Microsoft Copilot verschuift naar meer gedelegeerd en doorlopend werk
De vernieuwing van Copilot draait niet alleen om nieuwe functies, maar ook om een bredere verschuiving naar agentisch werken. Gebruikers kunnen taken delegeren, vanuit natuurlijke taal eigen oplossingen bouwen en langer lopende processen laten doorgaan zonder Copilot voortdurend opnieuw aan te sturen. Microsoft koppelt daar ook nieuwe beheer- en kostenfuncties aan.
Microsoft maakte op 25 september bekend dat Home en Code via het Frontier-programma worden uitgerold. Autopilot stond gepland om eind september te worden uitgebreid naar private preview.
Microsoft introduceert daarnaast nieuwe FinOps for AI-functionaliteiten voor het beheren en inzichtelijk maken van uitgaven aan Copilot en AI-agents.
Home brengt Chat en Cowork samen
Home wordt het centrale startpunt van Copilot en brengt Chat en Cowork samen. Vanuit Home kunnen gebruikers recente activiteiten bekijken, suggesties krijgen en verdergaan met eerder werk.
Chat is bedoeld voor directe interactie, zoals vragen beantwoorden, informatie opzoeken en concepten maken. Cowork richt zich juist op werk dat de gebruiker delegeert en van begin tot eind laat uitvoeren, bijvoorbeeld een RFP-respons, lanceringskit, klantbriefing of financieel afsluitingspakket.
Op termijn moet de gebruiker volgens Microsoft niet meer zelf tussen deze modi hoeven kiezen. Copilot moet opdrachten dan automatisch kunnen doorsturen naar Chat, Cowork of Code, afhankelijk van het type taak.

Office wordt onderdeel van de Copilot-omgeving
Met Office in Copilot worden Word, Excel en PowerPoint rechtstreeks onderdeel van de Copilot-omgeving. Vanuit Home kan Copilot bestaande Office-bestanden openen en nieuwe documenten, werkbladen en presentaties maken of aanpassen. Volgens de aankondiging moet daarbij de opmaak behouden blijven, hoeven gebruikers niet met losse versies te werken en hoeft de context niet opnieuw in een andere app te worden opgebouwd.
Vanuit het startscherm kunnen gebruikers Copilot vragen om een lanceringsbrief op te stellen, een budget te modelleren, een presentatie te maken of een bestand op te pakken waar het team al aan werkt. Bestanden die vanuit Copilot worden gemaakt of aangepast, blijven reguliere bewerkbare Word-, Excel- en PowerPoint-bestanden en kunnen gezamenlijk worden bewerkt. Gebruikers kunnen het bestand naast het gesprek verfijnen of een teamlid met een @vermelding taggen, waarna wijzigingen direct verschijnen. Alles blijft gesynchroniseerd tussen Copilot en de Office-apps, zodat de voortgang in beide omgevingen behouden blijft.
PowerPoint kan volgens Microsoft presentaties automatisch binnen de huisstijl van een organisatie houden en biedt functies om dia's en afbeeldingen te verfijnen of een eigen sjabloon toe te passen. Wanneer Copilot of een andere medewerker wijzigingen aanbrengt in Excel, kunnen gebruikers zien wat er is veranderd en waarom. Copilot kan daarnaast een passend grafiektype voorstellen voor het visualiseren van gegevens. En binnen Microsoft 365 helpen vaardigheden om specialistische expertise rechtstreeks in de apps te integreren, zoals financiële vaardigheden in Excel en juridische vaardigheden in Word. Zo kunnen organisaties best practices opschalen via herbruikbare, rolspecifieke workflows.
Code laat gebruikers apps, dashboards en workflows bouwen met natuurlijke taal
Microsoft positioneert Code als een vierde type werkeenheid naast documenten, spreadsheets en presentaties: kleine, doelgerichte softwareoplossingen voor specifieke taken. Het bouwen daarvan moet uiteindelijk net zo’n basisvaardigheid worden als het schrijven van een memo of het opstellen van een budget.
Gebruikers kunnen een app, tracker, dashboard, automatisering of workflow in natuurlijke taal beschrijven, waarna Code zelf een aanpak kiest en de oplossing opbouwt. Dat kan variëren van permanente desktopwidgets voor snelle raadpleging en interactieve dashboards voor het verkennen van data en testen van resultaten tot intern gehoste cloudapps die met een team kunnen worden gedeeld.
Code gebruikt dezelfde onderliggende technologie als GitHub Copilot en kan in een afgeschermde omgeving binnen de eigen tenant worden gehost. Microsoft beschrijft die opzet als veilig. Microsoft IQ koppelt wat gebruikers maken aan de context van hun werk en synchroniseert plug-ins automatisch. Softwareontwikkelaars kunnen GitHub Copilot voor hun dagelijkse werkzaamheden blijven gebruiken, met meer connectiviteit met het Copilot-platform. Code stond gepland voor uitrol naar Frontier eind september, gevolgd door bredere beschikbaarheid in de weken daarna. Later dit jaar volgt een preview voor Microsoft 365 Premium- en Pro-abonnees.

