NEMO Kennislink

Hoe het zeegras wordt teruggebracht in Zeeland

7 min lezen

“Oké, eerst maar even wat verwachtingsmanagement”, zegt Laura Govers, adjunct hoogleraar mariene ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker bij het NIOZ op Texel. We staan bij Parkeerplaats Grevelingendam in Zeeland, klaar om de slikken van Oude Tonge in de Oosterschelde op te wandelen en het herstel van het zeegras te aanschouwen. “Jullie gaan geen zeegrasvelden zien”, tempert Govers de verwachtingen, “maar slechts hier en daar een plantje.” 

Het groot zeegras (Zostera marina) dat hier wordt aangelegd groeit namelijk in de vorm van losse pollen, en bovendien heeft 90 procent van de zaailingen de uitzonderlijk hete zomer van dit jaar niet overleefd. Het illustreert de problemen die het herstellen van deze belangrijke waterplant met zich meebrengt, en de standvastigheid die nodig is om het langjarige project tot een goed einde te brengen.

Halverwege de twintigste eeuw waren grote delen van de Oosterschelde nog bedekt met zeegras, maar sinds de aanleg van de Deltawerken is het gewas vrijwel verdwenen. Rijksuniversiteit Groningen en de ‘boswachters van de zee’ van de Sea Ranger Service werken nu samen aan een herstelproject, met ondersteuning van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten. De financiering komt grotendeels uit het Ocean Restoration Programme van Nestlé Purina, die deze persdag organiseert.

Een kraamkamer onder water

Zeegras is een cruciaal gewas voor het zeeleven. Het heeft in gebieden als de Waddenzee en Zeeland dezelfde functie als koraal op andere locaties. “Zeegras is een hotspot voor biodiversiteit”, zegt Govers. “Het is de ideale leefomgeving voor onder meer heremietkreeften, snotolven en krabben, en een kraamkamer voor veel soorten vis.” Daarnaast is de plant een goede kustbeschermer. De wortels vlechten zich ineen tot matten, die de bodem vasthouden en golven en stroming afremmen.

Zeegrasvelden horen bovendien bij de ‘hotspots’ van CO2-opslag, net als veengebieden, kwelders en mangrovebossen – landschappen die mede door planten worden gebouwd. De dichte gewassen nemen de CO2 op uit het zeewater, en via de wortels en dood plantmateriaal komt dit uiteindelijk in de zeebodem terecht, schreven vooral Nederlandse onderzoekers in 2022 in Science. Hierdoor slaan deze bodems bovengemiddeld veel CO2 op, zegt Govers. “Zeegrasvelden gemiddeld per hectare ongeveer 35 keer meer dan tropische regenwouden.”

Maar het zeelandschap in Nederland is veranderd, en dat heeft impact op het zeegras. Door de bouw van de Afsluitdijk en de Deltawerken, een wierziekte en slechte waterkwaliteit is 95 procent ervan verloren gegaan, en door overbevissing, baggerwerkzaamheden, gaswinning en klimaatverandering is het moeilijk terug te krijgen. Govers en promovendus Maite Vogel van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoeken samen met de Sea Rangers hoe dit laatste toch kan slagen.

Zaaien en verplanten voor herstel

“Ons werk bestaat in dit project uit vier onderdelen”, vertelt Elise Chalcraft, projectleider van de Sea Ranger Service. “Zaden verzamelen op een plek waar nog zeegras is, zaaien op plekken waar we zeegras willen uitzetten, stukken zeegras van bestaande velden naar nieuwe plekken transplanteren, en monitoren.”

Het transplanteren gebeurt met een twintig centimeter lange pvc-buis met een doorsnede van tien centimeter. Hiermee steken de rangers een stuk zeebodem met zeegras uit, om dat later op een andere plek weer terug te planten. “Dat doen we alleen met klein zeegras, Zostera noltii”, vertelt Vogel. “Want groot zeegras is een eenjarige plant, daarbij moet je met zaden werken.” Het zaaien gebeurt met een grote injectiespuit, die het zaad op een diepte van enige centimeters inbrengt. Bij de Plaat van Oude Tonge wordt alleen met groot zeegras geëxperimenteerd. De hoop is dat het ingezaaide gras het uiteindelijk zo goed doet, dat het zelf voldoende zaad achterlaat voor het komende jaar.

Op zoek naar de beste groeiplek

Vandaag is het monitordag, blijkt als we naar de proeflocatie lopen. Vogel en de Sea Rangers zijn van veraf aan hun rode jassen te herkennen. Het proefvak is afgebakend met felgekleurde vlaggetjes. We mogen erin, als we héél goed kijken waar we lopen. Hier en daar staat een flinke pol gras half onder water, de opbrengst van dit jaar. Het zou zonde zijn als die wordt vertrapt.

