NEMO Kennislink

Zitten er ook voordelen aan een hete zomer?

6 min lezen

We beginnen de gevolgen van klimaatverandering nu écht te voelen. 2026 was de heetste zomer ooit gemeten in Nederland, terwijl 2025, 2023 én 2022 ook al bovengemiddeld warm waren. Naast snikheet was het ook nog eens hartstikke droog. Vroeger was het heus ook weleens heet of droog, dus één uitzonderlijke zomer valt niet aan klimaatverandering te koppelen, maar de trend sluit haarfijn aan op voorspellingen.

Dat levert tal van uitdagingen op, van uitdrogende natuur en verzwakte dijken tot hittestress in steden en gezondheidsgevaar. Maar is het álleen treurnis? Los van de vele nadelen moeten de hete zomers toch ook het nodige opleveren? NEMO Kennislink gaat op zoek naar de pluspunten, al blijken daar vaak de nodige haken en ogen aan te zitten.

Groene energie

Wolken? Die leken deze zomer op vakantie te zijn. Een uitgelezen kans om meer zonne-energie op te wekken, toch? Inderdaad: de zon schijnt vaker dan vroeger, vertelt hoogleraar integratie van zonne-energie Wilfried van Sark van de Universiteit Utrecht. “De zonne-instraling ligt 5 tot 10 procent hoger dan een jaar of 10 geleden. Dat betekent ook een hogere opbrengst.” Nu is de zon voor zonnepanelen niet per se nodig, vertelt Van Sark, maar het scheelt wel een hoop. “Zonnepanelen werken ook op instraling die door wolken wordt verstrooid, maar een wolk voor de zon brengt de opbrengst makkelijk met een factor vijf naar beneden.”

Meer zon is dus gunstig voor een hogere energieopbrengst. Toch is een hete zomer uiteindelijk minder voordelig, vertelt Van Sark. “Hoe warmer zonnepanelen worden, hoe slechter ze presteren. ” Het klinkt misschien gek, maar zonnepanelen functioneren juist bij lagere temperatuur op hun best, vertelt Van Sark. “Bij hogere temperaturen krijg je meer verliezen, doordat de opgewekte elektronen moeilijker naar het contactpunt komen. Dat is een intrinsieke eigenschap van het materiaal.”

Man staat bij grote zonnepanelen, tweederde van de afbeelding laat een stralend blauwe lucht zien.

Als het buiten warm is, lopen de verliezen van zonnepanelen op. Meer zon zou dus meer energie opleveren, maar bij hoge temperaturen valt dat uiteindelijk tegen. 

senivpetro, via Magnific.com

Bij zomerse temperaturen kunnen de zonnepanelen zo’n 50 tot 80 graden worden. Ze werken dan nog wel, maar maximaal een kwart van de mogelijke opbrengst gaat verloren, legt Van Sark uit. “Daardoor ligt de toename aan energieopbrengst lager dan de toename van de instraling.” We profiteren dus niet optimaal van de extra zomerse zonuren. Sterker nog: zonnepanelen beleven niet in de zomer, maar juist in de lente hun hoogtijdagen, vertelt Van Sark. “Dan heb je ook veel zonnige dagen en ligt de temperatuur niet zo hoog als in de zomer.” Fijn voor eigenaars van zonnepanelen: ook de lentes worden sinds enige decennia zonniger.

Schatten ontbloot

Rivieren? Zelden kwamen hun oevers bloter te liggen dan deze zomer. Lastig voor schippers, maar een feestje voor archeologische speurneuzen. Langs de Donau werden bijvoorbeeld mammoetresten en een oorlogsschip uit de Tweede Wereldoorlog zichtbaar. Ook in Nederland vonden amateurarcheologen van alles langs drooggevallen rivieroevers, zoals potresten, Romeinse sleutels en muntstukken.

Die vondsten zijn mooi nieuws, maar toch is hoogleraar geoarcheologie Hans Huisman van de Rijksuniversiteit Groningen en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed helemaal niet zo vrolijk. “Het is op zich heel leuk om dingen te vinden. Ook collega’s van mij zijn wezen kijken, bij een scheepswrak bij het dorpje Hurwenen. Maar het feit dat zaken boven water komen, betekent ook dat ze bloot komen te staan aan de atmosfeer.”

Dat is desastreus voor veel archeologisch materiaal, legt Huisman uit, vooral als het bijvoorbeeld van hout is. “De Nederlandse archeologie is bijzonder om hoeveel houten objecten en ander organisch materiaal hier bewaard is in de bodem. Dat komt omdat het continu onder water staat en daar niet wordt aangetast.”

