Quest

Er zijn 2 soorten plaatsvervangende schaamte: hoe zit dat?

Soraya Schachtschabel 7 min lezen

Je beste vriend gilt opeens keihard door een lege ruimte. Nederlandse toeristen die ontzettend dom doen op vakantie, een deelnemer aan een talentenjacht zingt kneitervals. En hup, daar stijgt het bloed naar je hoofd, je buik voelt raar en je wil zelf door de grond zakken. Waarom reageer jij zo sterk op iets waar je zelf helemaal niets mee te maken hebt? Hoogleraar psychologie Marcel Zeelenberg van Tilburg University legt uit waar die plaatsvervangende schaamte vandaan komt.

Waarom jij óók wilt verdwijnen

Stiekem draait plaatsvervangende schaamte niet om de ander, maar om jou. Je betrekt het op jezelf, vertelt Zeelenberg. Dat kan op verschillende manieren, want er zijn twee soorten plaatsvervangende schaamte.

De ene heeft te maken met je identiteit, legt hij uit. Neem het voorbeeld van je schreeuwende vriend. ‘Je associeert je met hem. En omdat iemand die in dezelfde groep zit als jij iets doet dat niet met jouw normen en waarden overeenkomt, denk je: ‘Straalt dat ook op mij af?’’

Soms is die associatie heel duidelijk, zoals je vriendschap met de schreeuwlelijk of je familieband met je dochter die afval op straat gooit. Maar ook bij mensen die verder van je afstaan kan het gebeuren, als je je maar op een manier verbonden voelt met die persoon. Zo krijg je van lompe Nederlanders die in Amerika geen fooi geven misschien de kriebels. Leuk, landgenoten, maar daar hoor jij even niet bij hoor!

embarrassed teen with mother

CREATISTA//Getty Images

Moeders: om je dood te schamen

Plaatsvervangende schaamte is sociale pijn

De andere vorm noemt Zeelenberg de echte plaatsvervangende schaamte. ‘Je ziet iemand iets doen of overkomen en denkt: ‘O, als ik in die situatie zat, zou ik dat echt vreselijk vinden.’’

Met andere woorden: je verplaatst je in die persoon. Denk aan die deelnemer van een talentenjacht met een stem waarvan jouw haren recht overeind komen (misschien wel Herman Berghuis’ optreden in het tv-programma Idols, later in Engeland uitgeroepen tot een van de beste slechtste audities ooit).

Soms lopen die twee vormen trouwens in elkaar over. Bij een vriend die zichzelf voor schut zet, kun je tegelijk denken ‘Oei, straks straalt dit op mij af’ én ‘Wat moet hij zich ellendig voelen’.

De persoon die het beschamende gedrag vertoont, hoeft zich daar niet eens van bewust te zijn: ook als die van niks weet, kun jij je er plaatsvervangend voor schamen. Dat ontdekten wetenschappers van de Philipps-Universität Marburg (Duitsland) in 2011. Of iemand doorhad dat hij toiletpapier uit zijn broek had hangen of niet, de (honderden) proefpersonen gaven aan zich dik te schamen voor hem.

Uit datzelfde onderzoek bleek verder dat hersengebieden die betrokken zijn bij het voelen van andermans pijn (denk: iemand krijgt een hamer op zijn duim en jouw maag trekt zich samen) ook tijdens plaatsvervangende schaamte actief zijn. De onderzoekers speculeren dat je op zo’n genant moment de sociale pijn van de ander voelt.

Die schaamte heeft een functie

Oké, bij twee verschillende situaties reageer je dus hetzelfde: je hart klopt sneller, er stroomt bloed naar je wangen en je begint te zweten. Maar is dat niet vreemd? Heeft het een reden? ‘Elke emotie heeft een functie’, vertelt Zeelenberg. ‘Het zijn belangenbehartigers.’ Ze motiveren je om problemen op te lossen. Maar wat de plaatsvervangende schaamte voor je probeert op te lossen, verschilt wel.

Bij de variant die om jouw identiteit gaat, staat je sociale imago op het spel: straks denken mensen dat ik ook zo ben. ‘Als je je schaamt voor afwijkend gedrag, zul je die persoon er sneller op aanspreken’, vertelt Zeelenberg. Daardoor verklein je de kans dat je vriend in de toekomst nog een keer hard gilt, of dat je lover weer luid boert in een restaurant.

Daarnaast kan blozen een signaal zijn voor de buitenwereld dat jij het niet eens bent met wat er gebeurt. Zelf boer je natuurlijk nóóit.

Gratis leermomenten

De tweede vorm heeft een heel ander soort functie, legt Zeelenberg uit. Eentje die lijkt op traditionele schaamte die je voelt als je zelf tegen een lantaarnpaal loopt, als jouw gulp openstaat of als jíj je tekst voor een presentatie volledig vergeet. ‘Dat wil je niet nog een keer.’ Schaamte zorgt er dan bijvoorbeeld voor dat je de volgende presentatie beter voorbereidt, zodat die vloeiend gaat. Van je fouten leer je immers.

