhoudingen.
Schijf van Zeven rijmt niet
Althans, dat is de Nederlandse uitleg. Want de Schijf van Vijf is geen natuurverschijnsel. Het is een interpretatie van de wetenschappelijke consensus over wat gezonde voeding is.
De verdeling is enigszins arbitrair, of in ieder geval vrij grof: zuivel, peulvruchten, noten, eieren, vlees en vis zouden ook best opgedeeld kunnen worden in afzonderlijke vakken. Zo kan het dat andere landen net wat andere accenten leggen en bijvoorbeeld uitkomen bij zeven parten. Maar wij kozen dus voor vijf. Dat bekt toch ook wat lekkerder dan Schijf van Zeven.
Vincent studeerde Nederlands, filosofie en Journalistiek en probeerde ook nog een jaartje economie. Omdat hij het zo moeilijk vindt om keuzes te maken, werkte hij daarna als redacteur voor zowel tv, radio, als geschreven media. Lukt het hem wel om een knoop door te hakken, dan reist hij graag, zit hij in de zon op een terras, of leest hij Wikipediapagina’s.