Een meanderende rivier tussen velden door met een droge rivierbedding.

Met het droogvallen van rivieren worden er allerlei archeologische vondsten gedaan. Op zich hartstikke leuk, maar helaas worden de objecten snel aangetast na blootstelling aan de lucht. 

wirestock, via Magnific.com

Vocht lijkt misschien de beste garantie voor verrotting, maar zorgt in de bodem vaak juist voor goede conservering. “Schimmels en bacteriën hebben namelijk zuurstof nodig. Als iets permanent onder water zit, dan komt die zuurstof er niet of nauwelijks bij.” Dat verandert zodra schatten droogvallen. Schimmels vernietigen dan in korte tijd wat lange tijd bewaard bleef, vertelt Huisman. “Dat komt niet meer terug: dingen die nu verdwijnen ben je voor eeuwig kwijt.”

Langs rivieroevers kan zulk materiaal soms gered worden, maar het meeste verdwijnt ongezien, waarschuwt Huisman. “Veel kwetsbare resten liggen op een plek waar wij niet kunnen kijken: in de bodem. Nu we steeds vaker met droogte kampen, gaan die verloren, zonder dat we er iets van merken.” Door toenemende droogte kunnen talloze archeologische resten verdwijnen die eerder honderden of zelfs duizenden jaren veilig lagen opgeslagen. “Later vind je mogelijk enkel een holte in de grond in de vorm van wat vroeger een stuk hout was.” Tegenover de paar mooie vondsten langs oevers staat dus een boel verloren erfgoed.

Extra groei

Akkers? Droogte kan oogsten doen mislukken, maar zijn hogere temperaturen niet gunstig voor de landbouw? Rond de evenaar groeien planten immers veel sneller, met dank aan de blakerende zon. Meer zon betekent inderdaad meer groei, vertelt specialist klimaatadaptatie Jan Verhagen van Wageningen University. Zonne-energie is immers de drijvende kracht achter fotosynthese, waar planten hun energie aan danken. “De snelheid van dat proces wordt gedreven door temperatuur. Een hoop gewassen zullen op den duur sneller groeien, waardoor ze ook eerder klaar zijn met hun groei.”

In potentie kunnen we dankzij zulke snelle groei zelfs vaker oogsten, zoals in tropische landen gebruikelijk is. “Bovendien kunnen we mogelijk ook andere gewassen gaan verbouwen, bijvoorbeeld soja. Dat is hogere temperaturen gewend.” Toch is snellere groei voor veel van de gewassen die we in Nederland telen, zoals tarwe, minder gunstig. “Bij hogere temperaturen wordt de plant in kortere tijd volwassen, maar die heeft daardoor ook minder tijd om z’n granen te vullen. Dan krijg je minder opbrengst. Planten hebben tijd nodig om te rijpen.” Een razendsnelle groei hindert de ontwikkeling van het graan dus, en daar is het bij tarwe nou net om te doen.

Op den duur worden boeren misschien wel gedwongen over te stappen op nieuwe gewassen, omdat tarwe bijvoorbeeld ook niet tegen al te hoge temperaturen kan. “Ieder plantje heeft z’n optimale temperatuur waarin die groeit,” vertelt Verhagen. “Sommige gewassen krijgen het gewoon te zwaar voor de kiezen.” Van oorsprong tropische soorten blijven het bij hogere temperaturen vaak beter doen.

Beeld is ingezoomd op twee handen die een sojabonen aan een plant laten zien.

Door het warme weer kunnen boeren sneller oogsten, maar niet elk gewas kan daar goed tegen. Misschien dat boeren daarom de overstap moeten maken naar gewassen die gedijen op hitte, zoals soja. 

yanadjana, via Magnific.com

Wisselen naar zulke gewassen is alleen nog niet zo eenvoudig, vreest Verhagen. “We telen in Nederland ook veel aardappelen omdat het systeem daarop is ingericht.” De piepers worden bijvoorbeeld in de buurt tot friet of zetmeel verwerkt. Zulke opties zijn er nog niet voor soja, waardoor aardappelen voorlopig nog wel even meer blijven opleveren.

Boeren staan dus voor grote aanpassingen, die lang niet altijd eenvoudig zijn, zeker omdat de landbouw zelf ook klimaatvriendelijker moet. Voor liefhebbers van tropische temperaturen zijn de hetere zomers een zegen, maar op andere vlakken vormen ze dus toch vooral een uitdaging.