Bij plaatsvervangende schaamte, waarbij je de gêne voor een ander voelt, maak je een soort shortcut naar dat leren, vertelt Zeelenberg, nu zonder zelf een modderfiguur te slaan. Hij geeft wat voorbeelden. ‘Je ziet iemand een presentatie geven en het gaat helemaal mis, of iemand zingt vals tijdens een auditie. Dan kan je schaamtegevoel leiden tot observationeel leren.’ Je ziet dat fouten maken anderen pijn doet, dus leer je hoe je die fouten bij jezelf kunt voorkomen.

‘Neem die Idols-auditie’, stelt Zeelenberg. Wil jij ook gaan zingen? ‘Misschien besluit je eerst naar een opname van jezelf te luisteren voordat je zelf meedoet. Of niet alleen je moeder om haar mening over je zangkwaliteiten te vragen, maar ook iemand anders.’

En is iemand volgens jou compleet underdressed tijdens een bruiloft? ‘Dan denk je bij de volgende keer dat je uitgenodigd wordt ook extra goed na over je eigen outfit.’

Kun je je doodschamen?
Waarschijnlijk niet, alleen als je je voortdurend schaamt kom je een beetje in de buurt. Dan sta je steeds zo sterk in het standje alert dat je slapeloosheid, psychische problemen en soms een tijdelijke verlamming krijgt. Een openstaande gulp zal je niet fataal worden. Waar komt de term ‘doodschamen’ dan vandaan?

Emeritus hoogleraar historische taalkunde Nicoline van der Sijs legde al eerder aan Quest uit dat ‘dood’ in de zeventiende eeuw een versterkende term werd. ‘Het werd eerst letterlijk gebruikt, doodstil was echt zo stil als de dood.’ Daarna was het vooral een synoniem voor ‘heel erg’. Je doodschrikken of -schamen dus.

human skeleton covers his face with his hand, shy and shame concept

dmf87//Getty Images

Voordeeltje: geneer je je wel dood, dan krijg je nooit meer het schaamrood op je kaken.

Wie voelt het meest plaatsvervangende schaamte?

Hoe vaak voel jij plaatsvervangende schaamte? Dat zal, net zoals elke andere emotie, van persoon tot persoon verschillen, vermoedt Zeelenberg. ‘Ik ken geen onderzoek dat zich daar precies op richt, maar ik neem aan dat het vergelijkbaar is met schaamte: mensen die zich vaker schamen, voelen ook vaker plaatsvervangende schaamte.’ Vooral mensen die zich druk maken om wat anderen van hen denken.

Het punt is: wat de een beschamend vindt omdat het een norm overtreedt, valt bij de ander misschien nog binnen de grens van wat prima kan. Zo is luid boeren in sommige delen van China juist een complimentje aan de chef. Ook die grenzen kunnen beïnvloeden hoe vaak je wangen rood kleuren voor een ander.

Daarnaast hebben mensen met meer empathie ook meer last van echo-schaamte, vertelt Zeelenberg. ‘Ze hebben meer inlevingsvermogen en kunnen zich daardoor eerder in een ander verplaatsen.’

Zwelg lekker
Krijg je niet genoeg van plaatsvervangende schaamte? Denk dan terug aan deze momenten:
• Sven Kramer schaatste in 2010 tijdens de Olympische Winterspelen voor het oog van de wereld op de verkeerde baan.
• Feyenoord-supporters vernielden in 2015 de Barcaccia-fontein in Rome.
• Mark Rutte noemde Donald Trump ‘daddy’ in een privébericht in 2025.

Lekker bezig, lijf!

Plaatsvervangende schaamte voel je dus voor iemand anders, terwijl je je zorgen maakt over hoe anderen over jou denken. Benieuwd of jij een hoog niveau van plaatsvervangende schaamte hebt? Kijk dan een filmkomedie die bekend staat om cringe-humor, zoals Bean of Borat. Zeelenberg: ‘Die shows spelen met die gevoelens van ongemak.’

Kruip je helemaal weg achter een kussen of moet je zelfs heen en weer lopen om jezelf af te leiden van al die ongemakkelijke situaties waarin de hoofdpersonen komen? Dan weet je: jouw lijf is extra hard aan het werk om via andermans fouten te leren.

Headshot of Soraya Schachtschabel

Soraya Schachtschabel studeerde biomedische wetenschappen en wetenschapscommunicatie aan Universiteit Leiden. Niet alleen het menselijk lichaam fascineert haar, maar ook de rest van onze aardbol en het heelal. Verder is ze graag creatief met papier, stof en woorden en bakt ze vaak koekjes samen met haar vriend.