NXP verplaatst productie: een symptoom van iets groters
NXP, een van Nederlands belangrijkste chipfabrikanten, had eerder in 2025 aangekondigd zijn productieactiviteiten in Nijmegen op termijn volledig te beëindigen. De productie werd verplaatst naar nieuwe, modernere fabrieken in Singapore en Dresden. De locatie in Nijmegen, waar 1.700 mensen werken, was destijds nog NXP's grootste productiefaciliteit ter wereld. Inmiddels tekent de afbouw zich in 2026 steeds scherper af, terwijl in Dresden de gezamenlijke European Semiconductor Manufacturing Company (ESMC)-fabriek gestaag verrijst.
De belangrijkste reden: de fabriek werkte met verouderde 200 mm-wafers, terwijl de nieuwe locaties produceren op 300 mm, wat aanzienlijk efficiënter is en meer chips per wafer oplevert. Daarmee wilde NXP zijn marges verbeteren en kosten verlagen – een logische stap binnen het sterk concurrerende mondiale chiplandschap.
In Dresden participeerde NXP met een belang van 10% in een gezamenlijke fabriek met TSMC, Bosch en Infineon. In Singapore had het bedrijf zelfs een belang van 40% in een megafabriek waar in totaal 7,9 miljard dollar in werd geïnvesteerd. Zulke fabrieken werden ondersteund met forse overheidssteun, iets wat in Nederland niet het geval was. Waar buurlanden de Europese Chips Act maximaal wisten te benutten met miljardensubsidies, liet Den Haag de kans lopen om een vergelijkbare productiefaciliteit binnenboord te houden.
Het vertrek van NXP raakte extra hard – omdat het niet alleen gaat om werkgelegenheid, maar om de positie van Nederland in de strategische technologiesector. De sluiting had bovendien directe impact voor honderden gezinnen én indirecte werkgelegenheid in toeleverende en ondersteunende bedrijven in de regio Gelderland.
Waarom techbedrijven Nederland verlaten
De reden dat techbedrijven hun productie elders onderbrengen is zelden éénzijdig. In het geval van NXP speelt onder meer de beschikbaarheid van ruimte, moderne productiecapaciteit en energie-infrastructuur. Nederland kampt met netcongestie, trage vergunningstrajecten en krapte op de arbeidsmarkt. Anno 2026 zit het stroomnet in grote delen van het land nagenoeg muurvast, waardoor industriële uitbreiding of elektrificatie simpelweg op een wachtlijst van jaren stuit. In Singapore of Duitsland wordt sneller gebouwd, sneller geschakeld én actief gelobbyd om techbedrijven te faciliteren.
Daarnaast investeren Duitsland en Singapore miljarden in strategische fabrieken. Nederland daarentegen biedt geen vergelijkbare steunpakketten en stelde zich eerder terughoudend op bij dit soort grootschalige technologische investeringen, hoewel het kabinet inmiddels met noodgrepen zoals 'Project Beethoven' 2,51 miljard euro heeft uitgetrokken om het vestigingsklimaat voor de chipsector in Brainport Eindhoven te versterken, onder meer via investeringen in talent, infrastructuur, ruimte en energie. De nadruk lag daarbij sterk op het behoud en de verdere groei van ASML en het omliggende ecosysteem in Eindhoven. Het vertrek van NXP laat echter zien dat versterking van één regio of uithangbord niet automatisch voldoende is om het bredere Nederlandse semiconductor-ecosysteem concurrerend te houden.
Ook het afnemend investeringsniveau in technische universiteiten en aanhoudende discussies over de inperking van internationaal talent ondermijnen de aanvoer van toptalent. Voor een sector die drijft op innovatie en specialistische kennis is dat desastreus. Waar Duitsland met staatssteun en EU-chipsubsidies reuzen als Intel en TSMC aantrekt, mist Nederland een vergelijkbare langetermijnvisie.
De Nederlandse positie binnen de Europese chipindustrie staat daardoor steeds verder onder druk, terwijl landen om ons heen miljarden investeren om hun technologische autonomie te versterken. In een geopolitiek speelveld waarin chips synoniem zijn geworden aan strategische macht, dreigt Nederland gedegradeerd te worden tot toeschouwer op het gebied van eigen chipproductie.