Managed Runtime biedt infrastructuur voor Copilot-apps
Microsoft introduceert daarnaast Microsoft Copilot Managed Runtime, een hostinginfrastructuur voor het afgeschermd uitvoeren van code binnen de Microsoft 365-omgeving van een organisatie. Volgens Microsoft kan code daarmee veilig binnen die omgeving worden uitgevoerd. De omgeving wordt beheerd door IT. Gebruikers kunnen apps met teamleden delen, koppelen aan live data en vanaf verschillende locaties openen. Deze basis maakt ook apps mogelijk die zijn ontwikkeld in Cowork, Code en Copilot Studio. Microsoft stelt de infrastructuur daarnaast beschikbaar voor externe ontwikkelaars en professionele codeontwikkelaars. Copilot Managed Runtime is sinds 25 september beschikbaar als preview. Microsoft meldde daarbij dat de functie later ook binnen Code toegankelijk zou worden.
Autopilot richt zich op langer lopende en terugkerende taken
Autopilot, voorheen Scout, wordt door Microsoft gepositioneerd als een digitale teamgenoot voor langer lopende en terugkerende werkzaamheden. Gebruikers kunnen Autopilot een naam, rol en doel geven. De agent kan vervolgens kanalen monitoren, discussies opvolgen, terugkerende taken uitvoeren en projecten op een later moment opnieuw oppakken. Het kan bijvoorbeeld een volledig leveranciersbeoordelingsproces opzetten en beheren: het stelt de planning en het werkplan op, en regelt vervolgens zelfstandig de voorbereiding, vergaderingen en follow-ups, tot en met het contact opnemen met stakeholders voor updates. Autopilot draait in de cloud en kan daardoor taken blijven uitvoeren wanneer de gebruiker niet actief met Copilot werkt.
Autopilot bevindt zich binnen de tenant van een organisatie met een eigen identiteit, geheugen, computer en werkruimte. Via Microsoft IQ kan Autopilot rekening houden met de context en werkwijze van de organisatie. Autopilot verschijnt in Teams, Outlook, chats, kanalen en documenten en kan daar met een @vermelding worden aangesproken, met bijbehorende machtigingen, audit- en governancefuncties. Gebruikers stellen de doelstellingen en grenzen in; Autopilot handelt de overige werkzaamheden af en houdt hen op de hoogte, terwijl zij de controle behouden.

Meer bedrijfscontext via Microsoft IQ
Copilot maakt gebruik van Microsoft IQ, dat Microsoft omschrijft als zijn uniforme intelligentieplatform voor AI binnen de Microsoft-stack. Volgens Microsoft verbindt Microsoft IQ de bedrijfsvoering met beschikbare kennis in één realtime overzicht voor Copilot en agents, met governance- en beveiligingsfuncties.
Microsoft maakte op 25 september ook bekend de zakelijke context van Copilot verder uit te breiden. Fabric IQ brengt volgens Microsoft betrouwbare context uit bedrijfsdata, waaronder meer dan 20 miljoen semantische modellen in Power BI, naar Copilot. Fabric IQ is sinds 25 september algemeen beschikbaar voor Chat en Cowork. Integratie met Code moet later via het Frontier-programma volgen.
Microsoft maakte op 25 september bekend dat Copilot gebruik gaat maken van gegevens en workflows uit Dynamics 365 en Power Platform als grounding. De publieke preview van Copilot met deze integratie van gegevens en workflows uit Dynamics 365 en Power Platform werd aangekondigd voor uitrol in oktober, dus deze maand.
Wanneer een verkoper bijvoorbeeld aan een offerte werkt, kan Copilot gegevens zoals dealgeschiedenis en supporttickets rechtstreeks in het document opnemen, zonder dat er tussen apps hoeft te worden geschakeld of dat er afleidende zoekopdrachten nodig zijn.
Plug-inregister centraliseert uitbreidingen voor Copilot
Plug-ins vormen daarnaast een manier om Copilot te koppelen aan acties en data binnen een organisatie. Plug-ins breiden de mogelijkheden van Copilot uit door vaardigheden, connectors en andere functionaliteiten samen te brengen, zodat gebruikers meer workflows kunnen voltooien zonder de apps te verlaten die ze dagelijks gebruiken. Microsoft begon op 25 september met de uitrol van een nieuw plug-inregister, dat in de weken daarna breder beschikbaar moet komen. Het register brengt Microsoft-, partner- en zelfontwikkelde plug-ins samen in één uniforme catalogus. IT kan plug-ins centraal goedkeuren en beheren, terwijl ontwikkelaars en partners ze één keer kunnen publiceren om Copilot uit te breiden naar alle ondersteunde omgevingen. Volgens Microsoft moet dit het eenvoudiger maken om functionaliteiten op schaal te introduceren, terwijl IT het centrale beheer behoudt.