Op de grond liggen witte, metalen rasters met negen hokjes. “Die gooien we neer op een willekeurige plek”, vertelt Sea Ranger Nathalie de Bruin, ‘en dan gaan we, per hokje, kijken en tellen.’ De onderzoekers letten op algen, alikruiken, wadpieren – die met hun gewoel de groei van het gras kunnen verstoren – en natuurlijk op het zeegras zelf. Bloeit het? Groeien er andere organismen op (epifyten)?

De aanwezigheid van wadpieren is evident. Overal liggen bultjes spaghettivormige zandslierten, hun uitwerpselen. Naast elk bultje bevindt zich, minder opvallend, een kuiltje. “Wij meten de afstand tussen de bodem van de kuil en de top van het hoopje uitwerpselen”, zegt De Bruin. Dat is een maat voor de activiteit van de wadpieren, en die kan invloed hebben op het succes van het zeegras. “Er valt weinig aan het gewroet van de dieren te veranderen, maar we hopen door dit soort metingen straks beter te kunnen bepalen welke gebieden het meest kansrijk zijn”, zegt De Bruin.

Ook het gedrag van sediment is een belangrijke succesfactor. Hoe diep raken de zaden begraven door het opkomende en zich weer terugtrekkende water in dit getijdengebied? En hoe groot is de voortdurende verplaatsing van het zand? Zeegras houdt van stabiliteit.

Om dit te meten gebruiken de onderzoekers een pin met een ring eraan, laat Sea Ranger Jilles Sijbrandij zien. Langs de pin is de totale aanwas van sediment af te lezen, de ring geeft de invloed van de getijden aan: bij vloed beweegt hij mee met het water, bij eb raakt hij bedekt met zand. Heel exact zijn deze metingen niet, vertelt Vogel. “Het instrument heeft zelf invloed op de stroming en dus op de meetuitslag. Maar we kunnen er verschillende plekken mee vergelijken, en daar gaat het uiteindelijk om.”

Van proefveld naar zeegrasweide

Het zeegrasproject in Zeeland is in 2023 gestart met kleinschalige pilots met zoden van klein zeegras, op dertien locaties. Bij vier locaties sloeg dit aan. Hier werden vervolgens 2000 zoden geplant en 3000 zaadkorrels ingebracht. Op dit moment zijn de Sea Rangers actief op twee plekken van samen acht hectare. In 2025 werden 5000 zoden en 5000 zaadkorrels geplant, dit jaar al meer dan honderdduizend zaadkorrels. Vooral zeegrastransplantatie zet zoden aan de dijk, zegt Govers, ‘letterlijk en figuurlijk’.

Voor buitenstaanders lijkt het zaaiproject bij de Plaat van Oude Tonge veel moeite, voor de paar graspolletjes die het heeft opgeleverd. Maar de onderzoekers zien dat anders. “Je kan zeggen dat het tegenvalt dat 90 procent van de zaailingen het dit jaar niet heeft gered”, zegt Chalcraft, “maar ik zie het juist als succes dat 10 procent wat we hebben gezaaid wél is uitgekomen, ondanks de zware omstandigheden.” Bovendien is dit een project om van te leren, benadrukt Vogel. “We registreren alles, en komen zo te weten wat nodig is om succes te boeken.”

Dat het kan, blijkt uit andere projecten. Zeegras is bezig terug te komen in de Waddenzee, en in de Baai van Arcachon, in de Noordzee bij Zuid Frankrijk, is het gelukt om tientallen hectaren zeegrasweiland te herstellen. Dat is waar de onderzoekers in Zeeland uiteindelijk ook op hopen. Dan hoeven ze geïnteresseerden over een paar jaar niet meer naar ‘de mensen met de rode jassen’ te sturen, maar kunnen ze simpelweg naar de groene velden wijzen.

Europees consortium

De projecten in Zeeland en Arcachon worden uitgevoerd onder de vlag van het Seagrass Consortium, een Europees samenwerkingsverband voor zeegrasherstel met deelnemers uit Nederland, Engeland, Frankrijk, Spanje. Dit consortium is opgericht in 2022 in het kader van de door de Verenigde Staten uitgeroepen ‘Decade van Natuurherstel’ (2021-2030). Ook fungeert de Oosterschelde als voorbeeld bij project REBORN van het programma Interreg – voor een veerkrachtig Noordwest-Europa. Hier leren elf partners uit vijf Europese landen van het zeegrasherstel dat al in de Oosterschelde plaatsvindt.