Zonder een duidelijk nationaal industriebeleid dreigt Nederland structureel terrein te verliezen in de internationale chipindustrie, juist nu die wereldwijd de ruggengraat vormt van digitale economieën.
De impact op de Nederlandse techsector en innovatiekracht
De verplaatsing van productiefaciliteiten betekent méér dan alleen economische schade. Chipbedrijven als NXP spelen een sleutelrol in het Europese semiconductor-ecosysteem. Ze zijn vaak verantwoordelijk voor IP, architectuur, productie-knowhow en toeleveringsketens. Als Nederland zulke spelers verliest, verliest het niet alleen banen, maar ook regie over technologie die bepalend is voor digitale soevereiniteit.
En dan zijn er de keteneffecten: met het vertrek van een partij als NXP verdwijnt vaak ook de R&D-functie, de samenwerking met universiteiten en de vestiging van toeleveranciers. De schade werkt lang door, en is moeilijk te herstellen.
Hoewel NXP heeft aangegeven de R&D-faciliteiten in Nijmegen voorlopig te willen behouden, is dat in veel gevallen slechts een tussenfase. Zonder productie in de nabijheid verschuift de innovatiefocus vaak richting de nieuwe productielocaties.
De knelpunten in het Nederlandse innovatieklimaat
Wat ontbreekt, is een samenhangend industriebeleid. Nederland leunt zwaar op marktwerking en bottom-up-initiatieven, maar in sectoren als semiconductors werkt dat simpelweg niet meer. Het vraagt langetermijninvesteringen, infrastructuurplanning en centrale regie. En dat ontbreekt structureel.
Daarnaast is het bestuurlijk landschap versnipperd. Gemeenten hebben te weinig slagkracht, provincies zijn te log – en de landelijke overheid lijkt telkens verrast door ontwikkelingen die allang gaande zijn. Netcongestie, vergunningendossiers en arbeidsmarktkrapte zijn bekende dossiers, maar de aanpak blijft reactief.
Na de aankondiging van NXP's vertrek liet wethouder John Brom weten: "Wij willen alles op alles zetten om de chipsector in Nijmegen toekomst te geven. We komen met een voorstel voor een plan dat duidelijk maakt wat de stad nodig heeft en hoe we dat gaan realiseren."
Zulke plannen zijn waardevol, maar zolang Nederland vasthoudt aan een bestuurlijk model dat onvoldoende slagkracht biedt, blijft structurele versterking een uitdaging. Er klinkt daarom steeds vaker een pleidooi om bestuurlijke verantwoordelijkheden niet langer te verdelen via gemeente- of provinciegrenzen, maar te organiseren op het niveau van economische regio's zoals Brainport of Rijnmond.
Wat er nodig is om concurrerend te blijven in de chipindustrie in 2026
De oplossing voor de Nederlandse chipindustrie ligt in regionale regie met nationale steun. Denk aan economische regio's zoals Brainport Eindhoven of Rijnmond, waar overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk optrekken. Die regio's moeten ook formele zeggenschap krijgen – niet alleen in lobby's, maar in besluiten over energie-infrastructuur, ruimtelijke ordening en investeringsfondsen.
Om toekomstbestendig te blijven, moet Nederland zijn industriebeleid afstemmen op de eisen van de mondiale chipindustrie – van infrastructuur tot talentontwikkeling en investeringsklimaat.
Daarnaast is er behoefte aan een scherp, consistent industriebeleid gericht op:
Versnelling van vergunningstrajecten en prioritaire oplossingen voor industriële netuitbreiding
Gerichte investeringen in technische opleidingen, campusvorming en het behoud van buitenlands kennistalent
Actieve ondersteuning van strategische sectoren zoals chips, quantum en AI via directe nationale cofinanciering op Europese fondsen
Alleen met een langetermijnvisie kan Nederland zijn plaats in de mondiale chipindustrie behouden en uitbouwen tot een krachtig centrum van innovatie binnen Europa.
Techbedrijven binden vraagt méér dan belastingvoordelen. Het vereist een langetermijnvisie waarin Nederland zich profileert als een land dat digitale infrastructuur, talent en technologische autonomie serieus neemt. Alleen dan kunnen we voorkomen dat de volgende NXP vertrekt – of erger: dat toekomstige innovaties Nederland niet eens meer overwegen als vestigingslocatie.