AI-uitgaven beheren
Voor alledaagse AI-toepassingen, zoals snelle antwoorden, eerste concepten, samenvattingen en analyses, gebruikt Microsoft een gebruikerslicentie met vaste prijsstelling. Een gebruikerslicentie (USL) omvat Copilot in Chat en in Word, Excel, PowerPoint, Outlook en Teams, modelselectie en nieuwe mogelijkheden en modellen. Auto staat centraal in de USL. Auto selecteert per verzoek een passend model op basis van factoren als nauwkeurigheid, snelheid en kosten.
Voor agentische workloads gebruikt Microsoft een ander prijsmodel: usage-based billing, waarbij het gebruikte model en verbruik de kosten bepalen. Bij facturering op basis van gebruik (UBB) kunnen organisaties het model kiezen en de kosten afstemmen op het gebruik en de beoogde waarde. Cowork, Code en Autopilot, nieuwe, langlopende agentische functionaliteiten en grensverleggende modellen zoals Astra en Fable draaien allemaal op UBB. Microsoft past de prijsstelling van Copilot aan naarmate de mogelijkheden en het gebruik van AI zich ontwikkelen.
Lees hier meer over de evolutie van het Copilot-prijsmodel
FinOps voor beheer van AI-uitgaven
FinOps voor AI is een gedeelde discipline voor het beheren van AI-uitgaven en het optimaliseren ervan voor bedrijfswaarde. Microsoft breidt FinOps for AI uit met nieuwe mogelijkheden binnen Agent 365, Insights en Copilot voor het beheren en analyseren van AI-uitgaven. Kostenbeheer in Agent 365 wordt uitgebreid van de Cowork- en Work IQ-API's naar Code en Copilot Managed Runtime, met ondersteuning voor agents die zijn gebouwd in Microsoft Copilot Studio, gepland voor oktober.
Beheerders kunnen uitgavenbeleid op grote schaal beheren met API-toegang; kredietaanvragen van eindgebruikers doorsturen naar bestaande goedkeurings- en automatiseringsworkflows; en instellen welke modelfamilies beschikbaar zijn voor verschillende gebruikersgroepen – deze instellingen bepalen ook welke modellen Auto kan selecteren.
Bedrijfsleiders en beheerders kunnen inzicht krijgen in welke Cowork-taken de beste resultaten opleveren en bepalen waar het gebruik moet worden gehandhaafd, uitgebreid of geoptimaliseerd. Ten slotte kunnen eindgebruikers het kredietgebruik, het resterende saldo en de gebruiksgeschiedenis rechtstreeks in Microsoft Copilot bekijken, zodat ze hun eigen AI-gebruik beter kunnen beheren binnen de kaders van de organisatie.
Microsoft zegt verder te investeren in FinOps voor AI, zodat organisaties hun uitgaven kunnen beheren, de waarde ervan kunnen beoordelen en hun AI-investeringen kunnen optimaliseren.
Today en nieuwe Teams-functies volgen later
Microsoft noemt de aankondigingen een eerste stap en werkt aan meer Copilot-functies die de dienst persoonlijker en proactiever moeten maken en teams verder moeten ondersteunen.
Microsoft werkt daarnaast aan Today, een proactieve en gepersonaliseerde Home-functie die informatie uit e-mail, agenda, Teams-gesprekken, vergaderingen en taken samenbrengt. Today toont wat gebruikers hebben gemist, wat direct aandacht nodig heeft en wat kan wachten. Today toont niet alleen welke werkzaamheden aandacht vragen, maar bereidt ook acties voor. Een concept kan bijvoorbeeld al klaarstaan om te worden bewerkt, een wijziging in de planning kan worden voorgesteld en een vergeten follow-up kan met de benodigde context worden klaargezet. Today staat gepland voor private preview in oktober en moet later ook beschikbaar komen in Outlook en Teams.
@Copilot gebruikt gedeelde context in Teams
Microsoft werkt ook aan een uitgebreidere @Copilot-functie voor Teams, waarbij Copilot gebruikmaakt van de gedeelde context en machtigingen van een kanaal, groepschat of vergadering. Wanneer gebruikers vragen waarom een productbeslissing is genomen, kan Copilot de achtergrondinformatie uit eerdere gesprekken ophalen zonder dat die context opnieuw hoeft te worden opgezocht of uitgelegd. Wanneer die beslissing gevolgen heeft voor de productie, verpakking en lanceringsplanning, gaat Copilot nog een stap verder: het biedt de mogelijkheid om een multidisciplinaire review op te stellen met afhankelijkheden, verantwoordelijken, open vragen en beslissingen, zodat iedereen kan zien hoe hun werk samenhangt en wat er nog moet worden opgelost. Het team blijft op één lijn en het project blijft vooruitgang boeken. De @Copilot-functionaliteit stond gepland voor private preview in Teams eind september.
Gefaseerde uitrol via het Frontier-programma
De nieuwe Copilot brengt functies voor vragen stellen, taken delegeren, bouwen en automatiseren samen in één centrale omgeving. De nieuwe Copilot-functies worden gefaseerd via het Frontier-programma uitgerold, waarbij de beschikbaarheid per onderdeel verschilt.
Microsoft Ignite vindt van 17 tot en met 20 november plaats in San Francisco en online. Microsoft verwacht daar meer nieuws over Copilot te delen.